Als christenen worden vermoord, wat doet de kerk dan?

Christelijke kerken in Nederland luidden zaterdag de klokken om aandacht te vragen voor de vervolging van hun geloofsgenoten in het Midden-Oosten.

Leden van het Kamper Klokkenluidersgilde verlaten de klokkentoren nadat ze er zaterdag de ‘noodklok’ hebben geluid voor vervolgde christenen. Foto’s Maarten Hartman

„De nood en dood van christenen in Irak en Syrië gaat ons zeer aan het hart”, zegt Kees van den Ham, actief in de Jacobikerk in Utrecht. „Ze hadden daar immers al christenen toen wij hier nog onder de Wodanseik zaten. Die christelijke gemeenschappen zijn nu allemaal aan het verdwijnen.”

De Jacobikerk is een van de kerken die afgelopen zaterdag om 12 uur één minuut lang de klokken luidden. Dit gebeurde in tientallen gemeenten uit solidariteit met vervolgde mede-christenen in het Midden-Oosten.

Het zal de meeste mensen zijn ontgaan. Slechts een minderheid van de 3.500 kerken in Nederland deed mee; onbekend is hoeveel precies. Het waarom ervan was, enkele dagen tevoren, alleen in christelijke media toegelicht. Een duidelijke context voor het grote publiek – zoals op 23 juli vorig jaar, toen honderden kerkklokken op de dag van Nationale Rouw voor de slachtoffers van de ramp met de MH17 luidden – ontbrak ditmaal. De Haagse Kloosterkerk deed daarom niet mee. Dominee Rienk Lanooy: „Zoiets heeft alleen zin als algemeen bekend is waarom er geluid wordt.”

De actie van afgelopen zaterdag was overgewaaid uit katholiek Frankrijk en België, en had de steun van de Protestantse Kerk in Nederland (PKN) en van de bisschoppen. Het gebeurde op 15 augustus, de dag waarop katholieken de tenhemelopneming van Maria gedenken. „We wenden ons tot Maria als er met ons iets misgaat”, verklaarde de aartsbisschop van Avignon de keuze voor deze datum.

Huiverig

Niet alle kerken namen zaterdag met dezelfde overgave deel. De Utrechtse Jacobikerk plakte er ’s middags een ‘gebedsmoment’ aan vast, maar de Amsterdamse Westerkerk reageerde lauwer. „We doen mee omdat de PKN ons dat vroeg”, aldus een medewerkster.

Mainstream kerken, de niet-orthodoxe, staan van oudsher wat huiverig tegenover al te luid hameren op christenvervolging. Ze geven de voorkeur aan stil gebed en onopvallender vormen van hulp. „Dat klinkt misschien gek, maar er zit wel een zekere logica in”, zegt Feije Duim, medewerker van de hulporganisatie Kerk in Actie, „Veel christenen uit Syrië, Ethiopië of Libanon zeggen namelijk tegen ons: zet ons alsjeblieft niet apart. Dat doet IS al. Als jullie dat toch doen, zullen moslims zeggen: verdwijnen jullie maar naar het christelijke Westen.”

Exclusieve aandacht voor christenvervolging strijdt ook met een diepliggend instinct dat kerken solidair willen zijn met iederéén die onderdrukt wordt. De PKN plaatste daarom eerder dit ‘voorbeeldgebed’ op z’n site: „Bevrijd ons toch van deze terreur die mensen teistert, die ons zo bang maakt. Hoe ontkomen wij, moslims en christenen samen, aan dit bederf?”

PKN-woordvoerder Marloes Nouwens-Keller: „We blijven de verbinding met moslims zoeken. Tegelijkertijd kunnen we er niet omheen dat het klimaat verandert. Door de stroom aan verschrikkelijke berichten over de situatie van christenen in het Midden-Oosten kunnen we niet meer spreken van incidenten. Er is sprake van een structuur van verdrijving, onderdrukking en erger. Het onderwerp leeft bij onze achterban enorm.”

Ontzetting

Het vermoorden en verdrijven van de christenen in het Midden-Oosten (van de 1,5 miljoen in 2003 resteert nu nog een derde) wekt in kerkelijk Nederland veel onrust, aldus PKN en bisschoppen. De moord, vorig jaar april, door moslimextremisten op pater en jezuïet Frans van der Lugt, die in het Syrische Homs arme moslims en christenen hielp, oogstte ontzetting. Organisaties die al lange tijd aandacht vragen voor christenvervolging, zoals Open Doors en Stichting De Ondergrondse Kerk, kregen mede door dit soort berichten vorig jaar meer donaties.

Otto Grevink, predikant in Waalwijk: „We wisten natuurlijk al veel langer dat er veel christenvervolgingen waren, vooral in Noord-Korea en het Midden-Oosten. Maar nu krijgen die veel meer aandacht van de media door het vaak beestachtige karakter van de onderdrukking, zoals onthoofding, ontvoering en slavernij. Mensen in mijn kerk geven daarvan overigens niet zozeer de moslims de schuld, maar eerder extremistische groepen.” Ook Grevink luidde zaterdag „de noodklok”.

Niet alleen de situatie in het Midden-Oosten speelt een rol. Ook de groeiende stroom bootvluchtelingen uit Afrika versterkt het besef dat christenen geholpen moeten worden, zegt Tom Marfo. Hij is verbonden aan een hulporganisatie tegen mensensmokkel en actief binnen een Pinkstergemeente in Amsterdam Zuid-Oost.

Marfo: „We proberen honderden geloofsgenoten per jaar via een informeel circuit te voorzien van bed en brood – en soms zelfs een baantje”, zegt hij. „Natuurlijk zouden we graag ook moslims helpen en met de liefde van Jezus Christus in aanraking brengen. Maar die gaan naar de moskee.”

Verhalen over verschrikkingen in Afrika en op de Middellandse Zee werken „solidariserend en mobiliserend binnen de kerken”, zegt Marfo. In april twitterde hij zelf over de moord door het islamitische Al Shabab op 148 voornamelijk christelijke studenten in Garissa, Kenia. Even later meldde de Italiaanse politie dat twaalf christenen uit Nigeria en Ghana tijdens hun tocht over de Middellandse Zee overboord waren geduwd door Afrikaanse moslims. Ze hadden geweigerd tot Allah te bidden. Alle twaalf verdronken.