Digitaal delen is eenzijdig, fysieke aandacht is schaars geworden

Illustratie Angel Boligan

Als de dag van gisteren herinner ik me de opwinding die ik voelde bij het klikken op de Send-knop van mijn allereerste Hotmailtje, naar mijn zus in New York. Als je 2 jaar geleden had gezegd dat mensen nu rondlopen met een ‘selfiestick’, zou ik je hoofdschuddend hebben uitgelachen. Nu weet iedereen wat ik bedoel, of heeft er deze zomer zelf eentje gekocht. Het gaat snel met de technologie. Ook opa en oma snappen inmiddels hoe WhatsApp en Facebook werken. En Periscope klopt alweer op de digitale deur.

Met de komst van de sociale media zijn we steeds meer digitaal gaan delen: foto’s, ervaringen, reisverhalen. Bijna altijd positieve: een Facebook-post over een deprimerende ochtend in bed omdat je van jezelf baalt, levert weinig duimpjes op. Scrollend door je tijdlijn struikel je over de vele fantastische foto’s en superlatieven: ‘Geweldig! Genieten!’

Al die nieuwe apps en tools zijn prachtig, maar ze zorgen ook voor ontelbaar veel prikkels die 24 uur per dag doorgaan. De eerste wetenschappelijke onderzoeken maken duidelijk dat ons lichaam moeite heeft om zich aan te passen. Slaapstoornissen en concentratieproblemen zijn nog maar de minst ernstige gevolgen in de slipstream van ons alsmaar uitdijende digitale leven. Sociaal-psychologen wijzen vaker op de asociale kanten van sociale media: nu we steeds meer naar apparaten kijken, wordt fysieke aandacht steeds schaarser.

Met het gevaar voor ouwe lul te worden versleten, spoel ik even terug. Toen geluk nog heel gewoon was en ik thuiskwam van vakantie met vrienden (Interrail!) of vriendin, ging ik iedere zomer bij mijn ouders langs om onze vakantieverhalen te vertellen. Niet al tikkend en swipend, maar in levenden lijve, inclusief oogcontact. Soms met een mapje vol foto’s, maar vaak hadden we nog niet eens tijd gehad om die in een winkel te laten afdrukken.

Mooie verhalen delen, bijvoorbeeld over die broeierige nacht dat we als backpackers op een Portugees strand met knuppels werden verjaagd door locals. Met een woedende Duitser die bloedend in een telefooncel zijn ambassade ging bellen: „Sie sind verrückt!” Verhalen met een kop en een staart, mondeling overgedragen. Tijdens het vertellen genoot je van de trotse blik van je vader, en het luisterende oor van je moeder. En van fijne empathische interrupties als: „Dat meen je niet? Echt waar?!”

Anno 2015 worden reisverhalen ‘gedeeld’ – maar ‘geüpload’ is beter voor deze eenzijdige handeling – op digitale platforms, ook al voordat ze hebben plaatsgevonden. Het is de vraag wanneer we digitaal gaan delen zonder dat er iets überhaupt heeft plaatsgevonden.