Column

Wachten op een clandestiene handelaar in benzine

Arnon Grunberg rijdt met voormalig asielzoeker Qader Shafiq naar Kabul.

Twee Hongaren zijn met de motor op weg van Hongarije naar Kirgizië. Ze zitten net als wij in hotel Jipek Joli in Nukus, in het westelijke gedeelte van Oezbekistan, hoofdstad van de autonome republiek Karakalpakstan, en geven ons pálinka, Hongaarse schnaps, te drinken.

„Je hebt me in de steek gelaten”, zegt reisgenoot Qader.

Die middag ben ik lopend de grens naar Oezbekistan overgegaan, Qader bleef met de auto en de meeste bagage aan Kazachstaanse zijde achter.

Later die dag viel Qader tijdens het rijden in slaap, zodat we bijna op een tegenligger botsten. We lieten elkaar in de steek. In een wegrestaurant gingen we op een Perzisch tapijtje slapen. Er lagen daar meer mensen op tapijten te slapen. Buiten was het veertig graden, de steppe was meedogenloos, en terwijl ik daar lag overviel mij de gedachte dat ik deze reis niet zou overleven. De walging voor het leven was groot.

Voor Nukus kwamen we een politieagent tegen die vroeg: „Hebben jullie iets voor me meegebracht?”

Qader moest bij hem in de auto zitten en daarna vertelde hij: „De agent wilde geld, maar ik heb hem gelukkig gemaakt met een potlood.”

Een potlood. Weer was er walging en pálinka drinkend met de Hongaren bleef weemoed over.

De ochtend erop is de weemoed verdwenen, maar de verkoop van benzine is ook tijdelijk gestopt. We moeten een kleine vier uur wachten op een clandestiene handelaar in benzine. De benzine zit in jerrycans en plastic flessen. Foto’s van de transactie mogen niet worden genomen.

’s Avonds, een kilometer of tweehonderd voor de stad Buchara, komen we nog een vrouw met een roos in haar haar tegen. Ze is bezig een wastafel in een karavanserai schoon te maken en kijkt verleidelijk naar mij.

„Je kunt hier trouwen”, zegt Qader. „Maar je hebt veel tegen je: je achtergrond, je schrijverschap, ze houden in dit land niet van schrijvers. Er is één ding dat haar vader zal overtuigen.

„En dat is?”

„Als je in dit wegrestaurant gaat wonen en werken regel ik dat hier elke dag een bus met Nederlandse toeristen voorbijkomt. Als jij zijn schoonzoon wordt, zit hier straks dagelijks vijftig man te eten.”

Ik kijk naar het meisje. Misschien een laatste verliefdheid voor Kabul?

„Zal ik met haar vader praten?” vraagt Qader.

Nooit had ik gedacht dat ik in Oezbekistan zou eindigen, maar alles is mogelijk, behalve andere ouders nemen.

Wordt vervolgd