Google wijst me de weg, maar niet altijd de kortste

De routes van Google Maps zijn het resultaat van menselijke keuzes. Hans Zwart wil niet overgeleverd zijn aan het beperkte voorstellingsvermogen van programmeurs.

Ik woon al jaren in Amsterdam. En net als iedereen ga ik overal naartoe met de fiets. Vaak gebruik ik dan Google Maps om te bepalen welke route het handigst is. Een paar maanden geleden viel mij ineens iets op: als ik van de ene kant van de stad naar de andere kant van de stad moet fietsen, dan kiest Google nooit een route die door of over de grachtengordel gaat. Zelfs niet als ik zeker weet dat het de snelste route is om ergens te komen.

Een paar van mijn meer paranoïde – of noem ze sceptische – vrienden waren ervan overtuigd dat de rijke eigenaren van de grachtenpanden Google betaald hebben om het verkeer om te leiden. Zelf geloof ik dat niet zo. Ik denk eerder dat er een soort softwarematige storing in het systeem zit. Het algoritme achter Google Maps is waarschijnlijk gemaakt voor het stratenplan van San Francisco en niet voor de lay-out van ons werelderfgoed uit de zeventiende eeuw.

Toen las ik het verhaal over een klein groepje inwoners van Los Angeles dat probeert om via de gemeente, en bij kaartenmakers, ervoor te zorgen dat het iconische Hollywood Sign – die grote letters op de berg – van de virtuele kaart verdwijnt. Veel toeristen proberen zo dicht mogelijk bij het Hollywood Sign te komen en parkeren dan in de dure buurt die er direct onder ligt. Dat creëert volgens de bewoners verkeersproblemen.

Ik ben even in dat verhaal gedoken. Of beter gezegd: het internet heeft mij erin gezogen. En het is een nimby-verhaal van epische proporties: rechtszaken, dreigementen, eigenrecht, etcetera. Maar wat blijkt nu: Google heeft gehoor gegeven aan de wensen van de bewoners. Als je vlak onder het sign staat en Google Maps om een wandelroute vraagt naar het Hollywood Sign, dan krijg je niet het directe pad te zien, maar leidt Google je via een wandelroute van ruim anderhalf uur naar een uitkijkplatform dat zo’n zeven kilometer verderop ligt.

Dit is een voorbeeld van de manier waarop Google een directe, maar vaak ook impliciete, invloed op het leven van mensen heeft. Het is nu Google die bepaalt hoe ik van mijn werk naar het theater fiets. Door dat toe te staan, besluit ik de onuitgesproken aannames van Googles Geo-team over wat ik belangrijk vind, te vertrouwen. De ongelooflijke hoeveelheid menselijke aandacht die in Google Maps is gestopt, worden compleet verhuld achter een gelikte en strakke interface. Een interface waarvan we denken dat hij neutraal is. En als deze internetdiensten niet doen wat we van ze verwachten, dan geven we onszelf of ‘de computer’ de schuld. Zelden houden we de mensen die de software gemaakt hebben verantwoordelijk.

De designpsycholoog Donald Norman verwees eens naar een nieuwsbericht over een automobilist die bijna veertien uur rondjes had gereden op een drukke rotonde. Zijn lane keeping software zag steeds auto’s naast hem rijden en liet hem daarom niet van baan wisselen. De politie heeft hem uiteindelijk totaal oververmoeid uit zijn auto geplukt.

Dit is gelukkig geen waargebeurd verhaal. Maar dat had het kunnen zijn. Norman gebruikt het om te laten zien hoe weinig aandacht er in het ontwerpproces is voor onze menselijke cognitieve capaciteiten en beperkingen. Zijn verhaal was ook vooruitziend:

in de VS zijn er bijvoorbeeld ongeveer twee miljoen auto’s met een zogenaamde starter interrupt device. Kredietverstrekkers kunnen daarmee de auto’s van wanbetalers uitschakelen. Soms heeft dit desastreuze gevolgen. Denk aan het waargebeurde verhaal van een moeder die probeerde haar astmatische kind met spoed naar het ziekenhuis te brengen, maar van wie de auto niet wilde starten. Ik vind dit symptomatisch voor hoe technologie de afstand vergroot tussen de eigenaren daarvan en de mensen die de gevolgen ondergaan.

Een algoritme vriendelijk aankijken

De manier waarop software ons gedrag reguleert, is vaak absoluut. Je kunt een algoritme niet even vriendelijk aankijken om een uitzondering op de regel te worden. Naarmate het netwerk in alles om ons heen gaat zitten en ons leven meer en meer geregeld wordt door technologie die niet door ons ontworpen is, en waar we geen zeggenschap over hebben, zullen we vaker geconfronteerd worden met software die onmenselijke beslissingen neemt. Als we de zaken niet snel anders gaan aanpakken, worden we compleet afhankelijk van het beperkte voorstellingsvermogen van de programmeurs die onze levens vormgeven.

Terug naar Google Maps. Het kan anders. Een onderzoeker bij Yahoo heeft plekken in Londen gecrowdsourced die stil zijn, mooi zijn of waar mensen gelukkig van worden. Je kunt er dus voor kiezen om een happy route te nemen van Piccadilly Circus naar Tate Modern. Natuurlijk is het fijn om een alternatief te hebben voor de meedogenloze efficiencylogica van andere navigatiediensten, maar wat ik vooral zo mooi vind aan deze alternatieve routes is dat ze mij een expliciete keuze geven over wat ík belangrijk vind als ik door de stad reis.