China: devaluatiekapitalisme

China niest, de wereldeconomie vreest een koutje. De vertraging van de economische groei in China van de afgelopen maanden gaat gepaard met maatregelen die een mengeling zijn van klassiek kapitalisme en een door de staat geleide economie.

De Chinese groei zakt tot onder 7 procent, een percentage waar andere landen jaloers op zouden zijn. Maar in China gaan alarmbellen af. De ongeschreven afspraak tussen volk en machthebbers, namelijk gegarandeerde welvaartsgroei in ruil voor politieke en sociale onvrijheid, dreigt in de knel te komen. De koersval vorige maand op de beurs was al een voorbeeld van wat er dan gebeurt in de Chinese politieke economie. De beurskrach legde grootscheepse speculatie bloot. Het mag en Chinezen doen het gretig. Maar als het fout gaat en de koersen kelderen, grijpt de overheid naar interventies om de val te stuiten. Dan nemen de Chinese autoriteiten beproefde westerse maatregelen, zoals een verbod op handel in aandelen die je niet bezit (short selling), maar wordt ook strafrecht in het vooruitzicht gesteld tegen overtredingen. Dat is kenmerkend voor het totalitaire kapitalisme.

Past de devaluatie van de Chinese yuan de afgelopen dagen in datzelfde plaatje? De afwaarderingen zijn bescheiden, dagelijks hooguit 2 procent. Maar omdat de koers van de yuan tot nu vrijwel in beton gegoten was, zorgden de wijzigingen voor beduidende reacties, om te beginnen op de Europese aandelenmarkten. Grosso modo kunnen de Chinese exporteurs profiteren van de devaluatie, zodat zij de tanende economische groei kunnen bevorderen. Het gevolg is ook dat westerse importen (zeg: Duitse auto’s) in China duurder worden. Dat schaadt de economisch groei in westerse landen juist op het moment dat er wat muziek in zit.

De grootste angst is dat andere landen deze devaluatie beantwoorden met vergelijkbare maatregelen. Daar heeft niemand belang bij, want de uitkomst van zo'n ‘valutastrijd’ is dat geen enkel land er op langere termijn voordeel aan ontleent.

Maar er zit ook een positief aspect aan de devaluatie en de uitleg die de Chinese autoriteiten daaraan geven. Zij staan toe dat de koers van de yuan mede wordt vastgesteld op basis van marktverhoudingen en continueren daarmee verdere financiële liberalisatie. Dat laatste is een voorwaarde voor het Internationaal Monetair Fonds bij zijn overwegingen of de Chinese munt kan gaan behoren tot de mondiale reservevaluta, zoals de dollar en de euro. China wil dat graag. Daarmee is de devaluatie ook een bijdrage aan de normalisering van de financiële verhoudingen die geapprecieerd moet worden.