Ik ben een dromennajager

Anna Rune (artiestennaam van Anna De Volder) won in mei de televisiewedstrijd ‘De Beste Singer Songwriter’. De Belgische zangeres (21) betoverde de jury met haar pianoliedjes. ‘Wat ik niet kan krijgen, daar ga ik gewoon heel hard voor werken’.

Auditie

„Voor ik meedeed aan ‘De Beste Singer Songwriter’ had ik net een paar nummers uitgebracht. Ik had er lang aan gewerkt en had mijn hoop gevestigd op een platenmaatschappij, maar die haakte af. Het is niet wat we zoeken, zeiden ze, er zit niet genoeg samenhang in je muziek. Ineens had ik niets meer omhanden. Veel mensen op het conservatorium waren bezig met audities voor De Beste Singer Songwriter en ik dacht: waarom niet, ik stuur ook een filmpje in. Honderd kandidaten werden uitgenodigd in Amsterdam. Die auditie was zo vreemd… Je zit letterlijk twee dagen achter elkaar acht uur lang op een stoel. Te wachten. Je weet niet wanneer je aan de beurt bent. Als je wordt geroepen, heb je twee minuten om je voor te bereiden. Ik kon mijn stem nauwelijks horen, zong dus veel te hard in de microfoon. Maar ik was wel door.”

België

„Ik vind het heel straf dat ze een Belgische hebben laten winnen. De volledige naam is toch ‘De Beste Singer Songwriter van Nederland’, hè. Twitter was een heel klein beetje kwaad: een paar mensen schreven ‘rot op naar je eigen land’. Tsja. Als ik tweede zou zijn geworden, zou ik altijd hebben gedacht: ik ben geen Nederlander, ze konden het gewoon niet maken mij te laten winnen.”

That’s Life

„Door het programma heb ik geleerd dat ik mijn nummers moet beginnen met mijn sterkste boodschap. Mijn liedjes waren altijd een tentoonstelling van mijn kunnen. Er zat wel emotie in hoor, maar het drong nooit door tot de kern. Als die kern omringd is door vijf andere kernen, dan valt het niet meer op. Het liedje waarmee ik won, That’s Life, begint met: ‘I still need you sometimes’. Vreselijk makkelijke zin, maar dat is wel waar het om draait – even toegeven dat ik na 21 jaar nog steeds mijn moeder nodig heb. Ze is een soort klaagmuur voor me, ik kan alles spuwen wat me dwarszit. Ik heb lang gesukkeld met mijn gezondheid, een schildklierziekte. Zij leert me mijn problemen te relativeren. Zegt ze: ‘That’s life, deal with it’.”

Muzikale familie

„Mijn papa was directeur van de muziekschool in Beveren. Daar heb ik alles uitgeprobeerd tot uiteindelijk de piano overbleef. Mijn vader is violist bij Il Fondamento, een gerenommeerd barokorkest, mijn mama is fluitiste. Ze zijn ook jazzfanaten, ik ben met klassiek en jazz opgegroeid. Ja, ik werd wel een beetje gepusht. Voor ik naar school ging moest ik een half uur pianospelen. Toen ik aan wedstrijden mee ging doen, werd het twee of drie uur per dag. Ik merkte: die klassieke wereld past niet bij mij. Je moest altijd maar perfect spelen wat er staat, hoe sneller hoe beter. Maar, dacht ik, als ik een akkoord net anders speel, klinkt het toch ook mooi?”

Zang

„Het was de bedoeling dat ik piano zou studeren aan het conservatorium. Op mijn zestiende besloot ik dat ik zangeres wilde worden. Maar ik was zo slecht! Voor piano had ik talent genoeg, maar zingen, nee. Toch is het gelukt, want ik wilde het heel graag: ik ging naar het conservatorium van Gent om jazzzang te studeren. Mijn broer had hetzelfde: hij was een natuurtalent op de viool, maar zijn hart lag daar niet. Hij wilde skaten. Hij is blijven volhouden, en nu wordt hij gesponsord. Mijn broer en ik zijn dromennajagers. Wat we niet kunnen krijgen, daar gaan we gewoon heel hard voor werken.”

