Opeens is protesteren hip onder Japanse jongeren

Jongeren in Japan toonden tot voor kort nauwelijks interesse in politiek. Maar sinds ‘Fukushima’ lijkt er een kentering gaande. Demonstreren is nu sociaal geaccepteerd en jongeren gaan de straat op.

„Tegen oorlog”, staat er op het bord van een jonge demonstrant bij het Japanse parlement. Foto Franck Robichon/EPA

Een jaar geleden moest je ze met een lantaarntje zoeken, nu zie je ze overal in Japan: protesterende jongeren. Elke vrijdag staan ze voor het parlement in Tokio ritmisch te scanderen, vaak met duizenden tegelijk.

Tell me what democracy looks like”, schreeuwt een jonge man in het Engels. Elke lettergreep klinkt als een kanonschot. „Zo ziet democratie eruit”, schreeuwen de omstanders in hetzelfde staccatoritme terug. Hun koorzang wordt af en toe onderbroken door korte toespraken van studenten, politici, activisten en hoogleraren.

De 16-jarige Chisa is een van de betogers. Ze hielp onlangs Teens Stand up to Oppose War Law op te richten. Uitzonderlijk, want op Japanse scholen is het moeilijk om zelfs maar over politiek te praten. Veel scholen verbieden leerlingen mee te doen aan demonstraties. Maar Chisa bespeurt een kentering. „Ik krijg de indruk dat het steeds gemakkelijker wordt om het met vrienden over politiek te hebben”, zegt ze. Haar groep telt nu 32 leden.

Demonstreren is geaccepteerd

Japanse jongeren toonden tot voor kort nauwelijks interesse in politiek. Maar de massale protesten tegen kernenergie na de ramp in Fukushima maakten demonstreren sociaal geaccepteerd. Het omstreden defensiebeleid van premier Abe en zijn autoritaire manier van regeren deden de rest. Veel jongeren waren razend toen hij vorig jaar zonder veel overleg en uitleg een nieuwe wet voor staatsgeheimen introduceerde. Toen hij afgelopen maand hetzelfde deed met een reeks van veiligheidswetten die strijdig lijken met de pacifistische Japanse grondwet was voor velen de maat vol.

Sinds 1947 heeft Japan als natie het recht afgezworen om oorlog te voeren. Artikel 9 van de grondwet zegt letterlijk dat het land geen leger mag hebben. Maar sinds de jaren vijftig hanteert Japan de interpretatie dat een leger is toegestaan als het gebruikt wordt voor zelfverdediging. Nu wordt in het parlement gediscussieerd over een wet die het voor het eerst sinds de Tweede Wereldoorlog mogelijk moet maken dat Japanse militairen ook elders kunnen worden ingezet. De strategie van Abe om de wetgeving door te drukken zonder de grondwet aan te passen heeft een vloedgolf van protest opgeroepen.

Dreigend gevaar

Abes eigenmachtige optreden gaf Chisa een crisisgevoel. „Er bestaat een kans dat we het recht op vrije meningsuiting kwijtraken”, zegt ze. Door te demonstreren en studiegroepen te organiseren hoopt ze Japanse tieners betrokken te krijgen. „Ik wil dat mensen van mijn leeftijd het vanzelfsprekend over politiek kunnen hebben.”

Moeko Mizoi deelt haar bezorgdheid. „Onze constitutionele democratie zelf staat op het spel”, zegt de 19-jarige student. „Ik heb een gevoel van crisis en dreigend gevaar voor de toekomst van onze maatschappij.”

Mizoi is lid van Students Emergency Action for Liberal Democracy - s (SEALDs), een losse organisatie van bijna 200 studenten die zich over heel Japan heeft verspreid. SEALDs is populair. Nog geen drie maanden na oprichting heeft de organisatie al meer volgers op Twitter dan de meeste Japanse politieke partijen.

De beweging organiseert zowel protestacties als ‘salons’, waar experts praten over het beleid van premier Abe. De groep is niet verbonden aan een politieke partij, en volledig onafhankelijk. „Iedereen vraagt of we worden gesteund, maar dat is niet het geval”, zegt Mizoi.

SEALDs vertegenwoordigt jongeren met een totaal andere kijk op de wereld. „Ze doorbreken de stereotypen van de apathische Japanse studenten zonder interesse in politiek. En dat studenten actief in de politiek heel doctrinair zijn”, zegt Koichi Nakano, hoogleraar politieke wetenschappen aan de Sophia University in Tokio. „De leden van SEALDs zijn liberaal, ruimdenkend, internationaal georiënteerd en heel anders dan het imago dat we hadden van activisten in Japan.”

Tijdens een demonstratie in de trendy Tokiose wijk Shibuya lukte het de studenten in juni om ex-premier Naoto Kan van de Democratische Partij van Japan (DPJ), de leider van de Communistische Partij van Japan, en een parlementariër van de zeer rechtse Japan Restoration Party samen op het podium te krijgen. „We waren stomverbaasd en diep onder de indruk”, zegt Mizoi. Foto’s van het zeldzame gebeuren gingen de hele wereld over.

Stijl hebben ze ook. „Je zag nauwelijks jongeren bij demonstraties”, zegt Sachiko Imamura, een 21-jarige student die ook actief is bij SEALDs. Maar het gebruik van Engels en modern grafisch ontwerp maakt SEALDs aantrekkelijk voor jongeren. Want, zegt Mizoi, „als het niet cool is, komen jongeren niet opdagen”.