‘Geweld door Nederlandse militairen in Indië na 1945 was structureel’

Indonesische vlaggen op de Merapi-berg, tijdens de viering vorig jaar van 69 jaar onafhankelijkheid van Nederland. Foto EPA / Bimo Satrio

Nederlandse militairen hebben structureel en op grote schaal extreem geweld gebruikt tegen Indonesiërs in de periode 1945-’50, na het uitroepen van de Indonesische onafhankelijkheid, maandag zeventig jaar geleden.

Ze gingen daarna meestal vrijuit omdat autoriteiten de misstanden systematisch in de doofpot stopten. Dat concludeert de Zwitsers-Nederlandse historicus Remy Limpach na een omvangrijk onderzoek van overheidsarchieven en persoonlijke getuigenissen, zoals dagboeken en soldatenbrieven.

Het is voor het eerst dat een historicus het geweld “structureel” noemt. Limpach, die volgende maand aan de universiteit van Bern hoopt te promoveren en nu werkzaam is bij het Nederlands Instituut voor Militaire Historie (NIMH), ondergraaft in zijn promotie-onderzoek het officiële overheidsstandpunt dat buitensporig geweld in de jaren 1945-’50 bij wijze van uitzondering, als ‘exces’ voorkwam.

In 1969 verscheen de zogeheten Excessennota, waarin 110 gevallen van extreem geweld worden beschreven die in regeringsarchieven voorkomen. Dat de dekolonisatieoorlog – ook bekend als de ‘Politionele Acties’ – veel gewelddadiger was, is na vele publicaties in de afgelopen decennia algemeen bekend. Maar de kernvraag, of het ging om ‘excessen’ dan wel structureel geweld, is nooit onderzocht. Na de Excessennota kwam er geen parlementaire enquête en belangrijke archieven bleven gesloten.

Wraakacties

Volgens Limpach koos de regering-De Jong destijds bewust voor de eufemistische term ‘exces’ „om te suggereren dat geweld niet op grote schaal voorkwam” en „om gevoelige vergelijkingen met Duitse oorlogsmisdaden te vermijden”.

Limpach concludeert echter dat het Nederlandse leger Indonesiërs juist wel “regelmatig”, „op grote schaal” en „buiten onmiddellijke gevechtsacties om doodde en mishandelde”. Limpach spreekt van vermoedelijk “duizenden” gevallen. Het gaat onder meer om gevallen van moord op ongewapende burgers als wraakactie of, om een afschrikwekkend voorbeeld te stellen, het doodschieten van geboeide gevangenen, martelingen in gevangenissen, verkrachting en plundering. Uit veel persoonlijke documenten blijkt dat betrokken militairen en getuigen het Nederlandse optreden wel degelijk vergeleken met dat van de Duitse bezetters in Nederland.

Verantwoordelijken ontliepen vaak hun straf, omdat militaire en juridische gezagsdragers dergelijke gevallen stelselmatig in de doofpot stopten. Volgens Limpach ontstond zo een “cultuur van rechteloosheid”.

Lees het volledige bericht in NRC Handelsblad: ‘Geweld Indië was structureel’.