Sprinten gaat niet vanzelf bij Zabel jr.

Profwielrenner

Zoon van Duits topsprinter is vrij van druk. Hij geniet vooral. „Voor mijn vader is het soms moeilijk zich te verplaatsen in een minder succesvol renner.”

Een jonge Rick Zabel in 1998 op de schouders bij vader Erik, die zes keer de groene trui won in de Tour de France. Foto Andreas Rentz/Getty Images

Dromen, het leven en de wereld ontdekken; dat waren de thema’s voor het interview met wielrenner Rick Zabel (21), zoon van voormalig sprinter Erik Zabel. De kreten op zijn Instagram-account maakten nieuwsgierig. Er staan drie zinnetjes: ‘living the dream’, ‘lover of life’ en ‘exploring the world’. De Duitser van BMC, deze week actief in de Eneco Tour, is iemand die veel nadenkt, blijkt. Over zichzelf, het leven, zijn beroep. „Klink ik als een oude, wijze man?” lacht hij halverwege het gesprek. „Oh.” De constatering kwam voort uit deze frase: „Het leven is mooi. Je moet er van genieten, want je weet nooit wanneer het eindigt. Ik heb een positieve kijk op het leven. Iets wat je als sporter misschien ook wel nodig hebt.”

Het zijn, zeker voor een 21-jarige, wijze woorden, die getuigen van een filosofische inslag. Rick Zabel twijfelt niet, zo lijkt het. „Je moet tevreden zijn met wat je hebt en elke dag gemotiveerd blijven om te doen wat je doet”, vervolgt hij in de lobby van zijn hotel in Breda. „Natuurlijk, het is niet makkelijk om elke dag positief te zijn. Ik ben ook wel eens gefrustreerd of verdrietig, maar uiteindelijk zijn er belangrijkere zaken dan wielrennen, zoals je familie en vrienden.”

‘Ik ben bevoorrecht’

Hij leeft zijn droom, zegt hij met twinkelende ogen. Rick Zabel wist als kleine jongen al dat hij in de voetsporen wilde treden van zijn vader Erik, de succesvolste Duitse wielrenner ooit (212 zeges). „Dit bestaan komt in de buurt van mijn jongensdromen”, zegt hij. „Dat je wakker kunt worden wanneer je wilt, dat je op je gemak kunt ontbijten en vervolgens je werk kunt doen op de fiets. Ik train vier, vijf uur op een normale trainingsdag. Als ik klaar ben, is het twee, drie uur ’s middags. Dan heb ik de hele dag nog voor mezelf. Dit leven is mooi. Ik voel me bevoorrecht. Gelukkig ook.”

Er is alleen één verschil tussen zijn jongensdromen en het nu. In zijn dromen was hij succesvoller, bekent Zabel. Hij lacht er ingehouden bij, alsof de actualiteit hem niet helemaal zint. Op zijn palmares van dit jaar slechts één etappe; een sprintje in de Ronde van Oostenrijk. Als renner van BMC rijdt hij deze week vooral in dienst van Greg van Avermaet en Philippe Gilbert, renners die strijden om de eindzege in de Eneco Tour. „Als kind droomde ik van een etappe in de Tour de France of het winnen van een mooie klassieker. Maar ja, negentig procent van de jonge renners rijdt in dienst van hun kopmannen. Dat vind ik ook niet erg. Ik ben nog jong, heb potentieel en moet nog veel verbeteren om mijn dromen te realiseren.”

Welke lessen hij meekrijgt van zijn vader? „Ach, zoveel”, puft Zabel, die in de opleidingsploeg van Rabobank reed. „Sprinten is een leerproces. Ervaring zorgt ervoor dat je je instinct ontwikkelt en weet welke lijn je moet kiezen in de finale. Des te meer sprints je doet, des te beter je instinct wordt. Mijn vader geeft me natuurlijk veel advies. Dat is fijn, maar uiteindelijk moet ik het zelf doen. Dat is het lastige eraan. Als ik nu bijvoorbeeld op het podium rijd, ben ik heel blij, terwijl dat voor hem heel normaal is, want hij stond meer dan driehonderd keer op het erepodium. Ik merk dat het voor hem wel eens moeilijk is om zich te verplaatsen in een minder succesvolle renner.” En de vergelijking met zijn vader? „We hebben dezelfde achternaam, maar ik ben een ander persoon en een ander type renner.” Punt. Hij zegt het afgemeten. Dan: „Hij is zeker een idool, maar uiteindelijk moet ik het zelf doen.”

‘Een sprinter denkt niet’

Rick Zabel weet intussen wat het geheim van een topsprinter is. „Vertrouwen”, zegt hij. „Mooi voorbeeld is André Greipel [winnaar tweede etappe in de Eneco Tour]. Natuurlijk is het voor hem niet makkelijk om na vier gewonnen Tourritten weer competitief te zijn. Maar hij wint, omdat hij het vertrouwen heeft. Als je te veel nadenkt, is dat niet goed als sprinter. Een sprinter denkt niet. Hij doet. Geloven in jezelf is zo belangrijk.”

Zabel junior gunt zichzelf nog jaren. Tot die tijd geniet hij van het leven als coureur en reist hij de hele wereld over. Opnieuw twinkelen zijn ogen als hij het over zijn bestaan heeft. „Vorig jaar reed ik een koers in Colorado, Amerika. Mooie natuur, lange, brede wegen en elke tien kilometer een bocht, die je van ver af aan zag komen. Er was geen stress. Mensen zijn daar crazy van wielrennen. Elke dag reed ik daar met een blij gevoel op de fiets.” Alsof hij verwantschap voelde. Zo passievol als de Amerikanen zijn, zo is hij zelf ook.

Dan geeft hij een hand. Het is tijd om te gaan. De massage wacht. Morgen weer een dag.