Onderzoek dan ook de andere kant

Geweld in Indië was structureel, kopte deze krant. De feiten zullen juist zijn. Maar zijn de conclusies dat ook? vraagt Leen Noordzij

Nederlands Affiche. Bron: Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis

Op 14 en 15 augustus zijn in de NRC artikelen verschenen over het proefschrift van Remy Limpach. Mijn eerste gedachte was: ‘Wie geschoren wordt, moet stilzitten.’ Want vlijmscherp stelt Limpach hierin dat Nederlandse militairen op structurele en op grote schaal extreem geweld hebben gebruikt tegen Indonesiërs in de periode 1945 – 1950. Dat komt hard aan en zal ongetwijfeld bij Indiëveteranen oude wonden openrijten of nieuwe slaan.

Als voorzitter van de Vereniging Oud- Militairen Indië- en Nieuw Guineagangers (VOMI) waag ik het toch om te reageren. Terughoudend, omdat ik de precieze inhoud van het proefschrift niet ken. De artikelen van Anne-Lot Hoek geven slechts de hoofdlijnen weer maar zijn voldoende aanleiding om de dissertatie in september zorgvuldig te bestuderen. Na jarenlang grondig onderzoek zullen de feiten in de dissertatie ongetwijfeld juist zijn, maar zijn de conclusies dat ook ?

Net als de lezer ben ik geschokt door de ernst en de omvang van de geweldsincidenten zoals beschreven in beide artikelen. Als oud-militair ben ik opgegroeid met wet- en regelgeving voor optreden in conflicten, zoals het militair strafrecht, het oorlogsrecht en de Geneefse Conventies. Daarin wordt voldoende duidelijk gemaakt wat niet is toegestaan in oorlogssituaties. Evenals voor mij is het daarom voor Indiëveteranen glashelder dat destijds gepleegde schendingen van het oorlogsrecht ontoelaatbaar zijn. De rechter had dat moeten beoordelen en kon daarbij dan verzachtende omstandigheden in beschouwing nemen. Mij bekruipt echter het gevoel dat aan de trias politica soms een eigen interpretatie werd gegeven. Hopelijk geeft de dissertatie daarop uitsluitsel.

Nog een reden voor terughoudendheid is de wetenschap dat het merendeel van de Indiëveteranen zich niet herkent in het geschetste beeld. In tien jaar voorzitterschap VOMI heb ik minimaal duizend Indiëveteranen gesproken over hun uitzendervaringen, maar slechts een enkeling bleek geconfronteerd geweest met geweld zoals Limpach dat beschrijft. Maar realiteit is dat een ‘schone oorlog’ niet bestaat.

Destijds stelde Nederland inderhaast een troepenmacht samen van tweehonderdduizend man. Dat leger bestond uit oorlogsvrijwilligers (OVW), dienstplichtigen en KNIL-militairen. De KNIL- militairen hadden net een jarenlange wrede internering of dwangarbeid aan de Birma spoorlijn achter de rug. De dienstplichtigen en OVW’ers kwamen uit alle lagen van de bevolking. Zonder strenge selectie en met een belabberde voorbereiding is het onvermijdelijk dat er militairen doorslippen die uit aanleg of onder omstandigheden bij gebrek aan voldoende ethisch besef buitenrechtelijk geweld toepassen.

Ik hoop in de dissertatie een deugdelijke onderbouwing te vinden voor het grote aantal gevallen van extreem geweld. Op dit moment durf ik te stellen dat negenennegentig procent van de Indiëveteranen wel volgens de regels heeft geopereerd en onze waardering verdient. Daarmee vergoelijk ik de schendingen zeker niet en ik kan de lezer verzekeren dat ook Indiëgangers deze unaniem afkeuren. Veteranen die wel bij schendingen betrokken waren, ik ken er enkele, hebben stuk voor stuk wroeging. Een loden last die zij hun leven lang meezeulen. Misschien waren zij beter af geweest met een veroordeling destijds. Dan hadden zij voor hun daden geboet en was die last mogelijk lichter geweest.

Herhaaldelijk is gepleit voor een diepgaand onderzoek naar het Nederlandse militaire optreden in Indië. Zo ook in het artikel van zaterdag. Medio 2012 hebben drie historische instituten, daaronder het Nederlands Instituut voor Militaire Historie (NIMH) waar Limpach nu werkzaam is, een driejarig onderzoek voorgesteld. De regering kende toen de benodigde drie miljoen euro subsidie niet toe maar wellicht leiden de conclusies van Limpach nu tot een heroverweging.

VOMI was in 2012 niet tegen dit onderzoek, mits dit ook het optreden van de opponenten zou omvatten, inbegrepen begane misdrijven. Dat standpunt is ongewijzigd. Ons volk heeft er recht op om zo volledig en objectief mogelijke geïnformeerd te worden. Alleen de geweldsincidenten aan Nederlandse zijde onderzoeken zoals Limpach nu heeft gedaan, geeft een eenzijdig beeld dat het in zich heeft om een eigen leven te gaan leiden.

Remy Limpach geeft met zijn onderzoek inkijk in, volgens hem, structureel geweld aan Nederlandse zijde. Het wachten is nu op iemand die wil promoveren op hetzelfde onderwerp aan Indonesische zijde. Een van de lezers wellicht ?