The Summer was ooit Magic

Popliefhebber Bernard Hulsman heeft over dé zomerhit van dit jaar (Drank & Drugs) veel gelezen, maar gehoord heeft hij hem nog niet. Hoe kan dat?

Foto Flickr by CC

Ook wie nooit naar de Top 40 luistert, kent ze. Overal klinken de zomerhits, op de stranden en op de terrassen, in de cafés en in de winkels.” Zo begon het intro van de serie artikelen over oude en nieuwe zomerhits die Pieter Steinz en ik in 1997 schreven op de Achterpagina van NRC Handelsblad.

Achttien jaar later is de zomer nog altijd het enige jaargetijde met zijn eigen hits. Maar ‘overal klinken’ doen ze niet meer. In het digitale tijdperk is het heel makkelijk om de zomerhits niet te horen. Tot voor kort had ik bijvoorbeeld het nummer dat al in juni werd bestempeld tot dé zomerhit van 2015, ‘Drank & drugs’ van Lil’ Kleine en Ronnie Flex, niet gehoord. Wat ik erover las – ophef en Kamervragen over kleuters die een stupide tekst op een housebeat nazingen („Alle tieners zeggen ja tegen MDMA, je meisje is een mots ze had seks met je pa”) – wekte te weinig nieuwsgierigheid om het nummer op YouTube of Spotify aan te klikken.

Dé zomerhit niet horen was tot het begin van de 21ste eeuw onmogelijk. Zomerhits waren onvermijdelijk. Zo hoorde ik als radioloze tiener zonder belangstelling voor de Top 40 de zomerhits bij de patattent in het zwembad van Weesp waar ik midden jaren zeventig de mooie zomerdagen doorbracht. Hier stond de hele dag de radio aan. Van de zomer van 1975 herinner ik me bijvoorbeeld dat daar toen heel vaak ‘Autobahn’ van Kraftwerk en ‘Roll Over Lay Down’ van Status Quo uit de luidspreker kwamen. De paar keer dat ik naar het strand van Zandvoort aan Zee ging, kwam ik altijd in de buurt te zitten bij iemand met een transistorradio (en later een ghettoblaster) waaruit de zomerhits schalden.

Zo ging het overigens ook met hits in de herfst, winter en lente. Je hoefde ze niet te kopen en ook niet naar de radio te luisteren om ze te kennen. Je hoorde ze op feesten, onder het biljarten in cafés en tijdens de voetbaltoernooien aan het einde van het seizoen. En natuurlijk keek bijna iedereen naar TopPop. Dankzij het bekendste popprogramma uit de Nederlandse tv-geschiedenis kende zelfs mijn vader, een verstokte jazzfan die was blijven hangen bij het vooroorlogse werk van Louis Armstrong en Duke Ellington, het pianoriedeltje van ‘Dancing Queen’, de late zomerhit van Abba uit 1976.

De komst van de cd en de videoclip in de jaren tachtig bracht hier weinig verandering in. Cd’s zijn in het gebruik tenslotte niet wezenlijk anders dan vinylplaten – beide moet je kopen of lenen en op- of aanzetten. De rol van TopPop werd overgenomen door videoclipzenders als MTV en TMF. Doordat deze zenders vrijwel de hele dag clips uitzonden, bleven je ogen elke dag bij het zappen wel een paar keer haken aan de hits van dat moment. Zo bleef de publieke popruimte, waar iedereen vanzelf de grote hits hoorde, vrijwel intact en kan ik, hoewel geen fan, nog altijd de zomerhits van Madonna – ‘Into the Groove’ (1985), ‘Papa Don’t Preach’ (1986) en ‘Who’s That Girl’ (1987) – meezingen.

MTV zendt vooral reality tv uit

Pas een jaar of twintig geleden, toen internet voor iedereen toegankelijk werd, begon de publieke popruimte langzaam te veranderen. Uiteindelijk hebben internet en alles wat daarbij hoort zelfs een revolutie in de popmuziek teweeggebracht, beweert de Britse popmuzikant en -journalist Bob Stanley (1964) in Yeah Yeah Yeah. The Story of Modern Pop (2013), zijn monumentale (en eigenwijze) geschiedenis van de popmuziek sinds 1952.

