Het mag mislukken

Yvette van Boven, die zelf geen televisie heeft, gaat kook-tv maken. Vanuit haar eigen huis. Home made eten past niet in een studio.

Foto Oof Verschuren voor VPRO

Yvette van Boven is blij. Haar afzuigkap hangt weer! Er is weer licht in de keuken! Die kap hing in de weg toen er gefilmd moest worden voor de serie Koken met Van Boven. Had ook in een studio gekund, ja. Alhoewel, nee. Van Boven is haar keuken. Hier schreef ze haar succesboek Home Made, hier kookt ze voor Libelle, Delicious en Volkskrant Magazine. En als ze daar klaar mee is, kookt ze hier ook voor zichzelf en haar man Oof Verschuren, die ook de fotografie van al haar kookboeken doet.

Wat ze kookt voelt zich trouwens ook niet senang in een studio. Home made eten wil thuis blijven, het is geen haute cuisine. Het beste decor is de eigen keuken van Yvette van Boven.

Maandag begint Koken met Van Boven bij de VPRO. Tien achtereenvolgende dagen vertelt kookschrijver Yvette van Boven aan de hand van ingrediënten als honing, vlees van bokjes (die blijven over, want alleen geiten geven melk), aardappels, rivierkreeft (uit de gracht) verhalen over eten. „Maar wel weer heel anders dan De Wilde Keuken of de Keuringsdienst van Waarde, die iets tot de bodem uitzoeken. Het is wel echt kook-tv. 75 procent van de tijd zie je me koken.”

Er is nogal veel kook-tv. Maar Yvette van Boven ziet niet zoveel, want ze heeft zelf geen televisie. Als ze dan toch een voorbeeld moet noemen is het Hugh Fearnley-Whittingstall, die lang geleden voor Channel 4 een serie kookprogramma’s maakte over zijn River Cottage. „Briljant vond ik dat. Hij maakte het niet mooier dan het was, soms mislukte er weleens wat, heel goed om te zien dat dat mag. En hij kookt heel oorspronkelijk.”

Van Boven maakte ooit een proefaflevering voor een commerciële omroep. „Ik lag er wakker van. Met een afwasmiddel of zoiets als Eru goudkuipje in beeld, ik kan het niet, ik kan het niet, ik wil het niet. Ik heb het afgezegd.” Met de makers van Maartens Moestuin en Taarten van Abel van de VPRO ging het „heel organisch”. Ze heeft het gemaakt zoals ze haar boeken maakt: op haar manier. „Ik weet nog dat Home Made uitkwam, dat had ik echt alleen maar voor mezelf gemaakt. Toen dacht ik ineens: help, nu gaat iedereen het lezen.”

Dat het boek zo’n succes zou worden, kon ze niet weten. Maar ze raakte de tijdgeest wel in het hart: brood en boter kun je ook zelf maken, je hebt geen ijsmachine nodig om ijs te maken, houd het simpel, doe het met wat er op dit moment van het land komt of uit de zee.

Televisie is een totaal ander medium dan papier, en toch zegt Yvette van Boven, hoefde ze niet ineens alles anders te doen. Ze maakt niet ineens een ander soort gerechten. „Het is alleen wat informatiever, omdat het voor de publieke omroep is. Maar ik ben ook foodstylist, ik weet wel een beetje hoe je eten mooi kunt maken voor de camera.”

Een boodschap heeft Van Boven niet met haar programma. Zegt ze. Om meteen erna te zeggen: „Nou ja, stiekem misschien toch wel. Mensen zijn vaak zo bang dat dingen mislukken. Ik wil laten zien dat dat niet erg is, of dat het ook anders kan. Soms zeggen mensen: ik heb je recept gemaakt maar ik heb er wel een beetje dit of dat bij gedaan. Dat is precies de bedoeling! Dat is juist goed!”

En natuurlijk valt er hier en daar wel wat op te voeden. „Pangasius!” Van Boven wordt niet goed als je aan pangasiusfilet denkt: vis die aan de andere kant van de wereld in grote blokken wordt ingevroren om hier in slappe lapjes als vers te worden verkocht. Terwijl de makreel voor onze eigen kust zwemt. En er in de gracht in Amsterdam – „hier om de hoek!” – krab en kreeft zit, die je gewoon kunt eten. „Waarom pangasius?”

Gehakt uit de vriezer

Van Boven leerde koken doordat ze een werkende moeder had die de elfjarige Yvette dan belde en zei: haal jij het gehakt vast uit de vriezer. „Dan maakte ik spaghetti.” Op de kunstacademie in Antwerpen, waar ze even studeerde, leerde ze dingen te maken „zoals je ze bedoelt, en niet een of ander prutswerkje in te leveren dat nog niet af is”. Aandacht, misschien is dat het. En misschien is dat wat haar stoort als mensen zeggen dat ze geen tijd hebben om te koken. „Ik heb makkelijk praten zonder kantoorbaan en kinderen die ook nog naar hockey moeten, maar toch geloof ik niet dat het elke dag in tien minuten klaar moet zijn. Of dat het te moeilijk is.”

Ze weet inmiddels dat het voor de gemiddelde Nederlandse vrouw wél snel te ingewikkeld of te exotisch is. „Dat leer ik bij Libelle, daar zeggen ze vaak: denk even buiten de Randstad. Dus niet te veel granen, geen kervel, want dat heeft de supermarkt niet, en of ze voorlopig even geen kikkererwten wil gebruiken. „De Nederlandse vrouw houdt vooral van Frans en Italiaans, af en toe een roerbakje, maar verder nauwelijks Oosterse of Arabische gerechten.”

Op dat koord balanceert ze heel behendig, en in haar boeken kan ze iets meer doen, met recepten die eenvoudig en overzichtelijk zijn maar die toch verleiden om er soms iets spannends aan toe te voegen. „Het is Ottolenghi tenslotte ook gelukt om mensen naar sumak te laten zoeken.”