Column

Wout bleek ongedeerd

Ik moet zeggen dat ik schrok toen Wout Poels twitterde: ‘Vanmorgen met trainen (Ysselsteyn) bewust van de weg gereden door chauffeur van @VZT_DeKwakel!’. De plaatsnaam tussen de haakjes is mijn geboortedorp. Ik woon nog steeds in de buurt. Als ik flink aanzet op de fiets ben ik er in tien minuten. Wout bleek ongedeerd.

Door een Ysselsteyner van de weg gereden? Dat kon haast niet. In dat dorp wonen oppassende en hardwerkende mensen die nog geen vlieg kwaad doen, laat staan dat ze Wout Poels van de weg zouden rijden. Wout, die zijn kopman Chris Froome zo toegewijd naar de Tourzege had geloodst.

Slordig, eerst dacht ik een scheldwoord te lezen, maar De Kwakel is natuurlijk dat dorp hier ver vandaan. En VZT is een respectabel transportbedrijf, zo onderrichtte Google. ‘Van Zaal Transport verzorgt collectieve diensten vanaf diverse regio’s en bloemenveilingen’. Zou een chauffeur van Van Zaal een Tourheld zomaar van de weg rijden? In Frankrijk heerste een anti-Sky stemming, bij ons toch niet? Was de man aan een onvrijwillige siësta begonnen? Misschien zat hij te sms’en. Als erelid en ambassadeur van de Wout Poels Fanclub ga ik het tot op de bodem uitzoeken.

De tweet werd opgepikt door verschillende media. Komkommertijd of niet, een patroon werd getekend: opvallend veel renners worden op training van de weg gemaaid. Wout kwam dus met de schrik vrij, maar recente slachtoffers als Laurens ten Dam (gebroken ruggenwervel) en Annemiek van Vleuten die in Italië werd gekraakt (klaplong, gebroken sleutelbeen, drie gebroken ribben) troffen het slechter. In wielerland België was het vaak raak dit jaar. Het lijkt een internationale trend.

Vind ik het zelf gevaarlijker geworden tijdens mijn tochtjes door de Peel? Het is iets drukker, maar het verschil met vroeger is niet groot. Automobilisten komen me wel wat gehaaster over, en ze spelen opvallend veel met mobieltjes. Onveranderd is de achteloosheid waarmee ze de fietspaden kruisen.

Een aardig verhaaltje. Ik was nog een jong amateurwielrennertje en had me ver van huis gewaagd. Op het fietspad langs de rijksweg tussen Echt en Roermond kroop ik achter een brommer. Im Windschatten van twee gastarbeiders in zondagse pakken ging het lekker vooruit. Toen dook die truck op, vanachter een bordeel. De bromfiets slipte in de kiezeltjes; gedrieën gingen we neer. Ik zag de truck walmend optrekken en verdwijnen. Mijn ellebogen vertoonden smerige rafelwonden. De mannen gingen te voet verder; samen duwden ze de bromfiets voort. Van hun kostuums viel niks meer te maken.

Ik stapte het bordeel binnen. Had ik misschien verwacht dat de gedienstige dames met een verbandtrommeltje toe zouden snellen waar eigenlijk professioneel naaigerei geboden was? Nog geen glaasje water kon eraf. Ellebogen behoorden pertinent niet tot de relevante lichaamszones.