Carnegie Hall

„Ik stel graag hoge doelen. Voor mij werkt het beter om te zeggen: ik moet ooit in Carnegie Hall in New York staan dan dat ik binnen een paar maanden drie nummers af moet hebben. Als ik aan Carnegie Hall denk, heb ik binnen een maand vijftien nummers af. Ik heb een wedstrijdje met mijn vader. Hij heeft met zijn orkest de hele wereld rondgereisd, maar heeft nog nooit in Carnegie Hall gespeeld. Wie er het eerste optreedt, dus. Als kind zei ik altijd tegen mijn vader: ik ga nooit doen wat jij doet, want je bent nooit thuis. En kijk nu. De laatste maanden heb ik mijn ouders weinig kunnen zien, omdat ik alleen maar bezig ben met muziek.”

Rotterdam

„Van de jazzopleiding in Gent verhuisde ik naar Rotterdam, waar ik sinds drie jaar een opleiding in songwriting volg. De eerste keer dat ik in Rotterdam kwam, voelde ik me echt niet op mijn gemak. Om zeven uur ’s ochtends reden we de stad binnen voor mijn ingangsexamen en de stad leek me heel koud, heel betonnerig. Maar mijn mening over Rotterdam is veranderd. Ik weet nu dat de sfeer wordt gemaakt door de mensen in de stad.”

Single

„Stalles op de Nieuwe Binnenweg is mijn stamkroeg. Mijn tweede huis, ik woon vlakbij. Ik bestel er bijna altijd de citroen-merenguetaart. Als ik ooit een trouwfeest geef, ga ik alleen maar desserts serveren. Nee, ik heb nog geen verloofde, ik ben happy single. Als ik nu iemand zou ontmoeten, zou hij moeten begrijpen dat mijn carrière op de eerste plaats komt. Het zou iemand moeten zijn die zelf even hard bezig is met zijn passie. Allez, als ik zou moeten kiezen tussen een grote liefde maar geen carrière of een fantastische carrière zonder liefde, kies ik nog wel voor het eerste. Maar in deze hectische periode, een vriend? Nee.”

Manager

„Ik vind het moeilijk om mensen te vertrouwen. Ik geef dingen niet graag uit handen. Maar met mijn manager heb ik een goede band, hij is nu zo ongeveer mijn beste vriend. In de maand nadat ik DBSS had gewonnen, hebben we net zoveel gedaan als normaal in een jaar: website, tour regelen, artwork, foto’s, rechten… De dag na de finale had ik 270 mails, allemaal mensen moesten iets van mij. We hebben een plan uitgestippeld: in februari moet mijn debuutplaat af. Tot september mag ik nog nummers schrijven, daarna huren we een kot in de Ardennen om te repeteren, in oktober doen we de opnames.”

Gitaar

„Ik schrijf sinds kort ook liedjes op gitaar, maar ik vind me nog niet goed genoeg om met gitaar op te treden. Bovendien kan ik mijn handen niet zo ver naar binnen buigen, een afwijking, misschien een te korte pees, wat het gitaarspelen moeilijk maakt. Het is fijn om met een gitaar nummers te schrijven, er komen originelere dingen uit omdat ik me niet zo bewust ben van wat ik doe – ik verzet gewoon een vinger en hoor wat goed klinkt. Piano speel ik op de automatische piloot. Ik heb veel Rachmaninov en Chopin gestudeerd, die grepen zitten zo in mijn vingers dat ik het altijd op hun manieren oplos. Op gitaar ben ik meer met sound bezig, dan schrijf ik op groove, op ritme.”

Voorbeeld

„Regina Spektor is een voorbeeld voor mij. Als je haar teksten hoort, denk je: wat is er met u aan de hand? Daarna ontdek je dat er zoveel onderliggende boodschappen zijn. En Radiohead vind ik geweldig, Jamie Cullum ook, om zijn energie. Ik vergelijk me nu met artiesten tot wie ik nog niet aan de tenen geraak, zodat ik mezelf er constant aan herinner: daar moet nog een stap bij, en daar… Ik weet op welke gebieden ik nog moet groeien. Ik denk dat ik nog een bepaalde power in mijn set mis. Het mag nog iets ruiger.”

Pinkpop

„Door DBSS stond ik op Pinkpop. Ik speelde op het kleine podium terwijl het onweerde en er metal op de mainstage klonk. Het water danste van de piano af, het publiek was drijfnat, maar iedereen luisterde zo goed. Deze zomer mag ik ook naar Sziget in Boedapest, een van de grootste festivals van Europa, daarvoor schijt ik echt in mijn broek. Ook door dat programma. Het is een kickstart van al mijn dromen.”