Truien uit het slachthuis

Rijkert Knoppers bespreekt recente uitvindingen.

Gelatine staat bij de meeste mensen bekend als bindmiddel in pudding of snoepjes. Gelatine is een eiwitproduct, gemaakt van collageen, een lijmvormende component van de huid, botten en kraakbeen van zoogdieren. Dat het materiaal mogelijk te gebruiken zou zijn om truien, sjaals en mutsen mee te breien is minder bekend.

Toch zou dit in de nabije toekomst een optie kunnen zijn, tenminste als het aan de 28-jarige Philipp Stössel ligt. Tijdens zijn afstuderen aan de Swiss Federal Institute of Technology ETH te Zürich, ontwikkelde hij een manier om uit gelatine garen te maken. Hiertoe wordt eerst een organisch oplosmiddel, genaamd isopropyl, aan een op temperatuur gebrachte opgeloste hoeveelheid gelatine toegevoegd. Na afkoeling slaat de aanwezige proteïne in de gelatine op de bodem van het reactorvat neer. Van deze vaste stof wist Stössel op een eigenhandig gebouwde spinmachine vezels te maken die de basis vormden voor een eindeloze elastische draad.

Het enige probleem is nog dat de draad te gemakkelijk oplost in water. Mogelijk biedt het behandelen met bijvoorbeeld epoxyhars uitkomst.

Als dat een oplossing blijkt, zou het maken van garen uit gelatine geen onbelangrijke vondst zijn. Vooral omdat momenteel twee derde van de jaarlijks geproduceerde 70 miljoen ton garen gemaakt is van olie- of gasproducten. Het huidige productieproces is veel belastender voor het milieu dan gelatine maken uit dierlijk slachtafval.