Waar Selva woonde staat nu een hotel

De oorlog is voorbij, maar veel Tamils voelen zich tweederangs burgers. Bestendigen de verkiezingen van maandag de broze verzoening?

Veel Tamils kunnen niet terug naar hun dorp, zoals deze weduwe van het schiereiland Jaffna. Het leger heeft er onder meer hotels gebouwd. Foto Lakruwan Wanniarachchi/AFP

Het leed dat ze net als veel Tamils in het noorden van Sri Lanka heeft doorgemaakt, heeft zijn sporen nagelaten op het verweerde gezicht van Selva Malar, een vrouw van 45 jaar op blote voeten in een paars jurkje.

Al bijna dertig jaar bivakkeert ze met vijftig andere ontheemde gezinnen in het Nethavan-kamp, een treurig samenraapsel van nietige huisjes van golfplaat, palmbladeren en wat losse stenen. Malar staat er alleen voor met haar twee dochters, inmiddels tieners. Acht jaar geleden werd haar man door de inlichtingendienst meegenomen. Er is nooit meer iets van hem vernomen, net zoals van duizenden andere opgepakte Tamils. „Niemand helpt. We raken steeds gefrustreerder”, zegt Malar. Ze veegt het zweet van haar gezicht.

Zoals veel bewoners van het kampement, even buiten de stad Jaffna, heeft ze de hoop opgegeven dat ze ooit nog naar haar geliefde vissersdorpje terugkan. Daaruit werd ze door het leger verjaagd. Dat claimde het gebied voor militaire doeleinden. „Op de plek van mijn huis staat nu een hotel”, zegt Malar.

Dat heeft ze van anderen gehoord, zelf mag ze er niet meer komen. Buitenlanders wel, en bij een bezoek ter plaatse blijkt dat de militairen het dorpje inderdaad goeddeels hebben afgebroken en vervangen door een luxehotel. Veel Sinhalezen, de grootste bevolkingsgroep van het land, waarmee de Tamils het al eeuwenlang aan de stok hebben, komen er nu genieten van het tropische strand met de azuurblauwe zee. Ze hebben het Thalsevana gedoopt, wat in het Sinhalees ‘schaduw van de palmyra’ betekent, naar de lokale palmboom.

„Zie je, ze doen of het gebied van hen is”, zegt Isaac Dixon zachtjes. Hij is een anglicaanse Tamil-priester uit Jaffna met een wit gewaad en een gitzwarte baard. Dixon heeft de controlepost op zijn bromfiets weten te passeren omdat hij – anders dan de meeste Tamils – ook vloeiend Sinhalees spreekt. Verontwaardigd werpt hij een blik op een groepje Sinhalese mannen in vrijetijdskleding met zonnebrillen. „Om de verdreven bewoners bekommeren ze zich geen moment.”

Een klein deel van de bezette gebieden in het noorden van Sri Lanka is inmiddels teruggegeven. Maar de militairen houden aanzienlijke stukken land onder hun hoede, al lijkt de militaire noodzaak daartoe verdwenen.

De ‘landkwestie’ is een van de grote obstakels die verzoening tussen de Sinhalezen en de Tamils in de weg staan. Ook zes jaar na beëindiging van de dertig jaar durende burgeroorlog tussen het Sri Lankaanse leger en de Tamil Tijgers blijft de kloof diep.

„Sinhalezen en Tamils blijven er ten diepste van overtuigd: wij horen niet bij elkaar”, zegt Guido de Vries van ZOA, een Nederlandse hulporganisatie. Aan splijtende factoren inderdaad geen gebrek: ze hebben niet dezelfde godsdienst (Sinhalezen zijn boeddhisten, Tamils hindoes), niet dezelfde taal en niet dezelfde cultuur. De Vries: „Voor een oplossing is introspectie nodig, maar die ontbreekt, bij de Sinhalezen en bij de Tamils.”

