Met zulke liberalen zijn socialisten niet nodig

Den Haag is terug van z’n reces. Het politieke seizoen begint weer. Joram van Klaveren geeft de aftrap.

Socialisten, progressieven en moderne liberalen, van de SP en de PVV tot D66 en de VVD: allen geloven in meer of mindere mate in de maakbaarheid van de samenleving. Men gelooft dat het kwade niet zit in de mens maar in systemen en maatschappelijke misstanden. Niet de mens moet veranderen en zijn ondeugden beteugelen, maar de economie en het systeem dienen te worden gecorrigeerd en aangepast.

En dat geloof heeft implicaties. Een maakbare samenleving veronderstelt immers een grote overheid. Een overheid die corrigeert, die stuurt, die herverdeelt en dus een overheid die hoge belastingen heft.

En dit geloof en haar implicaties zijn in grote mate bepalend voor de vormgeving van onze samenleving. Een samenleving die inmiddels vastloopt in haar collectivisme, haar staatsgeorganiseerde voorzieningen, haar naïeve mensbeeld en bovenal de hiermee gepaard gaande vrijheidsbeperkingen.

Het beperken van de economische vrijheid van mensen betekent het beperken van de vrijheid van burgers om het leven naar eigen inzicht in te richten. Het inkomen van de burger wordt immers grotendeels door de staat voor hen uitgegeven.

De befaamde Amerikaanse econoom Milton Friedman zei het al: „politieke vrijheid vereist voor alles economische vrijheid.”

En juist die vrijheid kennen we in ons land te weinig. Het gegeven dat praktisch alle partijen – van links tot rechts – zich voorstander hebben verklaard van 42 tot zelfs 52 procent inkomstenbelasting is tekenend voor het verstikkende, linkse belastingklimaat en een ongehoorde rem op de arbeidsproductiviteit en het ondernemerschap.

Bijstandsgerechtigden en lagere inkomensgroepen worden niet gestimuleerd door een dreigende armoedeval (verlies aan toeslagen) en blijven gevangen in hun inkomensgroep. En de middenklasse wordt bij meer werken beboet middels hogere belastingen.

Ondernemerschap wordt in de kiem gesmoord en afgeremd. Slecht voor de individuele ontplooiing, de werkgelegenheid, de economie en daarmee slecht voor de samenleving. Toch schijnen sommigen nivelleren een feestje te vinden.

De in Nederland breed gedeelde mentaliteit van gelijkheidsdenken zien we terug in de politieke ideeën over belastingen. Waar in de VS, het VK maar ook bijvoorbeeld in Hongkong een vlaktaks – één laag belastingtarief voor iedereen – een klassiek-liberaal ideaal is gebleven, verwees in Nederland zelfs VVD-voorman Zijlstra vorig jaar de vlaktaks als te denivellerend naar de prullenmand. Met zulke liberalen zijn er geen socialisten meer nodig.

Daar waar de afgelopen decennia meer economische vrijheid kon worden doorgevoerd, onder andere in de zorg, eindigde ‘liberaal’ regeringsbeleid niet werkelijk in meer marktwerking – en dus lagere kosten en meer keuzevrijheid voor de consument– maar in verkapt corporatisme waar niet de burgers maar de zorgverzekeraars van profiteerden.

En dat terwijl Nederland juist behoefte heeft aan meer vrijheid, minder paternalisme, minder overheidsbemoeienis. Niet alleen in de zorg maar ook op het terrein van de pensioenen.

De verplichting vanuit de staat om deel te nemen aan een collectieve pensioenopbouw, die de werknemer gemiddeld 20 procent van zijn inkomen kost, is een enorme inbreuk op de economische vrijheid van mensen.

Welke principiële legitimiteit heeft de staat om te stellen dat zijn burgers zonder overheidsingrijpen onvoldoende aanvullend pensioen opbouwen? Een veelgehoord argument is dat grote groepen burgers die verantwoordelijkheid niet aan kunnen. Dat diezelfde burger wel kan stemmen, auto kan rijden en een huis kan kopen is blijkbaar van een andere orde.

Het echte geloof in een kleine overheid, in lage belastingen, in individuele verantwoordelijkheid, ondernemerschap en burgerlijke vrijheid is momenteel in politiek Nederland dan ook nauwelijks aanwezig. Ook niet bij zichzelf liberaal noemende partijen.

Hun pleidooi voor een participatiesamenleving is daarmee ook hol en heilloos. Zij gaat immers niet gepaard met waarachtige lastenverlichting en een terugtredende overheid, waardoor de burger werkelijk eigen verantwoordelijk kan en moet nemen. Zoals gesteld: „politieke vrijheid vereist voor alles economische vrijheid.”

Verklein daarom de overheid, voer een vlaktaks in, vergroot de keuzevrijheid in de zorg, stop het verplicht en collectief aanvullend pensioen, ontmantel en dereguleer. Vergroot, kortom, de vrijheid van de burger.