Geen betere kandidaat dan zijn levenspartner

Sinds 2001 gunde de directeur van Het Nieuwe Instituut in Rotterdam 29 gesubsidieerde opdrachten aan zijn vriend. Het zijn tentoonstellingen, ontwerpopdrachten en, bijvoorbeeld, de inrichting van een kantoor.

Ook voor ‘Opera Aperta/Loose Work’, de Nederlandse inzending voor de Biënnale van Venetië in 2011, gunde Beumer zijn vriend een opdracht. Hij was een van de medewerkers aan het kunstwerk. Foto Mondriaan Fonds

„Stel je nou eens voor dat Onno Hoes vorig jaar als burgemeester op kosten van de gemeente Maastricht de opdracht voor een muziekfeest op het Vrijthof had willen geven aan het bedrijf van zijn levenspartner Albert Verlinde. De gemeenteraad zou dat hebben afgeschoten vanwege belangenverstrengeling.”

Architect Kees van der Hoeven uit Wassenaar vindt het een aardige vergelijking met wat directeur Guus Beumer van Het Nieuwe Instituut in Rotterdam doet. Deze zomer gaf Beumer (60) als directeur van het instituut (voorheen het Nederlands Architectuurinstituut) een opdracht aan het architectenbedrijf van zijn levenspartner, Herman Verkerk. Het instituut ontvangt subsidie van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) en de gemeente Rotterdam.

Van der Hoeven maakte zich daar boos over. Hij schreef de boosheid vorige maand van zich af in een column op zijn website architectenwerk.nl. Aanleiding was een persbericht van Het Nieuwe Instituut waarin voor september de tentoonstelling ‘het Tijdelijk Modemuseum’ wordt aangekondigd. Het bureau EventArchitectuur van Herman Verkerk maakt het ontwerp.

Voor de keuze voor Verkerk zouden er artistieke redenen zijn. Van der Hoeven: „Daarbij wordt voorbij gegaan aan het feit dat je een door de overheid betaalde opdracht aan iedereen kunt geven, behalve aan je eigen partner”.

Gesubsidieerde opdrachten

Het gaat niet om een incident. De recente opdracht is er een in een lange reeks. Overal waar Beumer als curator of directeur afgelopen jaren de scepter zwaaide, gunde hij opdrachten aan EventArchitectuur.

Sinds 2001 gaat het om 29 gesubsidieerde opdrachten blijkt uit een inventarisatie van deze krant. Beumer was telkens betrokken: als directeur van de Stichting Designprijs Rotterdam; als curator van de Vleeshal in Middelburg; als directeur van cultuurcentrum Marres in Maastricht; als directeur van NAiM/Bureau Europa in Maastricht; als curator van Utrecht Manifest 2009; als curator namens de Mondriaanstichting en nu als directeur van Het Nieuwe Instituut. Het zijn tentoonstellingen, ontwerpopdrachten en, bijvoorbeeld, de inrichting van een kantoor.

Beumer kwam in 2011 al in opspraak. Weekblad Vrij Nederland publiceerde voorbeelden van de verwevenheid tussen Beumer en Verkerk. De publicatie bleef zonder gevolgen voor Beumer die toen nog in Maastricht werkte. In 2013 werd hij directeur van Het Nieuwe Instituut. Van der Hoeven: „Ik heb destijds in een column de hoop uitgesproken dat het afgelopen zou zijn met de belangenverstrengeling. Maar toen de aankondiging voor het Tijdelijk Modemuseum in de bus viel wist ik: het gaat gewoon door.”

Toch geen betere kandidaat

Koos van der Steenhoven, voormalig secretaris-generaal van het ministerie van OCW, is voorzitter van de raad van toezicht van Het Nieuwe Instituut. Hij voert het woord namens Beumer, Verkerk en het instituut. Wist hij van de opdrachten die Beumer eerder aan zijn partner gaf?

„Tijdens het sollicitatiegesprek met Beumer is dat aan de orde gekomen. We hebben afgesproken daar goed op te letten. Als een bevriend bedrijf wordt ingezet dan dient dat gemeld te worden. Deze opdracht is dan ook voorgelegd. Wij hebben het aan de Governance Code Cultuur (de gedragscode voor culturele instellingen) getoetst. De raad van toezicht was unaniem van mening dat het in dit incidentele geval kon. Doorslaggevend was de specifieke kwaliteit die het bedrijf inbrengt.”

Andere architecten konden niet meedingen naar de opdracht van 35.000 euro. Dat zegt de voorzitter te beseffen. „Een aanbesteding was niet verplicht, maar hadden we natuurlijk kunnen doen. Dat we dat toch niet gedaan hebben, komt omdat we er honderd procent van overtuigd zijn dat er toch geen betere kandidaat is.”

Verkerk is niet de enige relatie die Beumer heeft ingeschakeld voor de modetentoonstelling. Beumer gunde ook opdrachten aan zijn twee voormalige zakenpartners, modeontwerpers Alexander van Slobbe en Francisco van Benthum. Tot 2013 was Beumer medeaandeelhouder van een bedrijf dat hun kledinglijnen verkocht.

Van der Steenhoven wist niet dat Van Slobbe, Van Benthum en Beumer samen zaken deden. „Dat is niet aan de orde geweest tijdens het sollicitatiegesprek. Maar dat is niet belangrijk. Wij keken vooral naar het aantrekken van de man met de beste papieren, een boegbeeld voor het instituut.”

Kleine wereld

Ook José Teunissen, lid van de raad van toezicht, kreeg van Beumer een betaalde opdracht voor de modetentoonstelling. Zij is eveneens een bevriende relatie. Van der Steenhoven: „Ook bij haar hebben we gekeken of er niet iemand anders als adviseur kon optreden, maar zij was de beste. Het is een kleine wereld. Dat je bij iemand van de raad van toezicht uitkomt, is niet uit te sluiten. Het is voldoende dat ze, terwijl ze werkt voor de tentoonstelling, tijdelijk terugtreedt uit de raad van toezicht.”

Van der Hoeven meldde de kwestie bij subsidiegever minister Bussemaker (PvdA, OCW). Van haar kreeg hij vorige week antwoord. In haar brief schrijft ze dat de raad van toezicht „uiterst zorgvuldig” is geweest. Verkerk en Teunissen zijn, schrijft ze, „niet eerder bij enig tentoonstellingsontwerp binnen Het Nieuwe Instituut betrokken geweest. Het is dus een uitzondering die serieus gewogen is.” Ze wijst erop dat de Governance Code Cultuur is gehanteerd.

Dat Verkerk niet eerder is ingeschakeld blijkt onjuist. In het zomerprogramma 2013, net na het aantreden van Beumer, zat een tentoonstelling ontworpen door Verkerk. En de governancecode, waarnaar Bussemaker verwijst, spreekt over „het vermijden van elke vorm van belangenverstrengeling”. De code schrijft ook voor dat de raad van toezicht „een reglement” heeft met „regels over het omgaan met tegenstrijdige belangen bij leden van de raad van toezicht, het bestuur en de externe accountant”. Zo’n reglement is er niet.

De minister baseert zich op informatie van de raad van toezicht. „Zelf lijkt het ministerie geen onderzoek te hebben gedaan”, reageert Van der Hoeven. „Dan krijg je zo’n antwoord.”