‘Na paarden zijn mensen aan de beurt’

Dat zei de voorzitter van Stichting Zinloos Geweld Tegen Dieren in De Telegraaf

De aanleiding

Dit jaar zijn bij de politie tot nu toe 31 gevallen van paardenmishandeling gemeld. Maandag werd in Haarlo nog een gewond paard gevonden. Vorige week luidde de voorzitter van de Stichting Zinloos Geweld Tegen Dieren de noodklok in De Telegraaf. „Het is een kwestie van tijd voordat paardenbeulen, die op dit moment door het hele land dieren toetakelen, zich gaan vergrijpen aan mensen”, citeerde de krant Henk ten Napel. Als we hem over deze stelling bellen, neemt Ten Napel er geen woord van terug. Daarom checken we of het klopt dat een paardenbeul vroeger of later ook mensen zal mishandelen.

Waar is het op gebaseerd?

Ten Napel verwijst in De Telegraaf naar de Amerikaanse wetenschapper Frank R. Ascione, die onderzoek doet naar het verband tussen dierenmishandeling en geweld tegen mensen en concludeerde dat er een verband is. Ook correspondeerde Ten Napel met de ‘Beul van Twente’, de tbs’er Rudolf K., die in 2005 veroordeeld werd voor de moord op een zwerver. K. begon ooit met dieren en hakte bij de man die hij vermoordde de penis af. Volgens Ten Napel past deze zaak in de theorie dat dierenbeulen uiteindelijk geen kick meer krijgen van weerloze dieren en die dan bij mensen hopen te vinden. „En ze voeren dan vaak dezelfde handelingen uit.”

En, klopt het?

We mailen Ascione, de auteur van The International Handbook of Animal Abuse and Cruelty. Hij stuurt als antwoord een artikel van Glenn D. Walters, een onderzoeker aan Kutztown University, die veertien studies vergeleek. Walters zegt dat dierenmishandeling het voorportaal is van agressie jegens mensen, de ‘violence graduation hypothesis’: dierenbeulen promoveren als het ware tot mensenbeulen. Maar het ‘bewijs’ daarvoor leunt volledig op kleine aantallen misdaadzaken. Bijvoorbeeld: van 354 seriemoordenaars in een studie had 21 procent (als kind) dieren mishandeld. Alleen: wat zegt dat? De meeste (adolescente) dierenbeulen, zegt Walters, zullen nooit een mens mishandelen en er zijn talloze geweldsdelinquenten die niet naar dieren omkijken.

Het lastige is dat het onderzoek zo beperkt is: omdat onderzoekers het moeten doen met veroordeelde geweldsplegers en omdat bijna alle onderzoeken terugredeneren vanuit veroordeelde plegers in plaats van de ontwikkeling op lange termijn te volgen van jonge dierenbeulen. Je kunt dus eigenlijk maar één ding zeggen: dat dierenmishandeling veelal onderdeel is van een gedragsstoornis. En dat je gewaarschuwd moet zijn als je een kind of puber dieren pijn ziet doen, omdat er mogelijk een wereld van problemen achter schuilt die tot erger kan leiden. En ja, de kans bestaat dat een paardenbeul op een dag een mens iets zal aandoen.

In Nederland is amper onderzoek gedaan naar de voorspellende waarde van dierenmishandeling voor het verloop van de geweldscarrière van de plegers. Hoogleraar antrozoölogie Marie-José Enders (Open Universiteit) keek wel naar het omgekeerde, of gewelddadige types hun agressie ook op dieren botvieren. Het blijkt dat als er sprake is van huiselijk geweld er vaak ook dieren mishandeld worden. Bij navraag zegt Enders dat dierenmishandeling „een rode vlag is, een indicator. Er zijn dierenbeulen die zich uiteindelijk ook aan mensen vergrijpen. Maar er is geen een-op-eenrelatie: niet iedere dierenbeul wordt iemand die mensen mishandelt.”

Conclusie

Dat dierenbeulen zich uiteindelijk ook aan mensen vergrijpen, is dus geen wetmatigheid. We beoordelen de stelling van Henk ten Napel daarom als onwaar.

Correcties en aanvullingen

Dierenmishandeling

In Na paarden zijn mensen aan de beurt (14/8, p. 6) staat dat wetenschapper Glenn D. Walters zegt dat dierenmishandeling het voorportaal is van agressie jegens mensen. Onjuist: zoals ook in de rest van het artikel staat, vindt Walters deze theorie juist te weinig onderbouwd.