Foto’s maken de vakantie

Vakantie is de beloning voor de loonslavernij, en ook de bevestiging ervan, schrijft Gerard Adelaar. Alleen als je naar een ver oord gaat en er foto’s van maakt, tel je mee.

Foto AFP

Vakantie, we zijn ‘er echt aan toe’, gaan ‘er even tussenuit’, ‘bijtanken’. Kennelijk is dat nodig, vluchten uit het leven van de onderlinge concurrentie, de efficiëntiedrift, de jacht van de kloktijd, het leven van grijs beton, voortrazend blik en ongenadig transparant glas.

De zondag als rustdag vinden we achterhaald. Vakantie is alom geaccepteerd. Sterker, wie niet of dichtbij huis met vakantie gaat, telt niet mee. Eigenlijk is vakantie evenzeer als arbeid onderdeel van de productie- en consumptiemaatschappij. Er is een tijd van produceren, een tijd van consumeren.

Tijdens de hoogtijdagen van de ijzer- en koolrevolutie waren de arbeidende mannen, vrouwen en kinderen vervangbare onderdeeltjes van de machine. Ze arbeidden twaalf, veertien of zestien uur per week, van vakantie was geen sprake.

Inmiddels hebben we het veel beter. De arbeidsdagen zijn korter, en we hebben vier, vijf of meer weken vakantie per jaar. Dit is overigens nog steeds niets bij de ongeveer honderd jaarlijkse vrije dagen (holy days) in katholieke landen vóór de industriële revolutie.

Helaas ontsnappen we met vakantie niet alleen aan ons leven van alledag, maar zijn er juist ook dienstig aan. ‘Vrije tijd’ houdt ons zoet, is onze beloning voor het arbeiden, het lokkende toetje als het kind de spruitjes heeft opgegeten. De dure vakanties komen daarnaast weer ten goede aan het proces van productie, consumptie en kapitaalvermeerdering. Gelukkig wordt een deel van het vakantiegeld ook besteed bij het bakkertje om de hoek, dat in veel andere landen minder is weggeconcurreerd dan in Nederland.

Op vakantie gaan is bovendien een prestigekwestie. Wie in Nederland of België op vakantie gaat, kan soms op hoongelach of meewarige blikken rekenen. Als je, eenmaal weer achter je bureau gezeten, opschept over je vakantie, kan je collega trots oplepelen welke bestemmingen nog ‘op zijn lijstje staan’. Ook zo’n lijstje draagt al bij aan zijn aanzien. Onze vrienden hebben we natuurlijk via Facebook reeds ons superieure leven geëtaleerd, middels plaatjes van fonkelende glazen rode wijn, de ondergaande zon en indrukwekkende natuurtaferelen op de achtergrond. Foto’s! Harde bewijzen dat we er echt geweest zijn. Geen tijd om langs de lens te kijken, want dat telt niet. Niet de belevenis, maar het bewijs dat je het beleefd zou kunnen hebben, de digitale foto.

Wit zijn is niet zijn

Mooi bruin zien is het getuigenis van echte klasse. Brandend in de zon jaag je ernaar, koortsig badend in het zweet in plaats van in de zee. Dat laatste doe je eigenlijk alleen om nat te worden zodat je nog sneller bruin wordt. Berichten over het toenemend aantal huidkankergevallen moet je negeren, want wit zijn is niet zijn, en de suggestie dat je ons kikkerland niet hebt verlaten. Ook dat illustreert de beheersing van de vakantie door het leven waarvan we dachten vacant te zijn: de onderlinge wedijver. Vakantie is de klinkklare beloning voor de loonslavernij, maar ook weer de bevestiging ervan, want zonder het loon op de slavernij is vakantie niet te betalen.

Vakantie: we zijn er hard aan toe.