De douanier pakt mijn laptop en vraagt: ‘Porno?’

Arnon Grunberg rijdt deze zomer met voormalig asielzoeker Qader Shafiq van Nijmegen naar Kabul voor familiebezoek. Grunberg doet er dagelijks verslag van.

„Dit is een land voor doden en kamelen,” zegt reisgenoot Qader. Op de talrijke begraafplaatsen die we tegenkomen op de steppe zien we graven die soms mooier zijn dan de huizen.

Beyneu is een stadje niet ver van de grens met Oezbekistan.

De woestijn rukt op, overal zand. Er is een station, waar om een uur of acht ’s avonds, mensen staan te dringen.

Ons hotel heet Silk Way Hotel. In een zaal die dienst moet hebben gedaan als eetzaal zitten twee meisjes te eten. Een van de meisjes zegt dat ze nog kamers heeft, voor de douche moeten we apart betalen.

Na inspectie blijkt de douche niet te werken, het herentoilet evenmin. „Jullie mogen van de dames-wc gebruik maken,”zegt ze.

We nemen twee kamers; we zitten al de hele dag met elkaar in de auto. „Hoorde je dat?” vraagt Qader als we naar het centrum lopen op zoek naar eten, „volgens mij is dat meisje in elkaar geslagen omdat ze ons van de dames-wc gebruik wilde laten maken.”

Inderdaad blijkt de dames-wc later weer op slot en als we ’s ochtends vroeg vertrekken, treffen we het meisje aan met een blauwe plek op haar voorhoofd.

Op weg naar de grens vraagt Qader of ik als mens of als vogel wil reïncarneren.

„Als mens,” antwoord ik.

„Ook hier?” vraagt hij. „Als automonteur bijvoorbeeld?”

Ik twijfel. Er zijn veel plekken op deze wereld waar je beter niet als mens geboren kunt worden.

Ervaringen met vorige grensovergangen heeft Qader brutaler gemaakt, hij rijdt langs de rij vrachtwagens en personenauto’s.

„We moeten naar een schrijversconferentie in Tadzjikistan,” zegt Qader, die over veel charme beschikt. „Hij is schrijver.”

„Waar schrijft hij over?” vraagt de douanier.

„De liefde,” antwoordt Qader.

„Wat voor liefde?”

„Alle liefde.”

We krijgen een voorkeursbehandeling, maar aan de Oezbeekse kant van de grens verlopen de onderhandelingen stroever. Ik word gesepareerd van Qader, een douanier pakt mijn laptop en vraagt: „Porno?”

„Nee,” antwoord ik.

Daarna bekijkt hij vrijwel alle foto’s op mijn computer. Mijn geliefde had me recentelijk een naaktfoto gestuurd, gelukkig een discrete.

Als de douanier klaar is met mijn computer pakt hij mijn iPad. Het ritueel herhaalt zich.

Daarna wijst de man naar de andere kant van de grens.

Qader zie ik nergens meer. Een soldaat schreeuwt iets naar me, Qader redt zich wel.

Ik loop de grens over. Overleven doe je alleen.

Wordt vervolgd