‘Het derde Rome’ zal wankelen

Rusland begint volgens de eminente Britse historicus Walter Laqueur steeds meer op een fascistische staat te lijken. Maar het is een dictatuur goedgekeurd door de meerderheid. Zolang het goed gaat.

Een affiche met Hitler, Stalin en Poetin, hangend in het Majdan-kamp op het Onafhankelijkheidsplein in Kiev, op 28 juli 2014, kort na het neerschieten van de MH17 FOTO AFP PHOTO/ SERGEI SUPINSKY

Hoewel het nog altijd verreweg het grootste land ter wereld is, heeft Rusland het verlies van veertien rijksdelen in 1991 nooit kunnen accepteren. Het uiteenvallen van de Sovjet-Unie was niet de schuld van de Russen zelf, maar van de boze buitenwereld, de Amerikanen voorop; een vernedering. Alleen als imperiale grootmacht, gerespecteerd zo niet gevreesd door anderen, kan Rusland bestaan.

Op dat sentiment is volgens Walter Laqueur het ‘poetinisme’ gebaseerd. De Britse historicus weet in zijn nieuwe boek helder en overtuigend te schetsen hoe het communisme bij het oud vuil is gezet en vervangen door de ‘Russische idee’. Die bestaat overigens alleen op het niveau van de mythologie, zo licht hij toe. Het is een wonderlijk mengsel van de meest uiteenlopende ingrediënten: Russisch nationalisme; eurazianisme; een speciale positie voor de aan de staat onderhorige orthodoxe kerk; geloof in Stalin of tenminste anti-anti-stalinisme; anti-westerse paranoia, soms uitlopend op antisemitisme. En ook het gedachtegoed van filosoof Ivan Iljin (1883-1954), door Poetin hoog geschat (in 2013 gaf hij alle gouverneurs een boek van Iljin als kerstcadeau). Als emigrant was Iljin een uitgesproken anti-bolsjewiek, maar zijn houding tegenover nazisme en fascisme was volgens Laqueur uiterst dubieus.

Staat van dienst

Laqueur heeft een indrukwekkende staat van dienst. Geboren in 1921 in het toen nog Duitse Breslau vertrok hij in 1938 naar Palestina; zijn joodse ouders werden vermoord in de Holocaust. Hij werd journalist en vertrok midden jaren vijftig naar Londen. Daar zette hij gerenommeerde tijdschriften op als Journal of Contemporary History en Survey, hij leidde het Institute of Contemporary History en de Wiener Library en daarna de International Research Council van het Center for Strategic and International Studies in Washington en vervulde diverse professoraten. Hij publiceerde meer dan vijfentwintig boeken en honderden artikelen over heden en verleden van Rusland, Duitsland en het Midden-Oosten.

Na 1991 ging het Westen er veel te optimistisch van uit dat Rusland een partner kon zijn, net zo democratisch en vrij als andere landen. Men hield geen rekening met de Russische historische traditie en mentaliteit, aldus Laqueur. De opkomst van een nationalistische autocratie was veel waarschijnlijker, al ging doe ontwikkeling ook voor hem sneller en verder dan hij had voorzien. Rusland heeft zichzelf altijd gezien als het ‘derde Rome’, na de val van het antieke Rome en Byzantium; een vierde Rome zou er niet zijn. Een rijk, onlosmakelijk verbonden met een imperiale missie. Wijkt de werkelijkheid van dit beeld af, dan ligt dat volgens Rusland aan de werkelijkheid; samenzweringstheorieën dienen om dit aan te tonen. Gaat Oekraïne een andere weg dan Moskou wenst, dan zit de NAVO daarachter. Legt het Westen Moskou sancties op wegens het schenden van de Oekraïense soevereiniteit, dan doet het dat niet omdat het wil vasthouden aan afgesproken regels, maar uit russofobie.

Rusland ging de weg op van staatskapitalisme onder toezicht van de geheime dienst, de zelfverklaarde ‘nieuwe adel’. Vladimir Poetin en zijn collega’s mogen zichzelf aanzienlijk hebben verrijkt, maar dat is niet hun belangrijkste drijfveer. Laqueur parafraseert een van de leidende siloviki (ex-KGB’ers net als Poetin) die zegt dat zij hun werk doen ‘niet om het geld maar uit plichtsbesef, uit patriottisme en idealisme.’ Zolang het geen grote offers eist, hebben zij de steun van de meeste burgers. Die vinden consumptie belangrijker dan ideologie, het liefst willen zij ‘zowel kanonnen als boter, tegelijkertijd’. Het feit dat die combinatie niet is gegarandeerd maakt de toekomst onzeker.

Fascistisch wil Laqueur het Russische politieke bestel niet noemen, maar ‘het komt aardig in de richting’. Ondanks de term poetinisme is ook de persoon van Poetin niet doorslaggevend; een andere leider zou ongeveer op dezelfde wijze handelen. ‘Het is een dictatuur goedgekeurd door de meerderheid, zolang het goed gaat. Mocht deze steun afnemen, dan worden er waarschijnlijk hardere regeermethoden geïntroduceerd.’

Verdacht

Laqueur is niet onder de indruk van het argument dat het Westen zich anders tegenover Rusland had moeten gedragen. Natuurlijk had het Rusland kunnen helpen zijn status van grootmacht terug te krijgen, desnoods tegen de wens in van de voormalige landsdelen die er niet meer bij wilden horen. Maar het is volstrekt onduidelijk waarom het Westen dat zou hebben moeten doen. ‘Bovendien, gegeven Ruslands diepe wantrouwen jegens het Westen, zouden de Russische “ultra’s’’ waarschijnlijk hebben geloofd dat zulke hulp er op een verborgen, onpeilbare manier op was gericht Rusland te benadelen.’ Elke gunst van het Westen is immers a priori verdacht. Als de NAVO niet enkele van Ruslands buurlanden, op hun eigen verzoek, zou hebben opgenomen, zou dat door Rusland zijn uitgelegd als teken van zwakte en een uitnodiging zelf uit te breiden.

Voorlopig zitten we met het poetinisme opgescheept, maar op langere termijn staat Rusland er beroerd voor, zo laat Laqueur zien. Als ‘petrostaat’ is het sterk afhankelijk van de opbrengst van olie en gas; de prijsdaling heeft de Russische economie een enorme klap toegebracht. Met een snel afnemend bevolkingsaantal heeft het grote, maar zeer dunbevolkte land slechte demografische vooruitzichten.

China, met tienmaal meer inwoners dan Rusland en een viermaal zo groot bruto nationaal product, is een veel geduchtere rivaal dan het Westen. Als er al een bondgenootschap met China inzit, dan hoeft Rusland op niet meer dan de rol van junior partner te rekenen. Immigratie zou Rusland kunnen redden, maar de xenofobie is nu al moeilijk te beteugelen. De Noord-Kaukusus is al vrijwel totaal geïslamiseerd en andere delen van Rusland gaan dezelfde kant op.

Als het al twijfelachtig is of Rusland zich in zijn huidige omvang kan handhaven, kan het zich moeilijk verdere uitbreiding veroorloven. De cost of empire bedraagt volgens Laqueur nu al tussen de 25 en 35 miljard dollar per jaar (leger en politie niet meegerekend), of 6 procent van de Russische begroting. Ergens zal het spaak lopen, maar Laqueur is te goed thuis in de geschiedenis om zich te wagen aan voorspellingen over de nabije toekomst. Misschien ook is het wachten op een (door Laqueur niet genoemde) andere Russische traditie: dat op perioden van kou een dooi pleegt te volgen.