Ramp in China: woede over overheid

Kunnen de Chinezen vertrouwen op informatie van de overheid? ‘Tianjin’ roept pijnlijke vragen op. De regering is in verlegenheid.

De grootste explosie in het havengebied van de miljoenenstad Tianjin sloeg woensdag een diepe krater in de aarde. Het dodental was vanmorgen opgelopen tot 114, nog zeventig mensen worden vermist. Foto EPA

Nu de eerste schrik over de verwoestende explosies van vorige week in Tianjin is geweken, overheerst bij velen in de havenstad maar ook elders in China intense woede. Met name over de incompetentie van de lokale overheid, die een loopje lijkt te hebben genomen met de veiligheidsvoorschriften – met fatale gevolgen.

„De regering liegt”, verwoordde een gebruiker van Weibo, het Chinese Twitter, zijn ongenoegen. „U heeft zo veel gelogen dat u ons vertrouwen niet meer waardig bent.”

Het dodental van de ramp blijft oplopen. Vanmorgen stond de teller op 114. Nog zeventig mensen worden vermist, onder wie 64 brandweerlieden. Enige duizenden mensen uit de omgeving zijn geëvacueerd uit vrees dat er giftige dampen kunnen vrijkomen op het rampterrein.

Hoewel honderden deskundigen er alles aan doen de gevaarlijke stoffen op het terrein zo snel mogelijk te verwijderen, hebben ze de toestand nog niet geheel onder controle. Volgens de Chinese autoriteiten deed zich vanmorgen nog een kleine explosie voor. Maar ze onderstreepten dat er op het ogenblik geen reden tot bezorgdheid is omtrent de lucht rond het havengebied. Ook metingen van de milieuorganisatie Greenpeace toonden vooralsnog niet verontrustends.

Boze familieleden van slachtoffers eisten gisteren in een demonstratie voor een hotel waar functionarissen persconferenties over de ramp houden, meer informatie over de gang van zaken. En vanmorgen betoogden woedende gedupeerde huiseigenaren voor hetzelfde hotel voor compensatie. ‘Regering, koop onze huizen terug’, luidde de tekst op een van de spandoeken

Premier Li Keqiang bezocht gisteren het rampgebied en beloofde plechtig dat de schuldigen zullen worden gestraft. „We zijn de familie van de slachtoffers, de bevolking van Tianjin en alle Chinezen een antwoord schuldig”, zei hij.

Inmiddels is gebleken dat er honderden tonnen van het gevaarlijke natriumcyanide waren opgeslagen in een pakhuis. Dit materiaal kan, net als het eveneens op het terrein opgeslagen carbid, een gas vormen dat makkelijk ontploft als het in aanraking met water komt. Er was veel meer natriumcyanide opgeslagen dan is toegestaan. Ook stond het pakhuis 500 meter dichter bij een snelweg en woningen en kantoren dan mocht.

Onduidelijk is nog hoe het tot de explosies van woensdagavond heeft kunnen komen. Die deden zich voor zover bekend pas 40 minuten na de eerste brandmelding voor. Was de brandweer onvoldoende ingelicht over de aard van het materiaal in het pakhuis en heeft zij per ongeluk zelf de explosies teweeggebracht door water te spuiten op het natriumcyanide? In elk geval betaalde ze een hoge tol voor deze vergissing: ten minste 21 brandweerlieden verloren het leven en mogelijk tientallen meer. Het is hoe dan ook het hoogste aantal doden voor de brandweer door één incident in ruim zes decennia.

De politie heeft de manager van het pakhuis aangehouden en de hoogste magistraat van China heeft een onderzoek gelast naar de ramp en in het bijzonder naar de vraag of ambtenaren hun plicht hebben verzaakt.

De staatsmedia hekelden eveneens de wijze waarop de lokale bestuurders de ramp hadden aangepakt. The Global Times, een staatskrant, had vooral kritiek op de gebrekkige informatievoorziening in de eerste uren na de explosies.

De regering in Beijing heeft intussen tientallen websites gesloten die volgens haar ten onrechte paniek zaaiden. Ook sommige pagina’s op sociale media werden verwijderd.