Waarom Azië ineens een zorgenkindje is

Beleggers in Peking, EPA

Wie naar de dalende aandelen- en valutakoersen in Azië kijkt kan maar één ding concluderen: het gaat economisch niet goed met het werelddeel dat de afgelopen jaren juist een van de weinige plekken van groei was in de wereld.

Gisteren liet de Chinese Volksbank voor de tweede dag op rij de koers van de yuan dalen ten opzichte van de Amerikaanse dollar. In twee dagen tijd is de yuan 4 procent in waarde gedaald. In geen vier jaar is de Chinese munt zo goedkoop geweest.

Een goedkopere Chinese yuan maakt Chinese exportproducten — van iPhones van Apple, tot hogesnelheidstreinen en plastic speelgoed — goedkoper, ten opzichte van concurrerende producten uit bijvoorbeeld Europa en de Verenigde Staten. Dat is goed voor de Chinese economie en daarom ook een verklaarbare en makkelijke maatregel voor de Chinese Volksbank om te nemen.

Azië vreest 1998

De zorgen over de economie nemen toe in Azië en vergelijkingen met rampjaar 1998 worden al gemaakt. Zo zijn de koersen van de Maleisische ringgit en de Indonesische roepia gedaald tot de laagste niveaus sinds de Aziëcrisis. In een jaar tijd verloor de ringgit een vijfde van zijn waarde en de roepia ruim vijftien procent.

En met de aandelenkoersen in Azië gaat het nauwelijks beter.

Mogelijke valutastrijd

Hoewel de Chinese Volksbank in een verklaring liet weten dat de ingreep geen gevolg is van economische problemen, zien analisten de devaluatie van de yuan  als een opmars naar een valutastrijd. China probeert concurrentievoordeel te halen door de yuan kunstmatig te drukken, terwijl de waardes van de dollar en de euro de afgelopen crisisjaren kunstmatig laag zijn gehouden door enorme steunmaatregelen van de Amerikaanse Federal Reserve en de Europese Centrale Bank.

Ook de Indonesische centrale bank laat weten dat er geen reden tot zorg is. Maar de Indonesische regering heeft alle bedrijven, buitenlands en binnenlands, inmiddels verboden zaken af te handelen in buitenlandse valuta in een wanhoopspoging het gebruik van de eigen roepia op te dringen.

Na 25 jaar waarin de groei circa 10 procent per jaar bedroeg, zal de Chinese economie dit jaar waarschijnlijk met 5 procent groeien. Een trager groeitempo in China zorgt ervoor dat de prijzen van grondstoffen wereldwijd dalen. Landen als Maleisië (olie, palmolie) en Indonesië (olie, steenkool, ertsen, palmolie) hebben last van de gedaalde prijzen op de wereldmarkt. In Maleisië speelt ook nog eens een enorm corruptieschandaal waarbij de premier zich mogelijk met 672 miljoen dollar heeft verrijkt.

Angst voor renteverhoging VS

Een mogelijke renteverhoging in de Verenigde Staten draagt bij aan de onzekerheid in Azië. Als de crisisperiode van historisch lage rente voorbij is en leningen weer geld kosten, kunnen de gevolgen in Azië groot zijn. Uit onderzoek van zakenbank JP Morgan blijkt dat sinds de crisis van 2008 Aziaten zich diep in de schulden hebben gestoken. De effecten daarop van een renteverhoging in de VS zijn ongewis.

Dat soort onzekerheden lijkt een thema te worden. Niemand weet precies wat de gevolgen zijn van het feit dat de zekerheden van de jaren na de val van Lehman Brothers in 2008 – gratis geld in het westen door crisismaatregelen en stevige groei in Azië – geen zekerheden meer zijn.