De eerste westerse band in Noord-Korea

De omstreden Sloveense band Laibach is geobsedeerd door totalitaire regimes, flirt met het nazisme en treedt volgende week als eerste westerse band op in Pyongyang. Maar wie houdt wie nu eigenlijk voor de gek?

Beeld Thinkstock/20th Century Fox/Bewerking nrc.next

Er waren eens zes lelijke Oostenrijkers die plotseling een wereldhit scoorden. Dat ging ongeveer zo:

Life! (Na-naaah-na-

na-naah)

Life is life (Na-naaah-na-na-naah)

Labadab-dab-dab! Life! (Na-naaah-na-na-naah)

Laaaaa-haaaaa-hijf (Na-naaah-na-na-naah)

Tot zover niets aan de hand. Oké, het was een vreselijk nummer met een wanstaltige, zeurderige zanglijn. En je kon je afvragen of de band, die Opus heette, het succes verdiende. Aan de videoclip, live opgenomen in een zweterige discotheek, kon het in ieder geval niet liggen: de besnorde bandleden waren namelijk allemaal van het type mislukte skileraar.

Twee jaar later, in 1987, bracht het Sloveense collectief Laibach hun plaat Opus Dei uit, waarop ze het nummer onder handen namen. Kille, industriële beats beukten als hamers op aambeelden en daarover klonk een streng, laag en monotoon gegrom.

When we all give the power.

We all give the best.

Every minute of an hour.

Don't think about the rest.

Then you all get the power.

You all get the best.

Met terugwerkende kracht schrokken luisteraars zich kapot: want wat had die Oostenrijkers ooit bezield zulke regels te verzinnen? Op dezelfde plaat ging Laibach aan de haal met Queens monsterhit ‘One Vision’, die voor de gelegenheid in het Duits werd vertaald.

Ein Mensch, ein Ziel, und eine Weisung.

Ein Herz, ein Geist, nur eine Lösung.

Ein Fleisch, ein Blut, ein wahrer Glaube.

Eine Rasse und ein Traum, ein starker Wille.

Jawohl! Ja! Ja! Ja! Jawohl!

Es gibt nur eine Richtung, und ein Volk.

Wederom: doodeng. Maar Freddy Mercury had het toch echt zelf gezongen. De truc werkte. Opus Dei werd het album waarmee Laibach wereldwijd doorbrak - met alle verwarring en controverses van dien.

Want in plaats van op foute skileraren, leken de bandleden op dictators. Ze droegen jachtkostuums, lederhosen of uniformen met verdachte armbanden, marcheerden op knielaarzen door bergwouden en over pleinen. Video’s stonden bol van totalitaire symboliek en Riefenstahl-esthetiek.

Waren dit nazi’s?

Alleen God kan ze opheffen

Wie dat wilde weten, werd niet meteen wijzer. In plaats van interviews te geven, publiceerde Laibach liever paginalange manifesten die bol stonden van dubbelzinnigheden en ondoorgrondelijke despotenretoriek. Journalisten die er toch in slaagden die ene vraag te stellen, kregen altijd hetzelfde antwoord. „Wij zijn net zo fascistisch als Hitler een schilder was.” Hmmm.

Wat wel duidelijk was: ze wekten weerstand op. In het thuisland Slovenië wist men dat allang. Daar was de band al kort na de oprichting verboden. Reden: het provocerende tv-debuut waarin ze door de presentator uitgemaakt werden voor ‘vijanden van het volk’. Vier jaar mochten de leden niet optreden en/of de naam Laibach (de Duitse benaming van hoofdstad Ljubljana) gebruiken. Als bannelingen zochten ze hun heil elders in Europa, al gaven ze er soms nog stiekem anonieme shows. Stoppen was geen optie, want, zo sprak hun manifest: „Alleen God kan Laibach opheffen. Mensen of dingen kunnen dat nooit.”

Laibach luisterde je niet voor de lol, het was een dril die je moest ondergaan. Zo ook live. Bij optredens werd het podium – vol wapperende vlaggen met zwarte kruisen – namelijk opzettelijk veel hoger gemaakt: dan kon de band lekker neerkijken op het plebs, dat met stijve nekken omhoog stond te staren.

Vijfendertig jaar, tientallen albums in alle mogelijke stijlen, talloze bezettingswisselingen en evenveel rellen later lijkt de bloedserieuze toewijding aan het totalitarisme te worden bekroond. Volgende week speelt Laibach als eerste westerse band in Noord-Korea. Aanleiding: de viering van het einde van de Japanse overheersing, zeventig jaar geleden. De tour werd mogelijk gemaakt door de Noorse regisseur Morten Traavik, die goede contacten onderhoudt met het regime. Ter ere van hetzelfde feestje besloot de communistische leider Kim Jong-un zijn macht nog een extra te onderstrepen door de klok in zijn land een half uur terug te zetten.

Behalve hun eigen hits spelen de Slovenen ook nummers uit The Sound of Music en de lokale evergreen ‘Wij zullen de Paektusan beklimmen’ – over hoogste berg van het land die beschouwd wordt als de mythische geboorteplaats.

Natuurlijk barstte vorige maand de kritiek weer los, toen de band de concerten (maandag en dinsdag in Pyongyang) aankondigde. En toch vraag je je af: wie houdt wie nu eigenlijk voor de gek?

Reuring is de reden van hun bestaan

Want ja, Laibach is geobsedeerd door dictatoriale regimes (want: ‘effectief’) en de band heeft geflirt met het nazisme (want: ‘sexy’), maar werd door tegenstanders tegelijkertijd beschuldigd van zowel extreem-linkse als -rechtse sympathieën. Als het fascisten zouden zijn, reageerde Traavik, de initiator van de Koreaanse tournee tegen de BBC, hoe kan het dan dat uitgerekend Polen, het land dat zo zwaar heeft geleden in de Tweede Wereldoorlog, Laibach heeft gevraagd mee te werken aan de herdenking van de opstand tegen de nazi’s?

Mocht het antwoord op de goed-of-fout-vraag ooit volgen, dan zal dat in het allerlaatste geval van de betrokkenen zelf komen. Reuring is namelijk de reden van hun bestaan. En bovendien, verklaarden ze meerdere malen: „Moraal in de kunst is onzin.”

En eerlijk is eerlijk: eigenlijk is Laibach helemaal geen band. Het is eerder een guerrilla-cel van het avant-garde kunstenaarscollectief NSK, dat staat voor Neue Slowenische Kunst. In 1992 riep de geruchtmakende beweging haar eigen virtuele staat uit. Die had dan weliswaar geen ‘eigen territorium’, maar wel diplomatieke paspoorten, postzegels, een munteenheid en een vlag. Ambassades en consulaten konden naar eigen inzicht waar maar te wereld worden ingericht. Iedereen was welkom.

Aanstootgevend of niet, NSK beïnvloedde wel de aanstormde groep intellectuelen en politici in het land dat nog maar net onafhankelijk was geworden. Een van hen, de tegendraadse sputterfilosoof Slavoj Zizek, heeft het vaak voor zijn landgenoten opgenomen. De vraag of Laibach kritiekloos dweept met foute regimes of die juist te kakken zet, deugt niet, vindt hij. Ironie is namelijk al bij iedereen ingeburgerd, óók bij de machthebbers. „De enige manier om nog gezagsondermijnend te zijn is om het systeem nog serieuzer te nemen dan het zichzelf al neemt”, aldus Zizek.

Kim Jong-un is gewaarschuwd.

Doe, a deer, a female deer

Ray, a drop of golden sun

Me, a name I call myself

Far, a long, long way to run