Prachtig werk, bergen kritiek

Al maanden voeren de politiebonden actie voor een betere cao. Hoeveel verdient een politieman eigenlijk? En voelt de gemiddelde agent zich echt zo ondergewaardeerd? „Je loyaliteit raakt steeds meer in het geding.”

BEELD Nationale Politie

Op het Koningsplein in Amsterdam tuurt een groepje agenten naar het winkelend publiek. Zakkenrollers, weten ze, staan hier vaak te wachten op groepen toeristen van de aangemeerde cruiseschepen die steevast om één uur een haring happen bij de viskraam en dan de drukke Bloemenmarkt op lopen. „Bulgaarse zakkenrollers herken je nog wel”, zegt een van de agenten. „Aan de hak van hun schoen, afgesleten van het lopen.” Maar die Chilenen, poeh, dat is het elitegilde van de zakkenrollerij. En nee, zegt hij er meteen achteraan, dat is geen discrimineren. „Dat heet gewoon profiling.”

Wat vindt de gewone diender op straat eigenlijk van zijn werk, van zijn salaris, van de manier waarop de politiebonden sinds maart actievoeren voor een betere cao? Het leidde recent onder meer tot uitstel van voetbalwedstrijden in de Eredivisie, acties bij de Tour de France die Rotterdam doorkruiste en de weigering van agenten om boetes uit te schrijven. Premier Rutte reageerde gisteren tijdens de persconferentie na de ministerraad op de politiestakingen. Daar begrijpt hij niets van, zei de premier. De voorgestelde loonsverhoging van 5 procent, plus een eenmalige bonus van 500 euro, zegt Rutte, is „veel meer dan in de marktsectoren wordt gegeven”. Politievakbond ACP liet bij monde van voorzitter Gerrit van de Kamp weten „verbijsterd” te zijn over de reactie van Rutte. „Olie op het vuur voor agenten”, stelt Van de Kamp.

De meeste agenten die je vraagt naar het conflict en hun vak verwijzen naar de afdeling voorlichting. Maar er zijn er ook, vooral de wat oudere dienders, die best willen vertellen. Piet Zwaneveld, 61 jaar, werkt sinds zijn achttiende bij de politie. Een aantal jaar als projectleider bij de recherche, nu als wijkagent in het centrum van Amsterdam. „Ik ben volledig zelfstandig, dat bevalt me wel.” Bij de recherche is het hectischer, altijd tijdsdruk. „Ze schieten elkaar nooit dood op maandagmorgen half negen, maar altijd om twee uur ’s nachts, in het weekend. En dan moet je.”

Al zijn er op straat ook stressmomenten. Na een dodelijke aanrijding: hoe tref je het slachtoffer aan? Zwaneveld moet ruzies beslechten, aanbellen om te vertellen dat een familielid is overleden. Wijzend naar zijn borst: „Je bereidt je voor. Maar je hart gaat tekeer, je ademhaling omhoog.”

Vraag Piet Zwaneveld naar het cao-voorstel van de minister en hij kent alle details. Welk percentage van de 5,05 procent loonsverhoging de diender „uit eigen zak” betaalt, de veranderingen in het pensioen die niet zijn doorgerekend. Zwaneveld is op zijn politiebureau het actiefste vakbondslid. Hij deelt flyers uit, stuurt alle actievoorstellen door naar collega’s. De jongere dienders, die de noodzaak van actie vaak minder inzien, probeert hij te overtuigen mee te doen.

Op vrijwel elk bureau in het land zit wel zo’n oudere agent met korte lijnen naar de vakbond. Tel daarbij op dat ruim 80 procent van alle agenten lid is van een bond, tegen minder dan 20 procent bij de overige werkzame beroepsbevolking, en je begrijpt waarom de actiebereidheid bij de politie zo groot is.

„Al op de politiescholen werven we leden”, zegt Zwaneveld, zelf aangesloten bij de Nederlandse Politiebond, een van de vier bonden. „We vertellen op de scholen dat het belangrijk is om lid te zijn. Bij interne arbeidsconflicten, of voor bijstand wanneer een agent zich na een schietpartij moet verantwoorden.” Agenten die geen lid zijn vinden de contributie, een tientje per maand, vaak te hoog.

Buikpijngevoel

Onvrede in het korps was er al bij de reorganisatie vorig jaar. Districtchefs raakten door bezuinigingen hun baan kwijt, ondersteunend personeel moest door centralisatie verder reizen. Agenten op straat werden toen nauwelijks geraakt. Maar na het cao-voorstel in februari nam ook bij hen het gevoel van onrecht toe.

Serge Herman (39) is brigadier en begon op zijn achttiende bij de politie. Normaal gesproken zou hij al drie jaar geleden tot inspecteur zijn benoemd, maar door de reorganisatie komt dat er maar niet van. Hij werkt als ploegchef op bureau Westland in Naaldwijk. „Ik stuur vijftien mensen aan.” Het werk is divers. „Als in Midden-Delfland een vliegtuig neerstort moet ik het eerste half uur alle problemen oplossen. Daarna komen de hulptroepen.” Herman noemt het politiewerk zijn hobby. „Ze mogen me 24/7 bellen: ik kom altijd. Het is het mooiste werk dat er is: mensen helpen. Wij kunnen het verschil maken in de samenleving.”

