Iets meer waardering zou wel fijn zijn

Agenten in Nederland zijn loyaal aan het korps, maar voelen zich zwaar ondergewaardeerd. Niet alleen in geld, maar ook op straat, waar ze zich soms de huid laten volschelden om escalatie te voorkomen. Loyaal blijven is dan moeilijk.

Politieagenten vorige week, toen fans van ADO Den Haag demonstreerden tegen stakende agenten. Foto Maarten Hartman

Op het Koningsplein in Amsterdam tuurt een groepje agenten naar het winkelend publiek. Zakkenrollers, weten ze, staan hier vaak te wachten op groepen toeristen van de aangemeerde cruiseschepen die steevast om één uur een haring happen bij de viskraam en dan de drukke Bloemenmarkt op lopen. „Bulgaarse zakkenrollers herken je nog wel”, zegt een van de agenten. „Aan de hak van hun schoen, afgesleten van het lopen.” Maar die Chilenen, poeh, dat is het elitegilde van de zakkenrollerij. En nee, zegt hij er meteen achteraan, dat is geen discrimineren. „Dat heet gewoon profiling.”

Dit zijn zomaar wat agenten op straat. Wat vinden zij van hun werk, hun salaris, de manier waarop de politiebonden nu strijden voor een betere cao? De meeste agenten die je het vraagt, verwijzen naar de afdeling voorlichting. Maar er zijn er ook, vooral de wat oudere dienders, die best willen vertellen over hun vak.

Ook op het Koningsplein wijzen de agenten naar de enige diender met wat grijstinten vanonder zijn pet. Piet Zwaneveld, 61 jaar, werkt sinds zijn achttiende bij de politie. Een aantal jaar als projectleider bij de recherche, nu als wijkagent in het centrum van Amsterdam. „Ik ben volledig zelfstandig, dat bevalt me wel.” Bij de recherche is het hectischer, altijd tijdsdruk. „Ze schieten elkaar nooit dood op maandagmorgen half negen, maar altijd om twee uur ’s nachts, in het weekend. En dan moet je.”

Agenten voeren graag actie

Vraag Zwaneveld naar het cao- voorstel van de minister en hij kent alle details. Welk gedeelte van de 5,05 procent loonsverhoging de diender „uit eigen zak” betaalt, de veranderingen in het pensioen die niet zijn doorgerekend.

Zwaneveld is op zijn politiebureau het meest actieve vakbondslid. Hij deelt flyers uit, stuurt alle actievoorstellen door naar collega’s. De jongere dienders, die de noodzaak van actie vaak minder inzien, probeert hij te overtuigen van het nut.

Op vrijwel elk bureau in het land zit wel zo’n oudere agent met korte lijnen naar de vakbond. Tel daarbij op dat ruim 80 procent van alle agenten lid is van een bond, tegen minder dan 20 procent bij de overige werkzame beroepsbevolking, en je begrijpt waarom de actiebereidheid bij de politie zo groot is.

„Al op de politiescholen werven we leden”, zegt Zwaneveld, zelf aangesloten bij de Nederlandse Politiebond, een van de vier bonden. „We vertellen op de scholen dat het belangrijk is om lid te zijn. Bij interne arbeidsconflicten, of wanneer een agent zich na een schietpartij moet verantwoorden.” Agenten die geen lid zijn vinden het lidmaatschap, een tientje per maand, vaak te duur.

Een scooterrijder probeert het Koningsplein over te steken via de trambaan. Zwaneveld stapt erop af. „Ho ho, u mag hier niet rijden.” Intussen worden de andere agenten voortdurend aangesproken door toeristen die op zoek zijn naar de weg.

Want de waardering ontbreekt

Onvrede in het korps zag Zwaneveld al bij de reorganisatie vorig jaar. Districtschefs raakten door bezuinigingen hun baan kwijt, ondersteunend personeel moest door centralisatie verder reizen naar kantoor. Agenten op straat werden er toen nauwelijks door geraakt. Maar na het cao-voorstel in februari nam ook bij hen het gevoel van onrecht toe. „We krijgen er 5,05 procent bij. Maar daarvoor moeten we wel inleveren op het pensioen en op vrije weekenden. En we moeten meer onregelmatig werken. Dat vreet aan het lichaam hoor.”

De helft van de weekenden wordt een agent geacht te werken. Hij kan compenseren en na een nachtdienst is hij de volgende dag vrij. Onregelmatigheid, zeggen agenten, hoort bij het werk, al kan de ene agent er fysiek beter tegen dan de andere. „Er zijn ook jonge jongens die zeggen ‘geef mij die nachtdienst maar, dan kan ik het weekend stappen’, zegt Zwaneveld. „Maar stel, je hebt een gezin. Vraag een gemiddelde Nederlander maar eens om op zaterdag te werken. Die zegt ‘ben je gek?’”

Vooral de piketvergoeding, 70 cent netto per uur, vindt hij ondermaats. Wie gebeld wordt moet paraat staan. „Ik liep eens in Hoorn op de kermis toen ik om tien uur ’s avonds voor een zaak werd gebeld. Toen ben ik maar een ijshandel in gevlucht om verstaanbaar te zijn. Om twee uur ’s nachts was ik klaar. Die uren kun je dan wel schrijven. Maar toch, je zit daar met je gezinnetje.”

Over het politievak zelf hoor je Zwaneveld niet klagen. Hij vindt het nog steeds „prachtig werk”. Op straat is hij eigen baas, hij heeft alle burgemeesters van Amsterdam weleens ontmoet, spreekt met alle lagen van de bevolking en leert telkens over nieuwe werelden. Maar iets meer waardering zou mooi zijn.

En dus worden de acties harder

Neem de stressmomenten op straat. Na een dodelijke aanrijding: hoe tref je het slachtoffer aan? Soms moet Zwaneveld helpen een ‘hanger’ naar beneden te dragen. Hij moet ruzies beslechten, aanbellen om te vertellen dat een familielid is overleden.

En dan al die termen die je naar je hoofd geslingerd krijgt. Groepjes jongens met een grote bek, „dat gaat de hele dag door”. Ook voor het recherchewerk ontbreekt volgens hem de waardering. „Vroeger op een feestje zeiden vrouwen onderling: ‘zit je man ook bij de politie? Nee, bij de recherche’. Dat had toen veel meer status. Nu verdient een doorgewinterde rechercheur soms minder dan een jonge agent, die meer kan bijverdienen met overuren.”

Na 43 jaar heeft Zwaneveld al heel wat vakbondsacties meegemaakt. Jaren geleden liep hij rond met een kist met paars rouwkleed, droeg hij het Paarse kabinet ten grave. Acties voor een betere cao zijn van alle tijden. Dat de acties nu zo hard zijn, komt doordat de minister al zo lang niet heeft gereageerd.

Twee keer is Zwaneveld deze dagen gaan protesteren in Den Haag, maar ondanks de acties zal hij altijd blijven handhaven als zich voor zijn neus een misdrijf afspeelt. „Niet optreden is voor een agent écht ondenkbaar. Handhaven is onderdeel van je ziel.”