Naar buiten? Gps-tracker mee

Ouders lijken banger dan vroeger. Voor pedofielen, auto’s, de straat. Er zíjn ook meer gevaren: drukkere wegen en eenzame mannen die contact leggen via sociale media. „Maar vrijheid is belangrijk.”

Foto Arjen Born

Twee kinderen van 7 en 9 jaar stappen op de metro in Rotterdam. Ze gaan naar muziekles, dat doen ze elke week. Ze reizen een paar haltes naar het centrum, stappen uit bij halte Beurs en lopen dan een minuut of zeven naar de muziekschool.

Als de ov-chipkaart van een van hen onvoldoende saldo heeft waardoor de poortjes dicht blijven, doen ze wat hun moeder hun vertelde. Ze melden zich bij RET-medewerker. Die belt de moeder en zegt: ‘Dat kan echt niet, wat u doet. Kinderen van deze leeftijd laat je toch niet alleen met de metro reizen!’

Het gebeurt ook nauwelijks. Ouders zijn steeds banger dat hun kinderen iets overkomt. Fysiek dan. De bewegingsruimte van de kinderen van nu is extreem veel kleiner dan die van hun ouders was. Die ouders brengen hun kinderen op de achterbank naar sportclubs, elke ochtend tot in de klas. Na schooltijd staat daar oma of de naschoolse opvang. Fietsende kinderen hebben helmpjes op, UV-werende pakjes met drijfelementen aan, een petje op en bandjes om. Uiteraard staat een van de ouders ernaast.

Sander Potter zat een paar jaar geleden in de tuin en keek naar zijn kinderen van toen 4 en 5 jaar. Hij wilde hun graag de vrijheid geven de wereld te ontdekken, zonder voortdurend achter hen aan te moeten gaan. Wat zou het toch fijn zijn als er iets zou bestaan waardoor hij hen vanuit de tuin zou kunnen volgen, dacht hij.

Hij ontwierp een gps-tracker ter grootte van luciferdoosje en noemde het kastje Spotter. Ouders kunnen een virtueel hek instellen en krijgen een melding op hun mobiele telefoon als het kind over dat ‘hek’ stapt. Ze weten dan bovendien meteen waar hij is. „Stel dat er iets is”, zegt Potter, „dan kunnen kinderen op een knop drukken en kan de ouder horen wat er speelt. Dat is voor het kind ook een veilig gevoel.” De ouder kan ook met het kind spreken. De Spotter is sinds kort te koop bij drogisterijketen Kruidvat: ‘Nooit meer ongerust’. Sander Potter denkt dat het zal voorzien in een grote behoefte.

Een kind van 10 in de tent? Babyfoon

Op een internetforum vraagt een moeder raad omdat haar kinderen van 7 en 10 jaar in een eigen tentje willen slapen. Hoe oud moet een kind daarvoor zijn? Uit de antwoorden blijkt dat kinderen onder de 10 in een tent naast die van hun ouders lang geen vanzelfsprekendheid is. Neem je het risico, dan is een babyfoon een optie, schrijft een ouder.

Vraag het vaders van nu en ze zeggen hoe zij speelden op bouwterreinen. Moeders vertellen dat ze een halve dag wegbleven om te spelen in een leegstaand ziekenhuis waarvoor ze een plank uit een dichtgetimmerd raam trokken.

Die vrijheid, van vroeger, is belangrijk, zegt Trees Pels, onderzoeker bij het Verwey-Jonker Instituut en bijzonder hoogleraar opvoeden aan de Vrije Universiteit in Amsterdam. Zij is geen voorstander van gps-trackers als de Spotter en babyfoons in de tent. „Vrijheid is ontzettend belangrijk voor kinderen.”

Wel begrijpt ze de neiging van ouders om hun kinderen te volgen. „We hebben nog maar een of twee, hooguit drie kinderen. De waarde van een kind is gestegen.”

