Column

Wesp

Georgina Verbaan

Eergisteren zat ik op een terras in de nabijheid van een man die het aandurfde het op te nemen tegen wespen in de strijd om de titel Meest Hinderlijke Bemoeial. Ik zat met mijn neef, zijn vrouw en de korte mensen die wij op een zo aangenaam mogelijke manier proberen te behoeden voor allerlei onheil bij een strandtent te verpozen. Zoals dat gaat met familie die je niet vaak ziet, wisselden we algemeenheden uit over onze levens om het gezellig te houden. En dat was het ook.

Schuin achter ons, echter, zat iemand die daar graag, ongevraagd, in meedeelde. Hij haakte in op de opmerkelijkste momenten, een beetje zoals Twitter, maar dan in het echt. Omdat ik al één keer had omgekeken naar hem, en had gezien dat hij het vervelende hoofd had van een grijnzende tomaat met een pruikje op, had ik hem voor zover mogelijk op ‘mute’ gezet. Maar, en dat is dan weer anders dan op Twitter, in het echte leven blijf je mensen wel horen als ze tegen je blijven praten.

Toen ik in lichte paniek op een stoel ging staan om mijzelf een beter uitzicht over het strand en een verloren gewaand kind te verschaffen bijvoorbeeld, kon hij het niet laten om te roepen: „O jee, ja hoor. Ze gaat springen. Kijk, die gaat zelfmoord plegen. Spring!” Hij zei dit tegen zijn twee dochters die de ganse middag ijs etend tegen zijn buik aan lagen. Voor de show uiteraard, want het was de bedoeling dat we zouden reageren. Nu is het doorgaans erg onbeleefd om niet op grappen te reageren, ook als ze slecht zijn of niet direct op je gericht zijn maar via anderen, maar soms moet je een grens trekken om erger te voorkomen. We negeerden hem dus volledig. Ik durf wel te zeggen dat ik daar vrij bedreven in ben. In mijn ooghoek zag ik hem een gebaar maken van ‘flauw hoor’.

Zochten we iets uit om te eten, hoorde je hem kwetteren. Moest er iemand plassen: meneer wierp commentaar. Toen er een wesp in een flesje appelsap zat en wij het insect er met een rietje uit probeerden te krijgen (twee wespen daarvoor hadden zich dankbaar om het rietje geklemd, maar deze was te dom) kon hij het ook niet laten advies te geven. „Gooi het weg. Gewoon nieuwe bestellen. Hé! Nieuwe be-stel-len. Bestel gewoon nieuwe appelsap. Toch? BESTEL NIEUWE!” In gedachten vermorzelde ik hem met één elegante zwiep van een heel grote, dikke slipper. En dreef er een pruikje in een rode plas met pitjes.