Everybody loved Lizzie

Schrijversduo Eva Wanjek schreef een historische roman die ook een gedoemde liedesgeschiedenis is. De alledaagsheid onder een verheven verhaal komt daarin mooi naar voren.

Dante Gabriel Rossetti schilderde tussen 1864 en 1870 Beata Beatrix, gemodelleerd naar zijn geliefde Lizzie. Het portret hangt in het Tate Britain, en staat op het omslag van Wanjeks boek.

Een van de merkwaardige en beste boeken van 2013 was de roman Vader van God van Martin Michael Driessen (1953). In het boek herschiep Driessen het Oude en Nieuwe Testament tot een merkwaardig en droogkomisch verhaal dat culmineerde in een ontroerende reis van Jozef, die probeert zijn zoon Jezus voor de Heer te verstoppen omdat hij weet dat het kind zijn uitverkorenheid met de dood zal moeten verkopen.

Het boek was een schoolvoorbeeld van wat historische fictie vermag: een bekend verhaal bij de lurven grijpen en het op zo’n manier vervormen dat het de dramatische kracht van het origineel heeft, maar daar tegelijkertijd commentaar op geeft.

Drie jaar na Vader van God is er Lizzie, het debuut van Eva Wanjek. Wanjek is Driessen, maar niet in zijn eentje. Hij schreef het samen met de als prozaïste debuterende dichter Liesbeth Lagemaat (1962). Zij kreeg in 2005 de C. Buddingh’-prijs voor haar poëziedebuutbundel Een grimwoud in mijn keel. Eerder dit jaar verscheen haar verhalende gedicht Nachtopera, over een gezin dat ten onder gaat.

Verliefd op de naaister

Lizzie bevindt zich op het kruispunt van de laatste twee boeken: het is een historische roman over het artistieke Londen van halverwege de negentiende eeuw, met de speelse verbeeldingskracht van Driessen, maar ook het verhaal van een even heftige als gedoemde liefde.

Een van Driessens (en daarmee Wanjeks) grootste charmes is de wijze waarop hij de alledaagsheid onder een verheven verhaal naar voren kan brengen. Zo ook in Lizzie, waarin de jonge schilder Walter Deverell in een Londense straat anno 1849 een roodharige vrouw ziet, van een niet te bevatten schoonheid. Hij volgt haar en ziet haar een kledingzaak binnengaan – kennelijk is ze naaister.

Hoe nu verder? De meeste schrijvers zouden de ambitieuze kunstenaar iets min of meer moedigs hebben laten doen om in contact te komen met het object van zijn begeerte, maar in deze roman wendt Deverell zich tot zijn moeder. Hij heeft zo’n kek hoedje in een winkel zien liggen, wil Maman niet met hem mee naar de kledingzaak?

Ze werd het favoriete model

De rest is kunstgeschiedenis. Elizabeth Siddal (1829-1862), want zo heette de oogverblindende schoonheid, werd het favoriete model van de prerafaëlitische schilders. Zo stond ze model voor de verdrinkende Ophelia in het beroemde schilderij van John Everett Millais, waarvoor zij zo lang in een afkoelende badkuip moest poseren dat ze longontsteking opliep. Dat typische detail is trouwens niet door Wanjek verzonnen – het hele verhaal van Lizzie blijft dicht bij de historische werkelijkheid.

Uiteraard werden alle schilders verliefd op het beeldschone model. Haar hart was echter al meteen ontvlamd voor één van hen, Dante Gabriel Rossetti (1828-1882), tevens dichter, die in Lizzie dadelijk zijn alles ziet. Zij zal voor hem poseren, zij moeten elkaar beminnen – Lizzie zelf blijkt bovendien te tekenen en te dichten: de idylle is compleet.

Lijkt compleet, want hoe oprecht de wederzijdse aanbidding ook is, in de loop der tijd loopt er steeds meer scheef. Niet zozeer bij Dante. Die heeft zijn muze, schildert haar als een bezetene en zit in een roes van verheven gedachten. Elizabeth heeft het er moeilijker mee, laat Wanjek in een reeks subtiele scènes zien. Ze wil het perfecte model zijn en de ideale echtgenote – bovendien heeft ze zelf ambitie als schilder en dichter. Het blijkt te veel van het goede, ook al omdat er in de kringen van Dante veel werd gedronken en werd geëxperimenteerd met verschillende opiaten.

Lizzie raakt verslingerd aan het arsenicum bevattende drankje Fowler’s Solution, waarvan zij meende dat het haar mooi en slank hield. Haar omgeving zag haar steeds magerder en ongelukkiger worden. Intussen verhoudt de verhevenheid die Dante in Lizzie ziet, zich steeds slechter met een erotische relatie. Er komen minnaressen en andere modellen. Alleen als ze samen high zijn van de laudanum komen de geliefden werkelijk tot elkaar. Het levert hartverscheurende passages op.

Grimmig als een teef

In het grootste deel van de roman is een alwetende verteller aan het woord, met de scherpe, ironische schrijftrant van Driessen, waarin ook de artistieke ideeën en obsessies van Rossetti subtiel worden ingevlochten.

Tussendoor staan cursieve passages in de ik-vorm, verteld door Lizzie. Die hebben een veel lyrischer toon, naïever ook en allengs gekker en agressiever. Neem de scène die volgt op een drankovergoten avond waarop Elizabeth Veronese en Tintoretto door elkaar heeft gehaald. Haar schaamte ontwikkelt zich tot een woeste haat tegen de zo onaanraakbaar ogende Dante: ‘Hij gaat naar de slaapkamer om zich aan de kleden. Ik volg hem, grimmig als een teef die alleen maar een kans afwacht om hem in zijn kuit te bijten. Ik begin weer te praten, ik ratel erop los, probeer iets te bereiken, ik weet niet wat, maar dat zal wel blijken als hij eindelijk ook iets zou zeggen. Maar hij zegt niets, hij kleedt zich aan [...] Hij lijdt, ik laat hem lijden, maar hij lijdt niet zo erg als ik, want hij is niets dan een verwende egoïstische narcist.’

Daar werkt de dubbele stem van het boek het best: de woordenstroom van Lizzie (waarvan het voor de hand ligt dat die door Lagemaat is geschreven, al staat daar niets over in het boek) vult precies datgene in wat voor Dante steeds onbereikbaarder wordt, het innerlijk van zijn vrouw. Het nadeel van de vorm is wel dat het boek er wat traag van is geworden.

Dat het verhaal van Elizabeth Siddal een relaas van een zelfdestructie zal worden, blijkt al snel – Wanjek speelt haar kaarten langzaam uit, ook al om recht te doen aan de historische werkelijkheid.

Na de dood van Lizzie, waarbij overigens een kwade genius niet te beroerd is het noodlot een flink eind op weg te helpen, gaat het boek nog een dertigtal pagina’s door, zoals Dante Gabriel Rossetti in werkelijkheid zijn vrouw bleef schilderen en schilderen, tot hij ook zelf in de mist verdween.

In dat laatste stuk van de roman is de stem van Elizabeth verstomd. Er staat alleen nog af en toe: ‘Al die tijd sprak Lizzie tot Dante, maar hij hoorde haar niet.’ Woorden die de kern van deze knappe en pijnlijke liefdesroman raken.