Bloedende perziken

Ze hadden weinig van de frisblozende, fluwelen meisjesborsten op de stillevens van Renoir. Met hun donzige, asgrijze huid deden ze meer aan muizen denken. Maar op de doos van de groenteboer stond toch echt dat het perziken waren: wijngaardperziken. Sanguines worden ze ook wel genoemd, ofwel bloedperziken, naar hun dieprode vruchtvlees. Het is een soort die vroeger veel in wijngaarden werd aangeplant bij wijze van alarmsysteem. Wanneer zich op de perzikbomen meeldauw ontwikkelde, wist de wijnboer dat hij goed op zijn druiven moest gaan letten.

Uit nieuwsgierigheid kocht ik er een paar. Juist omdat ze er zo buitenissig uitzagen wilde ik ze dolgraag lekker vinden, maar dat viel een beetje tegen. Het bloedende vruchtvlees dat onder hun muizenvelletje tevoorschijn kwam was prachtig, maar de smaak was ronduit wrang. Ze ontbeerden dat gulle dat een perfecte perzik kan hebben. Dat zalig zoete, weet u wel, waarvan het kleverige, geparfumeerde sap langs je kin druipt zodra je je tanden erin zet.

Ik weet eerlijk gezegd niet of het aan de soort lag. Ik vrees eerder dat het ligt aan de kwetsbaarheid die inherent is aan perziken. Wanneer ze bestemd zijn voor export, en dus bestand moeten zijn tegen vervoeren en bewaren, worden ze onrijp geplukt. En een onrijp geplukte perzik wordt nu eenmaal nooit een perfecte perzik.

Gelukkig kun je met niet-perfecte perziken ook best fijne dingen doen in de keuken. Ik pocheerde mijn wijngaardperziken in rode wijn met specerijen en ze bloeiden helemaal op. Dat wrange werd in contrast met de zoete, kruidige wijn juist heel aantrekkelijk. Het vruchtvlees, kleurde bovendien door en door purper en dat zag er, gedrapeerd op een wit porseleinen schaaltje, adembenemend mooi uit. Wijngaardperziken. Als ik een schilder was geweest, had ik toch een keer geprobeerd ze in verf te vangen.

Janneke Vreugdenhil