Ze komen als ‘toerist’ en ze willen niet meer weg

Ook Aruba kampt met vluchtelingen. Ze komen uit Venezuela, dat sterk is verarmd. „Eten en medicijnen raken op. Dat maakt de spanningen groter, óók de kans op een burgeroorlog.”

Venezolanen op Aruba. Veel van hen komen op een toeristenvisum naar het eiland, een deel van het Koninkrijk der Nederlanden. Op Aruba zoeken ze vervolgens werk in bijvoorbeeld de bouwsector. Foto’s Marald van Montfoort

Hij had twee bedrijven en die gingen failliet. En toen werd hij ook nog eens ontvoerd en beroofd. Een paar dagen later zat de Venezolaanse Carlos op Aruba.

Vanaf het terras van een pas geverfde bungalow in de wijk Palm Beach vertelt zakenman Carlos (28) – zijn volledige naam is bij de redactie bekend – over zijn haastige vertrek uit de Venezolaanse stad Valencia naar Aruba, nu vier maanden geleden. Nog geen 30 kilometer verderop ligt Venezuela. Met helder weer en weinig wind kunnen de Arubanen hun buurland zelfs zien liggen.

„Dit was voor mij het dichtstbijzijnde toevluchtsoord”, zegt Carlos. „Ik was hier al een paar keer geweest en er liggen kansen. Ik wil mijn geld investeren in het toerisme én in de real estate.” Naast de bungalow staan een stuk of tien trikes, driewielige motoren, die hij kocht van een Nederlander. Hij wil ze verhuren aan toeristen. Twee Venezolaanse arbeiders verven de vlaggenmast. Carlos: „Na mijn ontvoering leek het beter mezelf én mijn geld veilig te stellen.”

Schaarste

De economische crisis in Venezuela wordt met de dag erger. Doordat olie goedkoper wordt, is er amper geld om goederen te importeren. Het land is een belangrijke olie-exporteur. Gevolg: een enorme schaarste. Carlos: „Niets is meer te krijgen. Voor toiletpapier en zeep moet je in de rij staan en levensmiddelen raken op.”

Zelf stuurt hij regelmatig maandverband en shampoo naar zijn vriendin in Valencia. „Een paar jaar geleden kocht ik een auto voor haar, nu springt ze een gat in de lucht als de tampons zijn gekomen.”

Sinds de crisis zoeken steeds meer Venezolanen hun heil op Aruba. Het eiland ligt maar dertig kilometer uit de kust. De taal, het Papiamento, is verwant aan het Spaans en er wonen al decennia veel latino’s op Aruba. Er kwamen het eerste kwartaal van dit jaar bijna 38.000 meer Venezolanen het land binnen dat hetzelfde kwartaal van 2014.

De vliegtuigen zitten sinds januari bomvol, zegt Narciso Sneek, jurist en beleidsmaker van Dimas, de vreemdelingendienst van het eiland. „De Venezolanen komen hier boodschappen doen en dollars pinnen.”

Illegaal

Wat de Arubaanse autoriteiten zorgen baart is dat steeds meer Venezolanen op een toeristenvisum binnenkomen en vervolgens, illegaal, werk zoeken.

„We noemen dat de pseudovakantiegangers” zegt Sneek. „Je kunt als toerist maximaal drie maanden blijven, maar werken is illegaal. We hebben geen overzicht van het exacte aantal illegale Venezolanen dat nu op het eiland is, maar we vermoeden dat het stijgt. Mensen komen bijvoorbeeld op ‘familiebezoek’ maar gaan niet meer weg.”

De overheid controleert nu vaker op vluchtelingen. „Bijvoorbeeld bij horecagelegenheden en bouwplaatsen, plekken waar veel Venezolanen werken.” Voor iedere illegaal moet een werkgever 12.000 euro boete betalen.

Ook heeft de Arubaanse immigratiedienst afgelopen week de controles op de luchthaven verscherpt. Venezolanen moeten bij aankomst een geldige verblijfsplaats opgeven en over voldoende middelen beschikken voor hun verblijf. De dienst meldde deze week in de Arubaanse media dat er de afgelopen dagen al vierentwintig Venezolanen zijn teruggestuurd.

Een klein aantal Venezolanen komt niet per vliegtuig, maar over zee, met kleine vissersboten. Bewoners rondom de stranden Baby Beach en Rodgers Beach aan de kust bij Aruba’s tweede stad, San Nicolas, zien wel eens mensen de zee uit klimmen, het rif op.

Ook worden er soms kledingstukken aan de kust gevonden. De kustwacht is sinds de economische crisis in Venezuela intensiever gaan controleren. „Maar we hebben niet meer vluchtelingen in bootjes aangetroffen”, zegt Henk Schreuder, plaatsvervangend directeur van de Kustwacht in het Caraïbisch gebied. Tussen januari en nu zijn er door de kustwacht van Aruba tien Venezolanen uit zee gehaald.

Het Rode Kruis van Aruba bereidt zich voor op een vluchtelingenstroom. „De situatie is zorgelijk. Eten en medicijnen raken op. Dat maakt de spanningen groter, óók de kans op een burgeroorlog”, zegt coördinator Mariëtta Wanapa. „We hebben noodwoningen met ruimte voor zestig vluchtelingen. Aruba is een klein eiland. En we willen geen Italiaanse toestanden met massa’s bootvluchtelingen.”

Dienstmeisje

In de bungalow van Carlos veegt schoonmaakster Patricia de slaapkamers. Patricia (38) wordt door Carlos voorgesteld als „nicht”, hoewel ze geen familie is. Dat is veiliger voor het geval de politie binnenvalt.

Vanwege zijn zaken op het eiland heeft Carlos een visum gekregen. En hij helpt zijn landgenoten graag. Patricia, een lange magere Venezolaanse en moeder van twee tienerdochters, is er nu een maand. In eigen land was ze eigenaar van een spa en schoonheidssalon. Zíj had toen een dienstmeisje. Patricia: „Het maakt me niet uit wat voor werk ik in Aruba moet doen, als ik maar kan blijven.”

Maar de regels voor een verblijfsvergunning zijn in Aruba, als deel van het koninkrijk, vergelijkbaar met Nederland en dus streng.

Arme sloebers

„Kijk je daar, je pikt ze er zo uit!” Vanuit zijn kantoor in hotel California observeert eigenaar Theodore Richardson een groep Venezolanen. „Arubanen lopen niet. Iedereen hier pakt de auto of de bus. Maar Venezolanen willen hun dollars meenemen naar Venezuela en geven dus zo min mogelijk geld uit.”

Tot een paar jaar geleden kwamen de Venezolanen hier met opgeheven neus en veel geld op zak naar vertier zoeken. Als toeristen. Ze gingen naar casino’s en logeerden in de duurste hotels. Ze keken neer op ons. Nu zijn het arme sloebers op zoek naar een stukje wc-papier.” Met Richardsons hotel gaat het daardoor ook slechter. „De Venezolanen proberen af te dingen. En daarna vragen ze of ik werk voor ze heb.”

Er is een florerende maar illegale markt ontstaan van kamerverhuur, vaak bij andere Venezolanen thuis. Carlos verwacht dat meer Venezolanen bij hem zullen aankloppen. „Ik kan ze niet weigeren, het zijn mijn landgenoten. Bovendien weet ik hoe het is om te moeten vluchten.”