Groot chroniqueur van de Spaanse ‘transición’

Rafael Chirbes (1949-2015)

Schrijver

Zijn crisisroman ‘En la orilla’ (2013), bracht Rafael Chirbes plotseling de bestsellerstatus.

Graag haalde de zaterdag overleden Spaanse schrijver Rafael Chirbes de uitspraak van Balzac aan, dat de roman het privéleven van een natie weergeeft. Chirbes gold als een van de belangrijkste schrijvers van Spanje. Hij gaat de geschiedenis in als de chroniqueur van de transición die volgde op de dood van dictator Franco in 1975. „Mijn stelling is dat het land in de vette jaren zijn herinneringen inruilde voor geld”, zei Chirbes vorig jaar in een interview met deze krant over zijn roman Aan de oever (2013).

Dat boek (En la orilla), gisteren in El País aangeduid als „de grote roman van de crisis”, had hem plotseling een bestsellerstatus gebracht. Het sloot precies aan bij het gevoel van frustratie dat zich na de economische crisis meester had gemaakt van Spanje, dat door Chirbes eerder was beschreven als „een land dat niet meer denkt”. Aan de oever is het verhaal van een timmerman die zijn bedrijf samen met de rest van de vastgoedsector ten onder ziet gaan. Somberder was Chirbes nog nooit, schreef Ger Groot in NRC Handelsblad, die de hoofdpersoon van het boek aanhaalde, met een ‘wanhopig makende kijk op de wereld, de overtuiging dat er geen mens is die het niet verdient om als schuldige te worden behandeld’.

Vrolijk was het werk van Chirbes nooit. De crisis was al voorvoelbaar in Chirbes’ roman Crematorium (2008), die verscheen juist voor de Spaanse vastgoedballon leegliep en de grote ontluistering toesloeg. Niet tot Chirbes’ verbazing, zoals hij vorig jaar toegaf: „Mag ik nu even gemeen zijn: dan had men mijn eerdere boeken maar moeten lezen.”

Die boeken vonden maar geleidelijk een groter publiek, ook al omdat het werk van Chirbes door de vele stemmen en perspectiefwisselingen geen makkelijke kost is. De literaire kritiek sloot hem al in de armen bij de trilogie die hij situeerde rond de dood van Franco in 1975, de tijd waarin zijn generatie er nog een was van mannen en vrouwen vol idealen.

Chirbes, die geschiedenis studeerde, was aanvankelijk communist. Hij gaf Spaanse les in Parijs en Marokko en werkte als journalist, onder meer voor een culinair tijdschrift dat op de golven van de hoogconjunctuur steeds verder groeide. In 1988 publiceerde hij zijn eerste novelle, Mimoun, waarin de invloed van Albert Camus te zien was. Chirbes maakte geen geheim van zijn inspiratiebronnen. In het nawoord van Crematorium noemde hij onder meer Joseph Roth, Canetti, Broch, Vargas Llosa en Martin Scorsese.

Chirbes woonde op het platteland in de buurt van Valencia en kwam naar eigen zeggen niet veel buiten. Hij overleed op 66-jarige leeftijd, aan een pas kort geleden gediagnosticeerde longkanker – jarenlang rookte hij drie pakjes per dag. Volgens zijn uitgever had hij juist het manuscript van zijn laatste roman klaar, París-Austerlitz, die in januari volgend jaar in Spanje moet verschijnen.

Vrijwel al het werk van Chirbes is in het Nederlands vertaald, de eerste zes bij Menken Kassander en Wigman, Aan de oever bij Meridiaan. Dat laatste boek was in Nederland genomineerd voor de Europese Literatuurprijs.