Onderzoek naar acties 1945-’49 op Sumatra

De organisatie die eerder succesvol rechtszaken aanspande namens weduwen en kinderen van mannen die tijdens de Indonesische onafhankelijkheidsoorlog (1945-1949) in Rawagede en Zuid-Sulawesi werden geëxecuteerd door militairen in Nederlandse dienst, breidt haar onderzoek uit naar Sumatra. Dat zegt Jeffry Pondaag van de stichting Comité Nederlandse Ereschulden. „Op Sumatra zijn ook veel mensen vermoord, maar we hebben de nabestaanden nog niet in beeld. We zijn wel eerder op Sumatra geweest, maar we gaan er nu echt induiken”, zegt Pondaag aan de telefoon vanuit Jakarta. Hij is daar vandaag voor de viering van de Indonesische onafhankelijkheidsdag.

Samen met advocate Liesbeth Zegveld claimde Pondaag met succes excuses en schadevergoedingen voor nabestaanden. Sinds de Nederlandse rechter in 2011 oordeelde dat misdaden in de Indonesische oorlog niet verjaard waren, kregen zo’n veertig weduwen uit Rawagede en Zuid-Sulawesi ieder een bedrag van 20.000 euro. In maart oordeelde de rechtbank in Den Haag dat niet alleen weduwen, maar ook kinderen van slachtoffers recht hebben op een schadevergoeding, maar voor hen is nog geen regeling opgezet.

De regeling voor weduwen zou na de zomer aflopen, maar vorige week meldde minister Bert Koenders (Buitenlandse Zaken, PvdA) dat de regeling met twee jaar verlengd wordt. Dat biedt Pondaag en Zegveld meer tijd om nabestaanden op te sporen. Voor ieder individueel geval moeten zij aantonen dat de weduwe inderdaad getrouwd was met een slachtoffer en dat deze door executie om het leven was gekomen.

Volgens nieuw historisch onderzoek had het extreme geweld van Nederlandse militairen na het uitroepen van de Indonesische onafhankelijkheid, vandaag 70 jaar geleden, een structureel karakter. Na berichtgeving hierover in deze krant, riep D66 het kabinet op tot een breed onderzoek. Het kabinet en coalitiepartijen VVD en PvdA willen nog niet reageren.