De kosmopolitische ingenieur en de klets

In de vierde aflevering van Zomergasten praatten Adriaan Geuze en Wilfried de Jong langs elkaar heen: breed denken botste met de microblik.

Fragment uit Jamón, jamón, de keuzefilm van Adriaan Geuze.

Na een fragment over de Deltawerken zag Wilfried de Jong zijn kans schoon, nu hij een ingenieur aan tafel had. Wat vond Adriaan Geuze in het licht van die precisie nu van het incident in Alphen aan den Rijn? Het antwoord begon met de verontschuldiging dat hem dat niets zei, hij was met vakantie geweest. Na een omschrijving van het omvallen van twee hijskranen met veel materiële schade, begreep Geuze de vraag nog steeds niet. Dat had hier toch niets mee te maken? Misschien is er wel een rekenfout gemaakt. Ook bij de Deltawerken ging veel mis. 

Het was misschien wel de hardste botsing tussen twee denksystemen. Aan de ene kant de in de hele wereld werkende landschapsarchitect en stedenbouwer die alleen naar de grote lijnen kijkt. Aan de andere kant de waan van de dag, de op Nederland gerichte blik. Wat betekent dit nu voor ons hier?

Het is duidelijk dat Geuze niet veel naar de Nederlandse televisie kijkt, want dan had hij deze confrontatie kunnen zien aankomen. Globaal beschrijft hij het probleem als volgt: „De wereld is retecomplex, soms gewelddadig, gevaarlijk of subliem. Dat is de dagelijkse werkelijkheid. Nederland heeft de neiging om weg te kijken, en zich vast te bijten in procedures. De markt moet beslissen wat er gebeurt, anders is het niet redelijk. En dat is niet de bedoeling in Nederland.”

Om niet geheel duidelijk geworden particuliere redenen ziet Geuze de „horizonloze” animatie van Jip en Janneke uit de jaren 70 als de symbolische start van „de gesel van de redelijkheid van de babyboomers.” De twee kinderen zeggen alles hardop en minstens twee keer: „Dat eindigde in een samenleving waarin iedereen kletst.”

Die laatste constatering valt moeilijk te logenstraffen. Het leek erop dat Geuze zijn gastheer geen uitzondering op de regel vond. Had hij na een fragment met flamencodanseres Carmen Amaya de Spaanse cultuur de hemel in geprezen („ze houden van eten en praten over voedsel, net als over schilderkunst en muziek”), werpt De Jong tegen dat hij daar ook allemaal van houdt en toch echt in Nederland woont. 

Volgens Geuze zit onze kracht in het gemiddelde en het gewone, en in het maken van nieuw land, als compensatie voor het verloren paradijs,

Aan de hand van klassieke documentaires van Pare Lorentz en Joris Ivens, liet Geuze zien wat we vroeger beter konden dan de Amerikanen en de Russen. Zowel het kapitalisme als de planeconomie veroorzaakte in de jaren 30 hongersnood. Wij lieten nieuwe akkers ontstaan volgens de vaste trits: eerst een plan maken, vervolgens uitproberen en dan implementeren. Het Deltaplan was de laatste keer dat dat goed werkte.

Daarna kwam de Ruimtelijke Ordening, de redelijkheid, de obsessie met procedures. Daardoor gebeuren er steeds meer dingen die niemand eigenlijk wil, overigens in alle sectoren van de oude polder.

Het nachtmerrievoorbeeld fotografeerde Geuze in 2007 vanaf de middenberm van de A4, elke twintig meter een foto over vier kilometer. Zicht op Leiderdorp, een aaneenschakeling van ondoordachte lelijkheid, maakt hem niet moedeloos: „Het is erger, ik ben in paniek, weet niet meer hoe we dit nog ooit goed kunnen krijgen.” Hij citeert Engelse vrienden, die beleefd opmerken dat dit rommellandschap kenmerkend is voor de Nederlandse cultuur, die eer noch schaamte kent.

Als je met de trein van Schiphol naar Rotterdam reist, dan is er van dat prachtige landschap met die horizon weinig meer over. De Jong speelde advocaat van de duivel: „Maar op die industrieterreinen gebeuren toch allemaal dingen die ook moeten gebeuren? Mensen moeten toch meubels kunnen kopen?”

Tsja, Delft was in de 17de eeuw ook een handelscentrum, daar gebeurde van alles dat functioneel was. Maar de stad was ook mooi. Nu figureert het in Geuzes rijtje van verschrikkingen: Leiderdorp, Diemen, Sliedrecht, Zaltbommel, en er komen steeds meer plaatsen bij.

Het was een goed college gisteravond, met ook aandacht voor kunstenaars die helpen het landschap beter te begrijpen: van Bach via Hobbema tot dichter H. H. ter Balkt.

Ook de rol van Wilfried de Jong was uiteindelijk toch positief, als levende illustratie van de in zichzelf gekeerde Jip-en-Jannekecultuur. Die heeft ook niemand zo gewild, babyboomer noch Jan Terlouw van het Redelijk Alternatief noch de VPRO. Maar het gebeurt vanzelf, als er geen idealen meer zijn, geen grote plannen, maar procedures.