Maandelijks houdt Herman inclusief toelagen zo’n 2.200 euro netto over. Zijn vrouw staat drie dagen voor de klas. „Als ze nog een dag meer gaat werken verdient ze meer dan ik.” Een van de extraatjes die hij krijgt is 30 euro per inzet van de ‘voetbaleenheid’ van ADO Den Haag, waar hij deel van uitmaakt. Hij had ook afgelopen weekeinde dienst. „Dan moet je je op het Plein urenlang volledig verrot laten schelden. En niets doen, om te voorkomen dat het escaleert.”

Dat is ook wat Herman – vader van twee kinderen – het meeste steekt. Het gaat niet alleen om meer geld of extra complimentjes. De politie krijgt bergen kritiek over zich heen. Maar als de politie zelf een keer in de fout gaat, moet het meteen excuses aanbieden. „Daar krijg ik wel eens buikpijn van.”

De helft van de weekenden wordt een agent geacht te werken. Hij kan compenseren en na een nachtdienst is hij de volgende dag vrij. Onregelmatigheid, zeggen agenten, hoort bij het werk, al kan de ene agent er fysiek beter tegen dan de ander. „Er zijn ook jonge jongens die zeggen ‘geef mij die nachtdienst maar, dan kan ik het weekend stappen’”, zegt wijkagent Piet Zwaneveld. „Maar stel dat je een gezin hebt. Vraag een gemiddelde Nederlander maar eens op zaterdag te werken. Die zeggen ‘ben je gek?’”

Sander Schouten (36) – vader van twee kinderen en getrouwd met een vrouw die als rechercheur bij de politie werkt – vertelt over een incident in april vorig jaar. Toen probeerde hij jongeren te arresteren die de deur van een uitgaansgelegenheid intrapten. Hij werd van achteren gegrepen en gewurgd waarbij hij nekwervels en een hand kneusde. Hij kon zes weken niet werken.

Schouten zegt nog altijd „grote loyaliteit” te voelen ten aanzien van de politie waar hij al zijn hele leven werkt. Maar tegenover de risico’s staat volgens hem een gebrek aan waardering. „Nu wordt er getornd aan onze vaste vrije weekenden. En je hoort dat je nieuwe loon deels wordt betaald uit je eigen pensioengeld. Je loyaliteit raakt zo steeds meer in het geding.” Schouten, verantwoordelijk voor de „dagelijkse aansturing” op een bureau in Delft, zit in schaal 8, periodiek 13 en houdt maandelijks inclusief toelagen 2.000 netto over voor een 32-urige werkweek. „Vooral de secundaire arbeidsvoorwaarden zijn niet zo goed. Iemand in de particuliere beveiliging verdient meer.” Volgens hem zijn al verscheidene collega’s overgestapt naar particuliere beveiligingsfirma’s. „Daar krijg je een telefoon en laptop van de zaak en een leaseauto.”

Piketvergoeding

Piet Zwaneveld vindt vooral de piketvergoeding, 70 eurocent netto per uur, ondermaats. Wie gebeld wordt moet paraat staan, waar hij zich ook bevindt. „Ik liep eens in Hoorn op de kermis toen ik om tien uur ’s avonds voor een zaak werd gebeld. Ik ben een ijshandel in gevlucht om verstaanbaar te zijn. Om twee uur ’s nachts was ik klaar. Die uren kun je dan wel schrijven. Maar toch, je zit daar met je gezinnetje.”

Over het politievak zelf hoor je hem niet klagen. Hij vindt het nog steeds „prachtig werk”. Op straat is hij eigen baas, hij heeft alle burgemeesters van Amsterdam weleens ontmoet, spreekt met alle lagen van de bevolking en leert telkens over nieuwe werelden. Maar ook hier: iets meer waardering zou mooi zijn. Ook voor het recherchewerk. „Vroeger op feestjes, zeiden vrouwen onderling: ‘zit je man ook bij de politie? Nee, bij de recherche’. Dat had toen veel meer status. Nu verdient een doorgewinterde rechercheur soms minder dan een jonge agent, die meer kan bijverdienen met overuren.”

Na 43 jaar heeft Zwaneveld heel wat vakbondsacties meegemaakt. Jaren geleden liep hij eens rond met een kist met paars rouwkleed; droeg hij het Paarse kabinet ten grave. Bij een massabetoging in Den Haag gooide hij eens met alle dienders tegelijk zijn pet omhoog, nadat er één was begonnen. Kon niemand zijn eigen pet terugvinden. Acties voor een betere cao zijn van alle tijden. Dat de acties nu zo hard zijn komt omdat de minister al ongekend lang niet heeft gereageerd.

Al twee keer is Zwaneveld dezer dagen gaan protesteren in Den Haag. Aan de ‘coulanceactie’, minder bekeuringen uitschrijven, doet hij niet mee. Hij schrijft sowieso niet veel meer. ‘Schrijven’ is meer voor de jonge jongens, „en een enkele fanatieke oudere”. Toch zal hij, welke acties ook worden bedacht, altijd blijven handhaven als zich voor zijn neus een misdrijf afspeelt. „Niet optreden is voor een agent écht ondenkbaar. Handhaven is onderdeel van je ziel.”