Tony, hou toch je mond over Corbyn!

Jeremy Corbyn kan partijleider van Labour worden. Dat Tony Blair hem bekritiseert, maakt zijn kans alleen maar groter.

Het was de tweede interventie van Tony Blair binnen een maand. Ditmaal klonk hij wanhopig: Labour „wandelt met de ogen dicht, de armen open, over de rand van de afgrond heen richting de puntige rotsen beneden”, schreef hij gisteren in The Guardian over de leiderschapsstrijd binnen de partij.

Gisteren werden de stemformulieren aan de Labour-achterban verstuurd. De anti-bezuinigingscampagne van de radicaal linkse Jeremy Corbyn heeft dusdanig aan stootkracht gewonnen, dat alles erop wijst dat hij over een maand de nieuwe partijleider is. Blair waarschuwde: „Als Jeremy Corbyn partijleider wordt, zal dat bij de volgende verkiezingen niet leiden tot een verlies zoals in 1983 of 2015. Het zal een totale nederlaag betekenen, mogelijk vernietiging.”

Komend van een oud-premier die drie keer de verkiezingen won met een centrum-links beleid, zou zo’n waarschuwing gewicht in de schaal moeten leggen. Maar zoals meestal wanneer Blair intervenieert, was het olie op het vuur. Zo ongeliefd is hij, dat zijn waarschuwing voor de achterban juist een aanmoediging vormt om op Corbyn te stemmen. „Tony Blair is bij deze Jeremy Corbyns PR-man geworden”, twitterde de invloedrijke linkse columnist Owen Jones dan ook.

De inval in Irak achtervolgt Blair

Die impopulariteit heeft Blair grotendeels te danken aan één controversiële beslissing: de inval in Irak in 2003. De demonstratie tegen die oorlog is nog altijd de grootste in de Britse geschiedenis. Veel Britten geloven dat hij de noodzaak tot oorlog bewust overdreef, zeker sinds naderhand bekend werd dat er geen massavernietigingswapens aanwezig waren. Blair wordt ‘oorlogsmisdadiger’ genoemd.

Het had wellicht geholpen als hij na zijn premierschap van het wereldtoneel was verdwenen. Maar hij werd vredesgezant in het Midden-Oosten. Wat gezien zijn rol bij het vredesproces in Noord-Ierland, zijn ingrijpen in Kosovo tijdens de Joegoslavië-oorlog en bij de burgeroolog in Sierra Leone passend was, maar vooral een symbolische verwijzing bleef naar ‘Irak’.

Hij beschadigde zijn reputatie verder door goedbetaald advieswerk te doen voor dubieuze regimes, zoals Kazachstan. Zijn vermogen wordt door onder meer de Financial Times inmiddels geschat op 100 miljoen pond. Tegenover deze krant ontkende hij in 2014 zoveel geld te hebben: „Ik ben geen 100 miljoen waard, noch de helft, een derde, een kwart, een vijfde, of zelfs maar een fractie.” Het geld dat hij verdient, gebruikt hij bovendien om liefdadigheidsstichtingen te financieren, zei hij. Maar het beeld van weinig principiële graaizucht kleeft aan de sociaal-democraat.

‘Blairism’ is een scheldwoord

Het gevolg is dat Labour het niet meer over de Blair-jaren heeft. Ondanks de sociaal-democratische successen van New Labour. De kloof tussen arm en rijk was kleiner dan ooit tevoren, Blair voerde een minimumloon in, zijn regering introduceerde verplichte vakantiedagen, creëerde de parlementen van Wales en Schotland, gaf de stad Londen meer macht, verkleinde wachtlijsten in de zorg en verbeterde het onderwijs.

Zoals commentator Zoe Williams twee jaar geleden in The Guardian schreef: „Zelfs zeggen dat er ‘tijdens de Labour-regering andere dingen gebeurden dan een oorlog die velen van ons niet steunden’, wordt oneerbiedig gevonden.”

Ed Miliband, de afgelopen vijf jaar partijleider, nam verder afstand. Hij geloofde dat een linksere koers de partij er na het verlies van 2010 bovenop zou helpen. ‘Blairism’ werd een scheldwoord. In de honderd kiesdistricten die de uitkomst van verkiezingen bepalen doordat ze soms Conservatief, soms Labour stemmen, werd onderwijl in mei voor de Conservatieven gekozen. Corbyn wil Labour nog verder naar links sturen.

Blair weet hoe er over hem gedacht wordt. „Het geeft niet of u van de linkerkant, de rechterkant of het midden van de partij bent, of u me ooit steunde of me haat. Maar begrijp het gevaar waarin we verkeren”, schrijft hij in zijn open brief.

De bijna achtduizend – vrijwel allemaal negatieve - commentaren op de Guardian-website spreken boekdelen.