Jeugdzorginstellingen onvoldoende toegerust voor behandeling Syriëgangers

Jeugdzorginstellingen zijn onvoldoende toegerust om jonge Syriëgangers te behandelen. De Raad voor de Kinderbescherming vindt het „frustrerend” dat geradicaliseerde tieners niet de zorg krijgen die zij nodig hebben. Dat zegt de Kinderbescherming in een gesprek met NRC.

ANP / Jerry Lampen

Jeugdzorginstellingen zijn onvoldoende toegerust om jonge Syriëgangers te behandelen. De Raad voor de Kinderbescherming vindt het “frustrerend” dat geradicaliseerde tieners niet de zorg krijgen die zij nodig hebben. Dat zegt de Kinderbescherming in een gesprek met NRC.

Om te voorkomen dat minderjarigen afreizen naar Syrië, worden zij opgesloten in tehuizen van jeugdzorg. Ten minste zeven tieners zijn hier ondergebracht omdat zij wilden uitreizen. Nog eens negen kinderen zijn geplaatst in pleeggezinnen.

Opsluiting

Het is de bedoeling dat radicale tieners in jeugdinstellingen worden behandeld om van hun extremistische denkbeelden af te komen. Maar de behandeling gaat soms niet van start, of komt te laat op gang. Het aanbod van de instellingen is ontoereikend om de complexe problematiek van radicalisering te behandelen, zegt de Kinderbescherming.

Ook komt het voor dat geradicaliseerde jongeren geïsoleerd worden binnen de instelling. Ze mogen niet meedoen aan groepsactiviteiten en doen hun schoolwerk los van de andere kinderen. Dit is “nadelig” voor hun ontwikkeling, omdat zij juist contact moeten houden met leeftijdgenoten, zegt de Kinderbescherming. Het vermoeden is dat jeugdzorginstellingen bang zijn dat radicalen de rest van de groep beïnvloeden.

‘De-radicaliserend’ effect?

Het opsluiten van geradicaliseerde jongeren in de jeugdzorg is een ultieme poging om te voorkomen dat zij zich aansluiten bij terroristische groeperingen in Syrië of Irak,  zoals Islamitische Staat (IS). Rechters plaatsen minderjarigen doorgaans uit huis bij concrete aanwijzingen dat zij willen uitreizen naar oorlogsgebied, omdat dit de ontwikkeling van het kind zou bedreigen.

Of hun verblijf in de jeugdzorg een ‘de-radicaliserend’ effect heeft, durft de Kinderbescherming niet te zeggen. Eén meisje is na verblijf in de instelling tot inkeer gekomen; daar staat tegenover dat ook kinderen woedend uit de instelling zijn gekomen omdat ze naar hun mening onterecht zaten opgesloten. Tot nu toe is geen van de jongeren na vrijlating uit de instelling alsnog naar Syrië gereisd.

Volgens jeugdrechtdeskundige Maria de Jong van de Universiteit Leiden kunnen gesloten jeugdzorginstellingen maar “zeer beperkt” bijdragen aan de heropvoeding van jihadreizigers. Jeugdzorg Nederland zegt in een reactie dat de kritiek “nieuw” voor haar is en gaat met de Kinderbescherming in overleg over hoe instellingen dienen om te gaan met geradicaliseerde tieners.