Voor Stanley vormen niet rock en albums maar pop en hitsingles het hart van de popmuziek. In 1992, aan de vooravond van de internetrevolutie, was popmuziek nauwelijks veranderd sinds de introductie van hitparades in de jaren vijftig, betoogt hij. Nog altijd werd pop beheerst door hitlijsten, poptijdschriften en radio- en tv-programma’s. Maar in het digitale tijdperk zijn popbladen opgeheven of leiden ze een kwijnend bestaan. Ook popprogramma’s op tv zijn er nauwelijks meer – MTV zendt al vele jaren vooral reality-tv uit.

Hitparades, het belangrijkste onderdeel van de popcultuur, bestaan nog wel en worden ook nog altijd uitgezonden door radiostations. Maar ze hebben nauwelijks betekenis meer: een nummer-1-hit stelt weinig meer voor in het digitale tijdperk. Voornamelijk gebaseerd op downloadcijfers en airplay zijn hitparades een gemakkelijk doelwit van marketingcampagnes. Als voorbeeld van slimme, fabrieksmatig geproduceerde marketingmuziek geeft Stanley de boyband Westlife. In het eerste decennium van de 21ste eeuw had Westlife veertien nummer-1-hits in Groot-Brittannië, die bovendien vaak van niets op de toppositie binnenkwamen in de hitlijsten. Voor het digitale tijdperk was dit alleen fenomenen als Elvis en The Beatles gegeven.

Nu kun je Taylor Swift negeren

Toch behoren al die hits van Westlife, anders dan die van Queen, Michael Jackson, Prince en Madonna, niet tot het collectieve geheugen van de popmuziek. Ze betekenen alleen iets voor de specifieke doelgroep waar ze voor gemaakt zijn: jonge meisjes. De rest van de muziekliefhebbers kan ze in het digitale tijdperk gemakkelijk negeren en hoort ze niet. Hetzelfde geldt voor een ster als Taylor Swift. Met haar meisjespop is ze nu de best verdienende popartiest ter wereld, maar ik kan niet één van haar liedjes neuriën.

Zo verloor de popmuziek in het laatste decennium van de twintigste eeuw haar hart en moeten de zomers het nu stellen zonder een soundtrack die iedereen zich jaren later nog kan herinneren. Voor Stanley is dit reden om het einde van het tijdperk van de modern pop aan te kondigen. Dit is natuurlijk overdreven: pop is niet dood, en de zomer heeft nog altijd zijn eigen hits. Maar internet heeft de popmuziek wel volledig gefragmenteerd en hits die iedereen, van jong tot oud, kent, zijn er nauwelijks meer. Nummers als ‘Happy’ van Pharrell Williams, de eerste universele hit sinds lange tijd (in 2013/14, 42 weken in de Top 40), zijn hoogst uitzonderlijk geworden in het digitale tijdperk.

Muziek in winkels hoor je niet meer

Internet heeft ook de consumptie van popmuziek veranderd. Er wordt nu vooral, in stilte en individueel, met ‘oortjes’ in de oren naar geluisterd. In 2015 schallen de zomerhits dan ook niet meer over de stranden. Ook in de publieke ruimtes waar nog wel muziek klinkt, zijn ze niet meer te horen. In winkels als Albert Heijn en de HEMA, en ook in cafés, klinkt bijna uitsluitend muziek die wordt verzorgd door professionele muziekleveranciers die zijn gespecialiseerd in ‘tijdloze pop die niemand stoort’, zoals nummers van The Doobie Brothers en Hall & Oates.

Maar hoe minder je de zomerhits hoort, des te meer kun je erover lezen. Voor het digitale tijdperk waren zomerhits geen onderwerp waar popjournalisten zich mee bezighielden, maar deze zomer verschenen in vrijwel alle dagbladen reeksen artikelen over ‘Drank & drugs’, niet alleen over de ophef maar ook over de artistieke kanten.

Op internet is intussen een ware zomerhitcultuur ontstaan. Het wemelt er van de sites met overzichten van oude en nieuwe zomerhits. Sinds 2001 bestaat, in navolging van de Top 2000, de Zomerse 50, een site waar bezoekers hun top 5 grootse zomerhits kunnen indienen. Maandag aanstaande wordt de uitslag van de stemming bekendgemaakt. „Voor het eerst sinds jaren is er deze zomer geen nummer dat er met kop en schouders bovenuit steekt”, zo viel te lezen op www.zomers50.nl. Ook op ‘Drank & drugs’, dat afgelopen week naar de vijfde plaats van de Top 40 zakte, was niet buitensporig vaak gestemd.