Algen in zee bezwijken door virusziekte of worden opgegeten

Plantaardig plankton heeft eigenlijk maar twee doodsoorzaken. De helft wordt opgegeten. De andere helft bezwijkt, verrassend genoeg, door een virusinfectie.

Plantaardig plankton bestaat vooral uit algen. Nederlandse zeemicrobiologen van het NIOZ hebben voor het eerst dat de algensterfte door virussen is gemeten. Woensdag beschreven de onderzoekers hun resultaten in het ISME Journal.

Algen staan aan de basis van de voedselketen in zee. Ze vormen het hoofdvoedsel voor zoöplankton, zoals kleine eenpootkreeftjes. Daar eten kleine visjes van, die weer gegeten worden door iets grotere vissen, enzovoort. Dat was het veronderstelde lot van de algen: basisvoedsel voor dieren.

Maar algenvirussen azen dus ook op alg. Als een algenvirus een alg vindt en infecteert, vermeerdert hij zichzelf en laat de algencel klappen waarmee het virusnageslacht vrij komt. De zee zit tjokvol virussen: elke milliliter zeewater bevat ongeveer honderdduizend tot 100 miljoen virusdeeltjes.

De biologen van het NIOZ achterhaalden wat de virussen de algen aandoen door monsters van gewoon zeewater te verdunnen met virusvrij zeewater. De sterfte onder de algen loopt dan terug.

In warm water doden virussen meer algen dan in koel oceaanwater op hogere breedtegraden. Dat suggereert dat de virussterfte in het noorden zal toenemen als het zeewater opwarmt door klimaatverandering. Er zou dan minder voedsel overblijven voor vissen.

Waaróm zijn virussen in warm water dodelijker? Ook daar vonden de NIOZ-biologen het antwoord op. In het zuiden is de waterkolom meer gelaagd: het lichte warme water mengt niet goed met het voedselrijke, koudere water eronder. De algen zijn daardoor kleiner, maar wel met veel. De kans op infectie is groter. In het noorden groeien andere algen die samen meer slijmachtige substantie afscheiden. Virussen raken in het slijm ingevangen en kunnen geen algen infecteren.