Zijn partner krijgt de opdracht

Directeur Het Nieuwe Instituut gunde 29 opdrachten aan zijn vriend.

Foto boven: Opening Out of storage in 2011 in Maastricht. Curator Guus Beumer liet het bedrijf van zijn partner Herman Verkerk de tentoonstelling inrichten. Foto onder: deBiënnale in Venetië 2011. Beumer was de curator. Verkerk mocht de tentoonstelling in het Nederlandse (Rietveld) paviljoen inrichten. Foto's Chris Keulen (boven) en Hollands Hoogte (onder)

Guus Beumer, directeur van Het Nieuwe Instituut in Rotterdam, heeft 29 keer met overheidsgeld een opdracht gegund aan het bedrijf van zijn partner. Overal waar Beumer sinds 2001 als curator of directeur de scepter zwaaide, gingen opdrachten naar EventArchitectuur van levenspartner Herman Verkerk. Dat blijkt uit een inventarisatie van deze krant.

Deze zomer gaf Beumer (60) als directeur van Het Nieuwe Instituut (voorheen het Nederlands Architectuurinstituut) opnieuw een opdracht aan Verkerk. Architect Kees van der Hoeven uit Wassenaar uitte zijn woede daarover in een column op architectenwerk.nl.

Aanleiding was de aankondiging van de tentoonstelling ‘het Tijdelijk Modemuseum’ bij het Nieuwe Instituut, dit najaar. EventArchitectuur maakt het ontwerp. Het instituut krijgt subsidie van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) en de gemeente Rotterdam.

Van der Hoeven: „Stel je nou eens voor dat Onno Hoes vorig jaar als burgemeester op kosten van de gemeente Maastricht de opdracht voor een muziekfeest op het Vrijthof had willen geven aan het bedrijf van zijn levenspartner Albert Verlinde. De gemeenteraad zou dat hebben afgeschoten vanwege belangenverstrengeling.”

Voor de keuze voor Verkerk zouden artistieke redenen zijn. Van der Hoeven: „Na 29 opdrachten aan zijn levenspartner plaats ik vraagtekens bij dat kwaliteitsargument. Bovendien: je kunt een door de overheid betaalde opdracht aan iedereen geven, behalve aan je eigen partner”.

De recente opdrachtverstrekking is er een in een lange reeks. Sinds 2001 deed Beumer het 29 keer: als directeur van de Stichting Designprijs Rotterdam; als curator van de Vleeshal in Middelburg; als directeur van cultuurcentrum Marres in Maastricht; als directeur van NAiM/Bureau Europa in Maastricht; als curator van Utrecht Manifest 2009; als curator namens de Mondriaanstichting en nu als directeur van Het Nieuwe Instituut. Het zijn tentoonstellingen, ontwerpen en, bijvoorbeeld, de inrichting van een kantoor.

In 2011 publiceerde weekblad Vrij Nederland al over de verwevenheid tussen Beumer en Verkerk. De publicatie bleef zonder gevolgen voor Beumer die toen nog in Maastricht werkte. In 2013 werd hij directeur van Het Nieuwe Instituut. Van der Hoeven: „Toen de aankondiging voor het Tijdelijk Modemuseum in de bus viel wist ik: het gaat gewoon door.”

Koos van der Steenhoven, voormalig secretaris-generaal van het ministerie van OCW, is voorzitter van de raad van toezicht van Het Nieuwe Instituut. Hij voert het woord namens Beumer, Verkerk en het instituut. Wist hij van de opdrachten? „Tijdens het sollicitatiegesprek met Beumer is dat aan de orde gekomen. We hebben afgesproken daar goed op te letten. Als een bevriend bedrijf wordt ingezet, dient dat gemeld te worden. Deze opdracht is dan ook voorgelegd. Wij hebben het aan de Governance Code Cultuur (de gedragscode voor culturele instellingen) getoetst. De raad van toezicht vond unaniem dat het in dit incidentele geval kon. Doorslaggevend was de specifieke kwaliteit die het bedrijf inbrengt.”

Andere architecten konden niet meedingen naar de opdracht van 35.000 euro. Dat zegt de voorzitter te beseffen. „Een aanbesteding was niet verplicht, maar hadden we natuurlijk kunnen doen. Dat we dat toch niet gedaan hebben, komt omdat we er honderd procent van overtuigd zijn dat er toch geen betere kandidaat is.”

Verkerk is niet de enige relatie die Beumer heeft ingeschakeld voor de modetentoonstelling. Beumer gunde ook opdrachten aan twee voormalige zakenvrienden, ontwerpers Alexander van Slobbe en Francisco van Benthum. Tot 2013 was Beumer medeaandeelhouder van een bedrijf dat hun kledinglijnen beheerde.

Ook José Teunissen, lid van de raad van toezicht, kreeg van Beumer een betaalde opdracht voor de modetentoonstelling. Zij is eveneens een bevriende relatie. Van der Steenhoven: „Ook bij haar hebben we gekeken of er niet iemand anders als adviseur kon optreden, maar zij was de beste. Het is een kleine wereld. Dat je bij iemand van de raad van toezicht uitkomt, is niet uit te sluiten. Het is voldoende dat ze tijdelijk terugtreedt uit de raad van toezicht.”

Van der Hoeven meldde de kwestie bij subsidiegever minister Bussemaker (PvdA, OCW). Van haar kreeg hij vorige week een brief, waarin ze schrijft dat de raad van toezicht „uiterst zorgvuldig” is geweest. Verkerk en Teunissen zijn, schrijft ze, „niet eerder bij enig tentoonstellingsontwerp binnen Het Nieuwe Instituut betrokken geweest. Het is dus een uitzondering die serieus gewogen is.” Ze wijst erop dat de Governance Code Cultuur is gehanteerd.

Dat Verkerk niet eerder is ingeschakeld is onjuist. In het zomerprogramma 2013, net na het aantreden van Beumer, zat een tentoonstelling die was ontworpen door Verkerk. En de code, waarnaar Bussemaker verwijst, spreekt over „het vermijden van elke vorm van belangenverstrengeling”. De code schrijft ook voor dat de raad van toezicht „een reglement” heeft met „regels over het omgaan met tegenstrijdige belangen bij leden van de raad van toezicht, het bestuur en de externe accountant”. Zo’n reglement is er niet.

De minister baseert zich op informatie van de raad van toezicht. „Zelf lijkt het ministerie geen onderzoek te hebben gedaan”, reageert Van der Hoeven. „Dan krijg je zo’n antwoord.”