Twents seizoen van de overleving: kwaliteit verloren, niet kaalgeplukt

Geplaagde club speelt eerste wedstrijd uit bij FC Groningen gelijk. „Dit jaar moeten we effe doorkomen”, zegt technisch manager Ted van Leeuwen.

FC Groningen-verdediger Hans Hateboer (springend) met FC Twente-middenvelderRenato Tapia, maker van de 0-1 kort voor rust. De wedstrijd eindigde in 1-1. Foto ANP/Pro Shots

Ted van Leeuwen zakt een uur voor de wedstrijd achterover in de dug-out van de Groningse Euroborg. Sikje, donkere bos haar, bril en een gebruind gezicht. Sinds tweeënhalve maand is hij de technisch manager van het in financiële nood verkerende FC Twente. Hij moet de Enschedese selectie zuiveren van onnodige spelers en hoge salariskosten. Hij tekende voor drie jaar, zijn driejarenplan is helder: overleven, stabiliseren en uitbouwen. Beetje laconiek: „Kijk als we dit jaartje effe doorkomen, financieel en sportief. Ach, na volgend jaar, en zeker het jaar erna, dan zijn er een hoop problemen weg.”

Van Leeuwen heeft een zware taak, al zie je het niet aan hem af – geen gezucht, geen zorgelijke blik. Hij is saneerder en technisch manager tegelijk. Twente moet deze zomer zoveel mogelijk miljoenen peuren uit de verkoop van spelers. Het doel: tien miljoen euro binnenhalen met transferopbrengsten. Van Leeuwen knikt, dat is gelukt. Veertien spelers vertrokken tot nu toe, van wie spits Luc Castaignos (naar Eintracht Frankfurt), de Deense verdediger Andreas Bjelland (Brentford) en verdediger Cuco Martina (Southampton) de bekendste zijn.

Opkrabbelen

Het nieuwe Enschedese realisme in het post-Munsterman-tijdperk is ook zichtbaar in de salarishuishouding. 35 procent moet er bezuinigd worden op de salariskosten. Ook dat doel is zo goed als gehaald, vertelt Van Leeuwen. „Het mes is van de keel. Dat wil niet zeggen dat FC Twente off the hook is, maar het dreigen dat de club meteen zou kunnen omvallen is weg.”

Twente krabbelt voorzichtig op na het rampseizoen – waarin de financiële wanorde zich openbaarde en de club zes punten in mindering kreeg voor het niet nakomen van afspraken voor financieel herstel. In Groningen begon gisteravond de rehabilitatie van de gevallen landskampioen van 2010.

Een rode enclave van hoop vult als vanouds het uitvak, van opwinding rammend op trommels en de plastic afscheidingswanden. Opportunistisch als het voetbal is, doet de start van een nieuw seizoen de pijn van het oude vergeten. „Twente olé”, zingen de fans springend en dansend.

Lang koerst het aanvallend tandeloze Twente af op een gestolen zege in het Noorden, na de kanonskogel van het hoofd van Renato Tapia op een perfect aangegeven hoekschop van aanvoerder Hakim Ziyech (0-1). Kort voor tijd zorgt FC Groningen-spits Michael de Leeuw voor de 1-1 eindstand.

Twente is zichtbaar kwaliteit verloren, maar is niet kaalgeplukt, zoals gevreesd werd. Van Leeuwen is gebonden aan de penibele financiële situatie, geld om nieuwe spelers te kopen is er niet. Wel lukt het om vier veelbelovende spelers te halen, drie op huurbasis, één kwam transfervrij over.

Daarbij handelde Van Leeuwen slim. Twee verhurende clubs betalen het grootste deel van het salaris door, het gaat om de Ghanese buitenspeler Thomas Agyepong (gehuurd van Manchester City) en de Nigeriaanse spits Michael Olaitan (van Olympiakos). De eerste was gisteren nog geblesseerd, de tweede had nog geen werkvergunning. De andere twee aanwinsten vormden gisteren een sterk Grieks-Braziliaans verdedigingsduo: de transfervrije Giorgos Katsikas en de van Napoli gehuurde Bruno Uvini.

„Een aantal van die jongens heeft een poosje niet gespeeld. Er zit altijd een kras op”, zegt Van Leeuwen. „Dat moet je eruit krijgen, daarin zijn we gespecialiseerd.”

Het is een categorie spelers waar hij noodgedwongen naar moet zoeken. „Dit jaar moeten we echt overleven. Volgend jaar is er al iets meer ruimte, en in het derde jaar vallen er een hoop fondsen weg die we nu nog moeten betalen. Dan kunnen weer een normale club worden.”

Tot die tijd moet hij creatief zijn op de transfermarkt, als troubleshooter in de puinhoop die achterbleef na het financiële wanbeheer onder leiding van de vertrokken voorzitter Joop Munsterman. Van Leeuwen, oud-voetbaljournalist, weet hoe het is om bij een turbulente club te werken: hij was technisch directeur van Vitesse (van 2010 tot en met 2013), toen de club overgenomen werd door de Georgische zakenman Merab Jordania en zijn Russische financier Aleksandr Tsjigirinski.

Complexiteit

Zoekt hij ze op, de lastige klussen? „Ze komen bij mij”, lacht hij. „Ik vind het geweldig, vooral de complexiteit van de situatie waarin Twente zit is leuk. Ik wilde eigenlijk nog langer in het buitenland blijven”, zegt Van Leeuwen, die in juni overkwam na een jaar bij het Cypriotische Anorthosis Famagusta. „Maar dit is moeilijk. Als de trein eenmaal rijdt, tsja”, zegt hij terwijl hij met zijn handen probeert te zeggen: dan is het te makkelijk.

De rust is terug bij Twente, zegt Van Leeuwen. Ook rond de positie van trainer Alfred Schreuder. Een groot deel van de supporters en sponsors riep eind vorig seizoen op tot zijn vertrek. Hij bleef, Van Leeuwen steunt Schreuder. „Ik ken Alfred al lang, hij is een uitstekende trainer. Ik heb gecheckt bij spelers hoe de relatie is tussen de trainer en zijn spelers. Dat is min of meer het enige objectieve criterium wat je kunt hanteren. Hij stond er goed op. Dat was voor mij genoeg.”

Schreuder oogt ontspannen na de wedstrijd. Een vakantie van elf dagen naar Ibiza met zijn vrouw heeft hem goed gedaan. „Dan kom je tot rust, merk je.” Hij heeft de ophef rond zijn positie een plek kunnen geven, zegt hij. „Voor mij is het klaar.”

Is het niet lastig werken met de wetenschap dat fans hem liever zien vertrekken? „Nee, dat is de voetballerij. Dat is jammer, maar het is niet anders. Iedereen praat erover alsof het alle supporters zijn, het is een deel.” Hij voelt nog voldoende vertrouwen binnen de club. „Anders had ik hier niet gezeten.”