Deltaplannen

S. Montag

Als ik in lijn 24 over de Vijzelgracht rijd kan ik het niet laten. Ik kijk naar de scheefgezakte huizen aan de overkant, slagerij Rodriguez die zich zo te zien ongeschonden heeft gehandhaafd, het gebouw van de Alliance Francaise dat weer mooi is opgeknapt. Sinds kort ziet de middenweg eruit alof er weer auto’s kunnen rijden, maar zo ver is het nog niet. Dit korte traject draagt nog altijd de zware sporen van de tunnelbouw.

Ook op het Rokin is het nog lang niet in orde. En nu is het de vraag of we ons daar nog over verbazen. Ik zal eerder verstomd staan als de Noord-Zuidlijn zijn eerste rit heeft voltooid, als ik dat nog meemaak tenminste.

In Warschau stond in de Koude Oorlog een geweldige wolkenkrabber. Wat is dat, wat zit erin, vroeg ik een Pool. Niets, zei hij. Dat is een investeringsruïne. Er was een clubje mensen met geweldige plannen geweest. Ze hadden alle gezagsdragers kunnen overtuigen, de bouwers waren aan het werk gegaan en toen ze klaar waren, bleken al die belanghebbenden failliet te zijn, ontslagen, gearresteerd. Daar torende die wolkenkrabber als een monument van het menselijk tekort.

Later kregen we hier ook ervaring. In 1971 ontstond de scheepsbouwgigant Rijn-Schelde-Verolme. Te groot, te weinig rekening gehouden met tegenslagen zoals de oliecrisis van 1973, te optimistisch. De dramatische ondergang van RSV werd besloten met een parlementaire enquête die het publiek toen danig heeft beziggehouden. Een cursus van anatomische lessen over het menselijk tekort.

Toen kregen we in Amsterdam de overtuiging dat het Stedelijk en het Rijksmuseum verouderd waren en na wat gehakketak waarvan we niet veel gemerkt hebben, begon ook hier de grote vernieuwing. Bij het Rijksmuseum merkte je er weinig van als je er langs kwam. Het Stedelijk ging dicht en er werd een contract gesloten met een voortvarend bedrijf dat de revolutie zou voltrekken. Het Museumplein was al onder handen genomen, in 1999 door de landschapsarchitect Sven-Ingvar Andersson, bijgenaamd de Zweedse tuinkabouter. Aan hem hebben we het Ezelsoor, het diagonaal oplopende, met gras bedekte dak van de supermarkt te danken.

Maar de ware revolutie voltrok zich daarnaast. Het Stedelijk kreeg een nieuwe ingang van ongekende vorm, langwerpig, met een platte onderkant en verder alleen ronde hoeken. Dat kon je eerst niet zien want halverwege de bouw ging de aannemer failliet. Werd die ingang het volgende monument van het menselijk tekort? We weten niet hoeveel het gescheeld heeft, maar er werd een opvolger gevonden die het werk heeft afgemaakt. Deze ingang heeft een bijnaam: de Badkuip. Het geheel van deze radicale vernieuwing is goed geslaagd en het oude deel van het interieur is ongeschonden gebleven.

Nu zitten we met de aanstaande ondergang van het reusachtige installatiebedrijf Imtech. Meer dan 22.000 banen, belangen over de hele wereld en opeens geen geld meer terwijl de leiding toch tot de meest ervaren ondernemers hoort. Hoe komt dat? Hoe is het mogelijk dat enorme en krachtige bedrijven plotseling als ouwe mannetjes in elkaar zakken? Heeft niemand dat voorzien? Ik denk dat de diepste oorzaak het onuitvoerbare plan is. De leiding is weer op een idee gekomen, wordt er zelf door meegesleept en verdedigt het vurig voor het personeel. In het bedrijfsleven kan een plan als een geloof werken. Een geloof verdraagt geen kritiek, de ongelovigen worden als ketters afgeruimd. Dan komt onvermijdelijk de proef op de som. Dan blijkt bij de uitvoering dat dit plan voor geen cent deugt. De ongelovigen hadden gelijk maar dat werd voortdurend ontkend en de meesten zijn trouwens al ontslagen. Geen onzekerder broodwinning dan die van een ketter in dienst van een plannenmaker.

En nog gevaarlijker: een baantje bij iemand die zegt dat er een Deltaplan nodig is. Dat is het grootste plan ooit in Nederland tot een geslaagde uitvoering gebracht. Er zijn geen uitvoerbare plannen meer die deze naam verdienen. Wees heel voorzichtig.