MH17: de dader wordt nooit vervolgd

De overheid moet de nabestaanden niet langer valse hoop geven, maar uitspreken dat het een illusie is dat individuele daders ooit zullen worden vervolgd, betoogt

Bob van der Goen.

Nederland stapelt in de nasleep van de ramp met MH17 blunder op blunder. Eerst was er de totale afwezigheid van ons onderzoeksteam op de crashsite, hetgeen niet uitsluitend op de veiligheidssituatie kon worden afgewenteld. Daarbij komt een waslijst van andere gemaakte fouten.

Reeds begin december 2014 schreef ik namens een aantal nabestaanden aan premier Rutte dat het onderzoek spaak liep. Ik verzocht hem een speciale VN-gezant te laten benoemen onder wiens verantwoordelijkheid een internationaal onderzoek zou kunnen plaatsvinden. Journalisten uit alle delen van de wereld begonnen mij te bellen. En ik maar uitleggen: het Nederlands optreden – of gebrek hieraan – was geen onderdeel van een complot om de waarheid te verdoezelen. Zoiets vind je hier niet.

Wat we hier wél hebben, is een gigantische bureaucratie. Nu, acht maanden verder, hebben we ons tot de Veiligheidsraad gericht met een verzoek dat van meet af aan kansloos is. Zoals verwacht heeft Rusland zijn veto uitgesproken over de oprichting van een VN-tribunaal voor MH17. De timing is opnieuw een blunder: Moskou had aanvankelijk te kennen gegeven te willen meewerken in VN-verband, maar wil dit momenteel niet meer, nu de publiciteitsmachine van beide kanten op volle toeren draait.

In een zaak die politiek zo gevoelig ligt, mag het onderzoek naar de feiten niet controversieel zijn en moet men zich goed realiseren wie deel zal uitmaken van het onderzoeksteam. Nu zijn dat de landen die het meest bij de vliegramp zijn betrokken: Maleisië (waar de luchtvaartmaatschappij Malaysia Airlines is gevestigd), Oekraïne (waar de ramp plaatsvond en welk land mogelijk het luchtruim had behoren te sluiten) en Nederland (uit welk land het toestel vertrok en dat mogelijk de luchtvaartmaatschappijen Malaysia Airlines en KLM, die ook bij de vlucht betrokken was, had behoren te waarschuwen). Voordat men overgaat tot wat door de overheid genoemd is „het grootste strafrechtelijke onderzoek ooit”, waaraan met vijfhonderd man wordt gewerkt, en voordat honderden ambtenaren van uiteenlopende nationaliteit en cultuur elkaar voor de voeten gaan lopen, moet men weten waaraan men begint.

Het kan niet zo zijn dat gezien de enorme – ook publicitaire – belangen die er spelen, het onderzoek mede dient om door de betrokkenen gemaakte fouten weg te poetsen. En wie gelooft dat dit onmogelijk aan de orde kan zijn, leeft in een droomwereld.

Het vliegtuig is neergestort in een gebied dat beheerst wordt door de separatisten, die zelf niet eens een eenheid vormen en wier staat behalve door Rusland door geen enkel land wordt erkend. Een juridisch niemandsland. Als het ooit tot bijvoorbeeld een uitleveringsverzoek komt, dan rijst de vraag wie we moeten aanspreken: de republiek Donetsk (die volgens ons niet bestaat), Rusland, of toch maar Oekraïne? Wie het weet mag het zeggen.

Dan is er nog de algemeen voorkomende, fundamentele overschatting van de mogelijkheden van het (internationale) strafrecht. Onlangs moest het Internationale Strafhof in Den Haag nog in het zand bijten, toen het ging om de vervolging van president Kenyatta van Kenia. Waarom kon hij niet vervolgd worden? Omdat Kenia het niet wilde. Nu is Kenia politiek gezien op het wereldtoneel een dwerg. Wat zal er van een MH17-berechting terecht komen als het Rusland van Poetin daar tegen is?

Bij de Bijlmervliegramp heb ik als advocaat van de slachtoffers er zo’n tien jaar lang op aangedrongen de meest voor de hand liggende maatregelen te nemen, wat afgewezen werd. Uiteindelijk werd in een parlementaire enquête vastgesteld wat er wel had moeten gebeuren. Iedereen die in die tijd verantwoordelijk was geweest, was niet meer aanspreekbaar.

Nu zal het niet anders gaan: de twee onderzoeken die er lopen, zullen geen enkel gezag hebben, alleen al nu Nederland en de andere genoemde landen zelf mogelijke verdachten zijn en dit weigeren in te zien. Vervolgens zal de zaak eindeloos op de lange baan worden geschoven en uiteindelijk zal in een parlementaire enquête worden vastgesteld dat er fouten gemaakt zijn, waar dan niemand nog wakker van ligt. Uitstekende oplossing.

Maar men vergeet één ding: de nabestaanden valse hoop geven, leidt tot nieuwe frustratie. Onze overheid moet ophouden ze knollen voor citroenen te verkopen. Integendeel, ze moet duidelijk uitspreken dat het een illusie is te menen dat welk onderzoek dan ook ooit tot vervolging van individuele daders zal kunnen leiden.