Een zucht van verlichting

Het aantreden van president Maithripala Sirisena, die bij de verkiezingen van januari de steeds autocratischer Mahinda Rajapaksa verrassend versloeg, wekte hoop. Zijn verkiezing, mede dankzij vrijwel unanieme steun van de Tamils, werd ook door een groot deel van de Sinhalezen toegejuicht. Volgens Jehan Perera, de (Sinhalese) directeur van de National Peace Council of Sri Lanka in Colombo, een denktank, ging er een zucht van verlichting door het land: „De mensen zijn sindsdien een stuk opgewekter, het klimaat van vrees dat was ontstaan onder Rajapaksa is verdwenen. Mensen zijn niet meer bang door de politie te worden belaagd.”

Rajapaksa’s nederlaag gaf de Tamils eindelijk weer het gevoel dat ze ertoe doen in het land. Althans een beetje. Als dank voor de steun verving Sirisena meteen een repressieve Sinhalese militaire gouverneur in de Tamil-gebieden. Een Tamil werd hoofd van het Hooggerechtshof. En toen in mei een Tamil-meisje in Jaffna werd verkracht en vermoord, bezocht Sirisena de familie om de gemoederen te bedaren.

Desondanks is er onder Tamils geen euforie over de nieuwe regering. „Er is al vaker hoop bij ons gewekt, waarna we toch weer teleurgesteld werden”, zegt Thulasi Muttulingam, een voormalige journaliste die nu voor ZOA werkt, op de veranda bij de woning van haar ouders in Jaffna.

De vraag is of de regering, die op een wankele basis berust in het parlement, in een positie verkeert meer substantiële concessies te doen en de Tamils meer autonomie te verlenen. Dat is volgens de meeste commentatoren in Colombo de beste manier beide zijden met elkaar te verzoenen. Volgens Perera moeten de Tamils in ruil toezeggen dat ze niet langer een eigen staat nastreven. „Dat is belangrijk voor de Sinhalezen.”

Een teer punt, dat beide bevolkingsgroepen weer uiteen kan drijven, is of de Sinhalese generaals en de politieke leiders die verantwoordelijk waren voor het meedogenloze slotoffensief tegen de Tamil Tijgers bij Mullaitivu, het laatste bolwerk van de Tijgers dat in 2009 viel, terecht moeten staan voor oorlogsmisdaden.

De Verenigde Naties schatten dat er in die slotfase tienduizenden mensen zijn omgekomen, onder wie veel burgers. Het debat gaat vooral over Sinhalese leiders omdat de meeste leiders van de Tijgers, opperste leider Velupillai Prabhakaran incluis, gedood zijn.

De VN staan op het punt een naar verwachting kritisch rapport over deze episode te publiceren. Eigenlijk zouden ze dat al eerder doen maar op verzoek van president Sirisena is dit uitgesteld tot september, na de verkiezing van een nieuwe volksvertegenwoordiging komende maandag.

Grote vraag is of het VN-rapport ook Rajapaksa beticht van oorlogsmisdaden of medeplichtigheid daaraan. Veel Tamils maar ook sommige Sinhalezen hopen dat dit gebeurt. Maar Rajapaksa, die werd weggestemd omdat hij en zijn broers de staat steeds meer als een familiebedrijf gebruikten, geldt ook als de grote man die een einde maakte aan de oorlog. Veel Sinhalezen uit het zuiden vereren hem en de generaals nog als helden.

Socioloog Pradeep Peiris wil de overwinnaars niet in de beklaagdenbank zien. „Dat zou tot een scherpe reactie in het zuiden leiden. We moeten aanvaarden dat de zaken zijn gelopen zoals ze zijn gelopen. Geen enkele Sinhalese politicus in dit land, waar 70 procent van de bevolking uit Sinhalezen bestaat, kan overleven wanneer je de overwinnaars kleineert.”

