Oh, die mag weer voor hoor

Iedereen weet inmiddels dat ALS-patiënt Pieter Steinz werd weggestuurd bij strandtent Parnassia. Nina (26) zit in een elektrische rolstoel en noemt zichzelf ‘Quasimodo XL’ – haar spierziekte leidde tot scheefgroei van haar ruggengraat. Niemand weet van de dagelijkse drempels die ze tegenkomt.

Om haar persoonlijke ervaring toch in beleid om te zetten, werkt ze als ‘tester’ voor een organisatie die zich inzet voor rolstoeltoegankelijkheid. Met een checklist op schoot bezoekt ze muziekfestivals. Is er een invalidenparkeerplaats? Is de doorgang minstens 90 cm breed? Hoe hoog zitten de kassa’s?

Naderhand spreekt ze met de organisatie van het festival en probeert ze hen te motiveren om enkele verbeteringen aan te brengen. „Meestal zijn ze best bereid. Het is voornamelijk onwetendheid.”

Voorafgaand aan de uitzending zondag vertelde Zomergasten-presentator Wilfried de Jong dat hij tijdens het gesprek op zijn mimiek moest letten. Hij was benaderd door iemand die hem erop wees dat hij zijn hand vaak voor zijn mond houdt tijdens het praten. Doven kunnen dan niet liplezen.

Tijdens het gesprek lette Wilfried erop dat hij niet ging zitten zoals voor hem natuurlijk voelt. In een wereld vol anderen is het belangrijk te beseffen dat je zelf ook altijd een ander bent.

Wie denkt dat mensen alleen op internet hun diepste asocialiteit durven te tonen, moet meeliften met Nina’s oor.

„Oh die mag weer voor hoor”, hoort Nina soms wanneer ze op een festival langs de rij mag of via de artiesteningang gaat.

„Dan vraag ik: wil je ruilen? Natuurlijk blijft het dan stil. Ze verwachten niet dat ik terugpraat.”

Bij Steinz was juist het probleem dat hij niet kon praten. Het frustrerende van de uitzondering is dat ze zich naar geen enkele verwachting voegt.

Mensen zonder handicap die mensen met een handicap kennen, kijken minder enkelvoudig naar de wereld. Nina pleit daarom voor het afschaffen van speciaal onderwijs, want daar begint het onderscheid. Op de openbare basisschool waar Nina en ik elkaar ontmoetten, wilden ze haar eigenlijk niet hebben. Haar aanwezigheid ontwrichtte dagelijkse patronen – zo kwam er twee keer per dag iemand de klas in om Nina naar de wc te helpen. Haar handicap bracht de lopenden uit balans.

Nina’s utopie: „Een wereld zonder drempels. En grote wc’s.”

Het scheelt wel dat mensen zonder fysieke beperking steeds meer gaan leven als mensen met een fysieke beperking. Voor Nina is het bijvoorbeeld prettig dat een groot deel van het leven zich tegenwoordig online afspeelt. De ontwikkeling van huishoudelijke luxes, zoals een afstandbediening om het licht of de gordijnen mee te bedienen, helpt ook.

Nina heeft een nuchter levensmotto: „Ik ga altijd uit van het slechtste, dan kan het alleen maar meevallen.”

Meevallen moet de norm worden.