Overrompelend spiegelpaleis

Cultheld Daniel Kitson is een van de grote succes-acts op de Edinburgh Fringe, waar de hele maand augustus zo’n 3.500 voorstellingen stand-up, theater, dans en muziek te zien zijn.

Bijna ging donderdag de theatervoorstelling Polyphony van Daniel Kitson in Edinburgh niet door. In het ronde theater van The Summer Hall, een van de honderden locaties van het Edinburgh Fringe Festival, moet het publiek over de ronde podiumvloer lopen om op de tribunes rondom plaats te nemen. Een vrouw liep nietsvermoedend enkele van de vijftien boxjes op de grond omver. Luidsprekers die het hart van de voorstelling vormen. Er kwam een man aangesneld om hun werking te controleren. De rommelige baard, het kalende hoofd, versleten T-shirt en spijkerbroek had de indruk kunnen geven dat dit de technicus was, maar het was Kitson zelf, die monter de boel weer overeind zette.

Terwijl hij de boxjes één voor één overhandigde aan mensen in het publiek, vertelde Kitson wat de opzet van de voorstelling was. Hij had een toneelstuk geschreven en vervolgens de vijftien rollen door acteurs afzonderlijk laten inspreken. Elke opname stond op een iPod die weer aan een boxje bevestigd was. Het enige wat hij nodig had, waren vijftien mensen in het publiek die een boxje wilde vasthouden en tegelijk op ‘play’ wilden drukken. Hij speelde de hoofdrol, live. Of er nog vragen waren?

Dankzij dit soort verrassende, originele ideeën is de Britse comedian Kitson (1977) een cultheld voor zijn fans, collega-comedians en critici. Zijn Polyphony was ongetwijfeld een van de snelst uitverkopende voorstellingen op de Edinburgh Fringe – met circa 3.500 voorstellingen stand-up, theater, dans en muziek gedurende de hele maand augustus het grootste kunstfestival ter wereld. Kitson doet niet aan marketing, mijdt de pers en bij de voorverkoop voor Polyphony stond zijn naam zelfs niet op de website van het theater. De abonnees van zijn nieuwsbrief, waarmee hij met fans communiceert, raadde hij aan op de titel te zoeken voor kaarten. Het draagt allemaal bij aan zijn imago van onnavolgbaar genie.

Dat is niet voor niets: Polyphony is een briljant werk, dat overrompelt door zijn opzet, verrassende wendingen en knisperende humor. Donderdag kreeg Kitson de vraag waar het stuk over ging. Niet van een bezoeker, maar vanuit het eerste boxje dat Kitson had uitgedeeld. Kitson antwoorddde: „Hoezo?” Waarop de man, de stem, de vraag herhaalde. Kitson: „Dat is wel een heel beperkte manier om naar kunst te kijken. Waar gaat De Vier Jaargetijden over, waar gaat de Mona Lisa over, waar gaat Death of a Salesman over?” De man/ stem: „Over een oude man die doodgaat.” Ook zijn stuk ging over een oude man, vertelde Kitson, waarop een andere ‘bezoeker’ op sarcastische toon tegenwierp: „Nou. Zoiets heb ik nog nooit gehoord.”

Dubbele bodem

En zo werd binnen vijf minuten, terwijl meer ‘bezoekers’ zich via de boxjes in het gesprek mengden met commentaar en vragen, duidelijk dat Kitson niet alleen de rol van de acteurs had opgeheven, maar dat ook de zogenaamde ‘toneeltekst’ ontbrak. Polyphony bleek een gesprek te zijn tussen hem en bezoekers van een toneelstuk. Zij dagen hem uit zich te verantwoorden voor wat hij doet en wat hij wil en willen steeds meer weten over het toneelstuk dat nog moet beginnen en dat zij denken te gaan zien.

De dubbele bodem is dat de stemmen de bezoekers spelen die de boxjes in handen hebben. Dus realiseert een van hen zich dat zij als acteur zullen worden gezien, terwijl ze toch duidelijk hun mond dicht houden. Mijn oplossing daarvoor, zegt Kitson, is crosstalk – snel heen en weer praten – waardoor je de stemmen volgt en geen tijd hebt voor gezichten. Het tempo ligt hoog, met vele kleine zinnetjes. Kitson speelt zijn rol perfect, snel en alert.

Gaandeweg ontdekken de ‘toeschouwers’ dat de oude eenzame man in het toneelstuk Kitson zelf over veertig jaar is. Kitson verklaart zijn ambigue verhouding met romantische liefde en kinderen, en zo verandert Polyphony alsnog in een stuk over de waarde en kracht van liefde.

In Nederland maakte Dries Verhoeven twee jaar geleden al een voorstelling waarbij toeschouwers boxjes kregen omgehangen en tot ‘acteurs’ in een stemmenspel werden gepromoveerd. Aan dat grensverleggende idee voegt Kitson interactie met een acteur toe. Die live component maakt zijn werk nog een slag opwindender. Daaruit blijkt ook dat hij in essentie een comedian is. Ondanks het script ligt de nadruk op de fictie van spontaniteit: op een levendige dialoog zonder tijdsprongen die zogenaamd ter plekke ontstaat – net als in stand-up en in cabaret. Het stuk dat Kitson eerder dit jaar schreef en opvoerde, Tree, had dezelfde kwaliteit. Tree bestond louter uit het bijna terloopse, en dus spontane gesprek tussen een voorbijganger (comedian Tim Key) en een man in een boom (Kitson).

Voor het komend Theater Festival heeft directeur Jeffrey Meulman cabaretier Micha Wertheim geprogrammeerd, als voorbeeld van „de vervagende grenzen tussen de disciplines toneel en cabaret”. Oftewel: naar cabaret kun je soms kijken als naar een toneelmonoloog. Bij Kitson lopen de disciplines al in elkaar over. Hij zou een geweldige gast voor het Holland Festival zijn. Ook omdat hij avant-garde maakt zoals de nieuwe HF-directeur Ruth Mackenzie het graag ziet: vernieuwend, maar ook transparant, toegankelijk en onderhoudend.