De Sinhalezen wijzen er bovendien op dat de Tamil Tijgers veel meedogenlozer te werk gingen dan het leger. In het plaatsje Mullaitivu zijn de macabere overblijfselen daarvan nog te zien. Onder meer in een soort museum waar inmiddels verroeste onderzeebootjes staan. Met zulke bootjes werden jonge Tijgers, dikwijls minderjarigen, op dodelijke missies gestuurd om schepen van de tegenstander – en zichzelf – op te blazen.

Onder Rajapaksa was het motto na zijn zege: het Tamil-probleem is opgelost. Als de Tamils in Sri Lanka wilden blijven, mocht dat, maar op de voorwaarden van de Sinhalezen. Veel Tamils voelen zich tweederangs burgers. Pompeuze monumenten versterken dat gevoel. Zo staat er bij Mullaitivu een meer dan levensgrote, met bladgoud bedekte heroïsche Sinhalese militair. Het ademt een soort triomfalisme, wat veel Tamils steekt.

De trein raast met grote snelheid

Wel nam Rajapaksa de wederopbouw van de verwoeste Tamil-gebieden energiek ter hand. Er werden scholen en ziekenhuizen gebouwd, de wegen hersteld. Hetzelfde geldt voor de treinverbinding, die decennia buiten gebruik was. Zitten passagiers nog te hobbelen tot ze de Tamil-gebieden bereiken, daarna raast de trein nu met grote snelheid langs gloednieuwe stations naar Jaffna.

Maar tot ergernis van veel Tamils werden de meeste wederopbouwprojecten uitgevoerd door Sinhalese bedrijven die weinig gebruikmaakten van Tamil-arbeidskrachten. De Tamil-gebieden blijven economisch achter. „De lonen zijn hier extreem laag en veel jongeren proberen wanhopig weg te komen naar het buitenland”, zegt Thulasi Muttulingam.

„Na dertig jaar oorlog willen wij nu weleens gelijkheid”, zegt een jonge Tamil, tijdens een pauze van een cursus Engels bij de British Council in Jaffna. „De regering moet gevangenen vrijlaten en helderheid bieden over de vermisten. We willen bovendien een eerlijk aandeel in de banen bij de overheid. Vooral in Colombo krijgen Tamils bijna nooit een baan.”

Nog radicaler stellen veel Tamils zich op die naar het buitenland zijn gevlucht, naar India, Groot-Brittannië, Canada en Australië. Daar willen velen de strijd hervatten. Zowel in de nabijgelegen Indiase deelstaat Tamil Nadu als in het verre Toronto wapperen nog vlaggen van de Tijgers en hangen portretten van Prabhakaran. Veel ballingen blijven faliekant tegen welke concessie aan de Sinhalezen ook.

„De ergste vijanden van de Tamils zijn vaak de Tamils zelf”, zucht priester Dixon. Hulpverleenster Thulasi Muttulingam ergert zich. „Waar halen ze de brutaliteit vandaan ons te vertellen hoe we het land moeten besturen”, roept ze. „Die mensen zijn vaak al tientallen jaren geleden naar het buitenland gevlucht. Ze hebben het leed niet meegemaakt. De meeste mensen hier willen eindelijk die oorlog achter zich laten en hun leven weer oppakken.”

Ook sommige jongeren zien kansen. „Vroeger was Jaffna erg geïsoleerd”, zegt Pavalaxan Pararajasingam (29), die is teruggekeerd uit Singapore en nu bij de British Council werkt. „Je had er geen bioscopen, geen mobiele telefoons en geen sociale media. Er waren nauwelijks Sinhalezen. Nu zijn die er wel, met sommigen ben ik zelfs bevriend. ”

M. Sooriasegaran, een 73-jarige ingenieur die lang in Engeland woonde maar nu in Jaffna zijn laatste jaren slijt, vindt het tijd wakker te worden. „Het is juist goed voor de Tamils bij Sri Lanka te horen. We kunnen heus wel met de Sinhalezen in één land wonen.”