Amerika is moeilijk te zien

Schrijfster Pia de Jong is met haar gezin verhuisd van Amsterdam naar Princeton, in de VS. Ze schrijft wekelijks over wat haar daar opvalt.

Illustratie Eliane Gerrits

America Is Hard to See heet de openingstentoonstelling in het nieuwe Whitney Museum of American Art. De titel verwijst naar een bekend gedicht van Robert Frost over de moeizame zwerftocht van Columbus. Maar, schrijft Frost, ook voor degenen die volgden, was Amerika moeilijk te zien – van buitenaf én binnenuit. Want wat is precies de Amerikaanse identiteit?

Om het antwoord op deze vraag te zien, sta ik op deze zonnige dag voor het glimmende gebouw in het Meatpacking District, het hartje van het nieuwe, rijke New York, vol exclusieve boetieks en hippe restaurants. Binnen is het opvallend rustig.

De tentoonstelling laat zien hoe Amerikaanse kunstenaars de belangrijkste gebeurtenissen in hun land en tijd hebben proberen te vangen. Vele beelden zijn pijnlijk. Een foto van Walker Evans tijdens de grote depressie, waar een gezin in lompen op een veranda zit. De armoe en de honger zijn bijna tastbaar. Een installatie van Howard Lester toont alle gesneuvelde soldaten gedurende een enkele week in Vietnam. Frisse gezichten van negentienjarigen, met pukkels en halfwassen snorretjes, die vers van hun highschool de dood in werden gestuurd. De foto’s van David Wojnarowicz van zijn aan aids overleden vriend. Jean-Michel Basquiat met zijn impressie van gangs en drugs. Daarnaast de fascinatie met massaconsumptie in de groene colaflesjes van Andy Warhol en de stofzuigers van Jeff Koons.

Als deze tentoonstelling iets laat zien, is het dat dit land zo complex is als de kluwen verfvegen van de enorme Jackson Pollock waar ik voor sta.

Om mijn hoofd wat rust te gunnen, loop ik naar buiten over een van de vele terrassen. Ik kijk uit over de haven van New York. Ooit meerden hier oceaanstomers uit de hele wereld aan. Nu is het stil op het water dat glanst in het zonlicht. In de verte staat, perfect uitgelicht, een ander kunstwerk: het Vrijheidsbeeld.

Vroeger was Amerika zeer goed te zien. Dit beeld was het eerste wat immigranten begroette op hun vlucht voor armoede, oorlog en vervolging. Als een liefdevolle moeder hield Amerika de fakkel van de vrijheid omhoog en omarmde vrijwel iedereen. Op de sokkel staat een ander bekend gedicht, New Colossus van Emma Lazarus. Wie kent niet de zinnen: „Bespaar me, oude wereld, je pompeuze verhalen. […] Geef me je vermoeiden, je armen, je ineengedoken mensenmassa vol verlangen vrij te ademen. Het ellendige afval van je volle kust. Stuur ze, de daklozen, door storm geslingerd naar mij. Ik houd mijn lamp hoog bij de gouden deur.”

Deze boodschap was kraakhelder. Het licht van de vrijheid scheen over de hele wereld. Wat een verschil met nu. Ik denk aan de eindeloze stroom illegale immigranten, waaronder talloze kinderen, die nu wanhopig de grens met Mexico proberen te passeren. Of de vluchtelingen die op gammele boten als afval over de Middellandse Zee zwerven.

Niemand heft nog een welkomstlamp. Niet in Amerika en niet in Europa. Amerikaanse presidentskandidaten buitelen over elkaar heen met gespierde uitspraken over de hoge muren die ze gaan bouwen. Europese politici roepen om de grenzen weer dicht te gooien. Niemand zit meer te wachten op „ellendig afval” van welke kust dan ook. Men luistert liever naar „pompeuze verhalen”.

Niet alleen Amerika, maar de hele wereld is moeilijk te zien.