Werkteater was ‘begin Parade’

Terugblik op gloriedagen Werktheater tijdens Parade: Cas Enkelaar, Olga Zuiderhoek en Helmert Woudenberg. Foto Frank Ruiter foto Frank Ruiter

Een reünie wordt het niet, een comeback evenmin. Maar wel kijkt het theaterfestival De Parade de komende dagen op zijn Amsterdamse standplaats terug op de gloriejaren van het Werkteater, het acteurscollectief dat in de jaren zeventig en tachtig eigen voorstellingen maakten die vaak verwezen naar de maatschappelijke misstanden in die tijd. Zeven ex-leden van het gezelschap geven in een door Maria Goos gepresenteerde talkshow commentaar op scènes uit het archief, Helmert Woudenberg speelt een solo (twintig sprookjes binnen een half uur) en Peter Faber en Hans Man in ‘t Veld komen eigen projecten met jonge spelers presenteren. En ook de aanstekelijke Werkteater-film Een zwoele zomeravond (1982) wordt vertoond.

„Die archiefbeelden zijn leuk om te laten zien”, zegt Olga Zuiderhoek. „Maar je moet niet proberen om het Werkteater in zijn oude vorm terug te laten keren. Wij waren een huwelijk dat uit elkaar viel en uitliep op een scheiding. Die trauma’s zijn er nog”.

„Wij hingen samen met de tijd”, vult Helmert Woudenberg aan. „We hebben destijds als acteurs de vrijheid bevochten om zelf dingen te maken. Wat we wilden, was een ander soort toneel – veel dichter ook bij het publiek, heel anders dan in het toneelbestel van toen. Ik heb nog wel overwogen nu weer een scènetje uit zo’n vroegere voorstelling te spelen, maar dan ruk je dat uit zijn verband. Je moet het zien in de tijd waarin het werd gemaakt”.

Het idee voor een terugblik ontstond vorig najaar, bij de presentatie van een rijkgeschakeerde Werkteater-website met veel verhalen en videoregistraties. Dat het evenement plaats vindt op de Parade, is geen toeval. Toen het Werkteater voor het eerst zomervoorstellingen ging spelen in een tent op het Museumplein in Amsterdam, kwamen daar al gauw een paar andere tenten onder de verzamelnaam Boulevard of Broken Dreams bij. En uit die Boulevard kwam later de Parade voort.

In de zomermaanden stond het toneel in die tijd stil. Tot het Werkteater, voortdurend op zoek naar nieuw publiek, op het idee kwam op straat te gaan spelen. „Met z’n allen in drie auto’s, opeens uitstappen en ergens gaan spelen”, vertelt Woudenberg. „Soms stonden we voor flatgebouwen waar niemand kwam kijken”, aldus Cas Enklaar. „Maar ook wel voor de V&D. En ik herinner me nog een dorpsbruiloft waar we opeens stonden te spelen”. Een kwartiertje, langer duurde zo’n optreden aanvankelijk niet. Vergunningen werden niet eens aangevraagd. Idealisme stond hoog in hun vaandel.

Het succes op straat riep allengs de vraag op of de acteurs niet beter op een verhoging konden staan, zodat het publiek een beter zicht had. Dat leidde tot een vrachtwagen met een uitklappodium. De volgende stap werd een zeil over de hoofden van de acteurs. Gevolgd door de fase waarin ook de toeschouwers werden overkapt. Zo groeide hun zomerse project onvermijdelijk uit tot een tournee met een tent. Al was die nog niet meteen ideaal. Cas Enklaar herinnert zich dat hij op een keer niet meespeelde en in het publiek zat: „De pootjes van de stoeltjes zakten steeds dieper weg in de modder”.

Woudenberg: „En na de voorstelling ging je naar huis. Er stonden toen nog geen koek-en-zopies omheen”.

Enklaar: „Ik weet nog het eenzame gevoel, als ik na het grote succes door de regen naar huis liep, als Jane Avril die uit de Moulin Rouge komt op een prent van Toulouse-Lautrec”.

Zuiderhoek: „Ja, want de volgende dag was er alweer een matinee”.