‘Voorlezen was een smoes voor contact’

Anne Heinsbroek (35) is initiatiefnemer van de VoorleesExpress: 4000 vrijwilligers lezen kinderen met een taalachterstand voor

Opvoeding

„Mijn ouders hebben ontwikkelingswerk gedaan, ze zijn heel idealistisch en milieubewust. Alles thuis was tweedehands, we keken zelden televisie. Maar we kregen veel aandacht. We zijn heel zelfstandig opgevoed, ze gaven ons de ruimte om onszelf te zijn en daarop te vertrouwen. Mijn broertje was anders dan mijn zusje en ik. Rebels, hield niet van studeren. Ook dat was goed. Niemand is minder dan een ander. Het is opvallend dat we alle drie ondernemer zijn geworden. Misschien omdat ons is bijgebracht dat je je niet moet laten weerhouden door praktische bezwaren. Als je iets wilt, dan kun je het.”

Confrontatie

„Ik was een perfectionistisch kind, heb heftige herinneringen aan de dingen die ik niet kon. Voor de geboorte van een buurmeisje wilde ik een pop maken met een tuinbroek aan. Het resultaat heb ik huilend overhandigd, want het was niet wat ik in mijn hoofd had. Op de middelbare school werd ik ziek: chronisch vermoeid. Teveel van mezelf geëist waarschijnlijk. Ik heb moeten leren soms tevreden te zijn met een zes. Gedwongen worden om los te laten voelde uiteindelijk als een bevrijding. Maar ik moet alert blijven en niet over mijn grenzen heen te gaan, dat ligt nog altijd op de loer.”

Relevantie

„De Design Academy sprak enorm tot mijn verbeelding. Het toegepaste, dat je oog moest hebben voor de omgevingsfactoren van een product, maar ook voor de techniek. En er liepen hippe mensen rond. Uiteindelijk ben ik onzeker en zoekend afgestudeerd. Ik miste de maatschappelijke relevantie. Dan baseerden we vazen op een andere cultuur en dacht ik: maar wat hebben de mensen daar eraan? Ik had ook niets met materialen. Het ging mij om de ideeën, de observaties hoe mensen met elkaar omgaan. Dat is waar ik goed in ben: waarnemen, verbanden zien en daarin iets verbeteren.”

Vondst

„Ik ging wonen in Kanaleneiland, een achterstandswijk van Utrecht. Het was de tijd van de moord op Theo van Gogh, er was veel aandacht voor de problemen. Ik was juist nieuwsgierig naar die culturen, wat speelt daar? Als een antropoloog. De zus van mijn Turkse huisgenoot woonde vlakbij, daar kwam ik vaak, maar ik kon nauwelijks communiceren met haar zoons van vier en zes jaar. Die jongens ben ik gaan voorlezen. Voor mij was het eigenlijk een smoes voor contact, maar ik zag hoe het inspeelde op een urgent probleem. En het hielp. Zo ontstond, sparrend met mijn zus, het idee voor de VoorleesExpress.”

Strategie

„Vrijwilligers vinden was niet moeilijk, gezinnen vinden wel. We benaderden sleutelfiguren in de Marokkaanse en Turkse gemeenschap die onze zaak wilden bepleiten. Zij vertaalden in het Berbers en wij maar glimlachen, zo wonnen we vertrouwen. Doordat we hadden gezien hoe essentieel lokale contacten zijn, kozen we voor een franchiseformule. Die groei was lastig. Wij kwamen net kijken, kregen te maken met franchisenemers die zich niet aan de voorwaarden wilden conformeren. Hoe directief ben je dan? Tegen sommige partijen hebben we uiteindelijk gezegd: dan niet. Ik dacht: dan gaat er teveel eigens verloren.”

Gedrevenheid

„Ik heb altijd de behoefte gehad SodaProducties groter te maken, meer te doen dan de VoorleesExpress. Ik word enthousiast door de gedachte dat dingen anders georganiseerd kunnen worden, aangepast aan de tijd. Zo hebben grootschalige subsidies lokaal vaak weinig impact, bovendien is er steeds minder geld beschikbaar. Dan zoeken we naar nieuwe financieringsvormen. Onze AdministratieExpress helpt mensen te behoeden voor problematische schulden. De coaches komen uit het bedrijfsleven. Hun werkgever betaalt ons zodat zij deze werkervaring kunnen opdoen. Dat soort innovatief denken, dat geeft mij voldoening.”

Besef

„Langzaam besef ik hoe bijzonder het is dat ik dit bedrijf samen met mijn zus heb opgebouwd. We zijn heel verschillend: ik rationeel en gericht op structuren, Marieke gevoelsmatig en met oog voor details. Soms botst dat. Ik heb lang geprobeerd geforceerd aan iedereen te laten zien dat wij elkaar geen voorkeursbehandeling gaven. Dat onze samenwerking puur zakelijk was, we waren toevallig ook zussen. Nu denk ik: we zijn de oprichters en enorm bepalend voor de identiteit. Wij hebben geen woorden nodig om te weten waar we voor staan, juist omdat we zussen zijn.”