De lettersoep van Alphabet

Google verandert zijn naam in Alphabet, om de boel duidelijker te maken. Gaat de reorganisatie bereiken wat topman Larry Page beoogt?

En wat doet het bedrijf eigenlijk allemaal?

Illustratie Jet Peters

Noem een opkomende technologie, en de kans is groot dat Google er iets mee doet. Zelfrijdende auto’s, genetica, drones, robots, smartwatches: Google is ermee bezig. Je kunt nou eenmaal veel leuke dingen doen met een onderzoeksbudget van ongeveer 10 miljard euro. Google heeft inmiddels meer dan 55.000 medewerkers, zette vorig jaar 59 miljard euro om en maakte bijna 13 miljard euro winst.

Maar hoe stuur je een bedrijf aan dat zo groot is en zulke uiteenlopende activiteiten heeft? Om dat probleem op te lossen presenteerde bestuursvoorzitter Larry Page deze week een plan. Hij creëert een nieuw moederbedrijf, Alphabet genaamd.

Daaronder worden de diverse activiteiten apart gezet in divisies. De naam Google blijft bestaan: zo gaat de internetdivisie heten die producten als Android, Chrome en de zoekmachine blijft ontwikkelen.

Een grote reorganisatie dus.

Een bonte verzameling bedrijven

Wat pikant is: de beslissing van Page is een flinke draai ten opzichte van wat hij eerder voor elkaar wilde krijgen.

Toen hij in 2011 aantrad maakte hij een einde aan een reeks experimentele producten. Hij wilde toen, op z’n Amerikaans gezegd, „Meer hout achter minder pijlen”. Ofwel: meer concentratie op minder producten. Met Alphabet ligt het voor de hand dat er alleen maar meer pijlen bijkomen.

Google wordt door de stap een onvervalst technologieconglomeraat: een bonte verzameling bedrijven onder één vlag. Veel andere technologieconglomeraten staan nou niet bepaald bekend om hun slagkracht: Yahoo, Microsoft, Oracle, Hewlett Packard: ze worstelen de laatste jaren met tegenvallende resultaten. Als technologiebedrijven volwassen worden, verliezen ze vaak hun glans.

Vandaar dat Page zelf ook liever de vergelijking maakt met Berkshire Hathaway; het al decennia zeer succesvolle bedrijf van Warren Buffett. Ook dat is een vreemde hybride tussen centraal geleid bedrijf en zeer divers investeringsvehikel. Page ziet Alphabet meer als een nieuw soort investeringsfonds dan als een klassiek technologiebedrijf.

Alphabet heeft de komende tijd een aantal grote uitdagingen. Wie de beoordelingen ziet van medewerkers op de website Glassdoor (een site waarop mensen hun baas beoordelen), ontdekt al snel een rode draad:medewerkers zijn er erg tevreden, maar door de omvang dreigt het bedrijf te traag en bureaucratisch te worden. Dat bemoeilijkt vernieuwing en is een nadeel bij het aantrekken van getalenteerd, ondernemend personeel. Er is in Silicon Valley tussen techbedrijven een enorme strijd gaande om talent.

Zelfstandiger opererende divisies onder Alphabet kunnen ervoor zorgen dat beslissingen sneller genomen worden en dat nieuwe ideeën sneller naar de markt worden gebracht. In onafhankelijke bedrijfsonderdelen kan er sneller een start-upcultuur ontstaan dan in grote bureaucratische organisaties, is het idee. Dat kan allicht talent helpen aantrekken.

Maar in Silicon Valley concurreert Alphabet niet alleen met andere grote technologiebedrijven, maar juist ook met veelbelovende start-ups. Die geven programmeurs vaak aandelen om ze te motiveren. Het ligt niet voor de hand dat de divisies van Alphabet ineens aandelen kunnen uitgeven. Dat blijft een voordeel van start-ups.

Een ander probleem is onduidelijkheid voor de buitenwereld over wat Google allemaal uitspookt. Vooral beleggers en investeerders klaagden daar de laatste tijd over. Het is duidelijk dat het nog steeds voor het grootste deel zijn geld verdient aan online-advertenties, maar draagt kabelinternetaanbieder Fiber al iets bij? En wat kosten de internetballonnen van Project Loon precies?

Als je afgaat op de reacties van analisten gaat Alphabet zorgen voor meer duidelijkheid. Onder meer zakenbank UBS schrijft in een reactie: „Dit zorgt ervoor dat investeerders duidelijker waarde kunnen toekennen aan Google.”

Beleggers hebben veel vertrouwen

Maar ook onder Alphabet blijft er veel onduidelijk over de kosten van afzonderlijke projecten. Alphabet gaat in de resultaten voortaan onderscheid maken tussen de internetdivisie Google, en de rest van de divisies tezámen. Het bedrijf geeft ook straks geen duidelijkheid over individuele projecten: het blijft een troebele lettersoep.

Maar ondanks alle tegenargumenten en nuanceringen die er te bedenken zijn bij de stap van Google, ging de beurskoers na de bekendmaking van het Alphabet-nieuws 6 procent omhoog, en bereikte die het hoogste punt ooit.

Beleggers hebben dus duidelijk veel vertrouwen in Larry Page. Hij heeft dan ook wel vaker dingen voor elkaar gekregen waarvan veel anderen zeiden dat ze gedoemd waren te mislukken. Wie had er in 1998, toen de zoekmachine begon, überhaupt gedacht dat het zou uitgroeien tot zo’n machtig en alomtegenwoordig bedrijf?