Je zal nu maar olie exporteren

Foto Reuters

Voor Europa betekent de lage olieprijs overwegend goed nieuws. En ook bij het tanken kan het leuk zijn. Het Centraal Planbureau noemde de olieprijs deze week nog als factor bij het “aanhoudend herstel” in Nederland.

Heel anders is het voor de landen die olie exporteren. Of deze landen nu rijk zijn (Noorwegen) of arm (Venezuela), de olieprijs bezorgt regeringen hoofdbrekens. Nu die de helft lager is dan een jaar geleden, wordt de economische afhankelijkheid van de olie-export wel heel duidelijk.

1. Saoedi-Arabië

’s Werelds grootste olie-exporteur ziet zich voor het eerst sinds 2007 genoodzaakt te lenen op de geldmarkt. Het grootste deel van de staatsinkomsten komt van de olie. Nu dreigt een acuut tekort op de begroting. Het Internationaal Monetair Fonds (IMF) gaat uit van een begrotingstekort van 20 procent van het bruto binnenlands product dit jaar. In juni gaven de Saoediërs al voor 4 miljard dollar obligaties uit op de nationale geldmarkt. Daar kwam deze week een uitgifte van ruim 5 miljard dollar bovenop. De regering wil dit jaar rond de 27 miljard dollar ophalen. Zij wil voorlopig niet bezuinigen op sociale subsidies en zeker niet op de oorlog in Jemen.

2. Noorwegen

Een kwart van de Noorse staatsbegroting bestond vorig jaar uit olie-inkomsten. Nu staan die onder druk. De lage olieprijs raakt ook de investeringen in de energiesector. De Noorse werkloosheid (4,3 procent) is weliswaar laag voor Europese standaarden, maar wel de hoogste in elf jaar. De centrum-rechtse regering overweegt nu het olie-staatsfonds van 800 miljard euro aan te boren om de begroting van 2016 te spekken. In Noorwegen geldt de regel dat maximaal 4 procent van de waarde van het fonds mag worden besteed door de staat, dit om te voorkomen dat de Noorse kroon te duur wordt. Met 3 procent zit de regering daar nu nog onder.

3. Rusland

De Russische economie krimpt dit jaar volgens IMF-ramingen met 3,4 procent. Hoeveel van de krimp komt door de lage olieprijs, en hoeveel door de westerse sancties tegen Rusland, valt niet precies te zeggen. Maar voor een land waar de helft van de staatsinkomsten komt uit de olie- en gasproductie, komt de lage olieprijs hard aan. Door een chronisch tekort aan investeringen is de Russische energiesector bij het huidige lage prijsniveau nauwelijks in staat tot concurrentie op de wereldmarkt.

4. Venezuela

Venezuela heeft van de grote olieproducenten misschien de minste ruimte om klappen op te vallen. Te midden van grote economische problemen – inflatie van meer dan 100 procent, voedselschaarste – komt ook nog de lage olieprijs. Volgens Asdrubal Oliveros, een Venezolaanse analist, loopt het land dit jaar de helft van zijn inkomsten mis, schrijft persbureau AFP. Bezuinigen is voor de links-populistische president Maduro (nog) geen optie.

De voorraad buitenlandse valuta van de genoemde landen

5. Nigeria

Nigeria geldt als een economisch relatief goed presterend Afrikaans land, maar de rijkdom komt vrijwel geheel van de olie. Olie is goed voor zo’n 70 procent van de overheidsinkomsten. En die lopen nu snel terug. De eind mei aangetreden president Buhari beloofde eerst de oliesector minder corrupt te maken, maar inmiddels zegt hij: Nigeria moet minder afhankelijk worden van olie. De regering heeft extra geld geleend om de economie te stimuleren.