Door de grote aandacht voor veiligheid is er minder ruimte om met vallen en opstaan te leren, zegt Pels. „Als kinderen aan de hand van hun ouders door het leven gaan, leren ze minder goed hoe je je verantwoordelijk gedraagt ten opzichte van jezelf en anderen. Kinderen moeten zelf een moreel kompas ontwikkelen. Je moet ook een bepaalde intuïtie ontwikkelen voor ‘enge’ mensen. We moeten kinderen loslaten en risico’s nemen. Ouders hoeven er niet altijd te zijn. Ze moeten er zijn als het nodig is.”

We leven in een samenleving die risico’s mijdt, zegt Henk Boeke, eindredacteur van Ouders Online, de grootste online ouderscommunity van Nederland. Hij denkt dat ouders bang worden gemaakt. Onder meer door bedrijven die schijnveiligheid proberen te verkopen – zoals gps-trackers, maar ook monitors die gaan piepen als de baby een tijdje niet meer beweegt en wiegedood zouden voorkomen.

Waar zijn de ouders die hun kinderen in de gaten houden eigenlijk bang voor? Voor ontvoeringen bijvoorbeeld, zegt Boeke. „Dat een griezel een kind op straat in een busje trekt, of ’s nachts uit de tent haalt. Maar dat komt vrijwel niet voor.” Gemiddeld zeven keer per jaar, zegt Boeke, er komen jaarlijks heel wat meer kinderen om in het verkeer. „Als kinderen al ontvoerd worden, dan is het door een van de eigen ouders. In een vechtscheiding bijvoorbeeld, dat komt honderden keren per jaar voor.”

Overigens wordt de ‘draaicirkel’ van kinderen in alle westerse landen kleiner. William Bird, een Britse huisarts en gezondheidsactivist, maakt zich zorgen over het gebrek aan bewegingsvrijheid van kinderen. In een advies uit 2007 aan Natural England, een belangrijke natuurorganisatie van de Britse overheid, illustreert hij dat treffend aan de hand van de actieradius van vier generaties 8-jarigen van de familie Thomas. Overgrootvader liep in 1919 op zijn achtste in z’n uppie zes mijl om te gaan vissen. Opa liep in 1950 op z’n achtste een mijl om in het bos te spelen. Moeder mocht in 1979 nog een halve mijl lopen naar het zwembad. Haar zoon van 8 mag tot het einde van de straat.

Op internet mag dan weer alles

Opvallend is dat kinderen die op straat strikt in de gaten worden gehouden, op internet hun goddelijke gang kunnen gaan. In feite is het een omkering van de jaren zeventig en tachtig; kinderen konden toen vrij bewegen, maar oh wee als er een pornoblaadje in het bed werd gevonden. In kindertelevisieprogramma’s vloeide geen bloed, er werd hooguit gekust. Een kind mocht meestal niet naar een volwassenenprogramma kijken.

Nu hebben ouders geen idee wat heel jonge kinderen op internet tegenkomen: die praten daar vrijuit met heel wat meer vreemden dan op straat. Waar dat toe kan leiden, leert de kwestie van het 13-jarige meisje dat een paar weken geleden ’s nachts van de camping verdween. Ze bleek niet met een 15-jarige jongen te hebben afgesproken, maar met een 41-jarige man.

Ouders hebben vaak weinig zicht op het internetgebruik van hun kinderen, en al helemaal niet op de veiligheid. Op een voorlichtingsavond over multimediagebruik op een Rotterdamse middelbare school vraagt specialist mediaopvoeding Justine Pardoel de ouders: wie stelt er regels aan het smartphonegebruik van de pubers? Ongeveer eenderde van de aanwezigen steekt de hand op, de rest niet. Die meerderheid kijkt verbaasd: het kan dus wel!

Kinderen hebben online een heel leven, zegt Justine Pardoen die avond. Ze maken vrienden, kletsen, hangen online rond, worden verliefd, zien seks en porno, maar ook onthoofdingsfilmpjes. „Ze zien het, allemaal.” Een avond lang vertelt ze hoe ouders hun kinderen kunnen begeleiden in hun internetgebruik. Niet door te verbieden, maar door grenzen te stellen. En vooral door zichzelf te verdiepen in het leven van hun kinderen op internet. „En daarover vragen te stellen die leiden tot een gesprek, geen preek.”