Noem The Economist nóóit een tijdschrift

Foto AFP

Het is de tweede keer in de 172-jarige geschiedenis dat The Economist van eigenaar verandert. De huidige hoofdredacteur en vijf nog levende voorgangers spraken gisteren hun steun voor de verkoop uit.

Maar noem The Economist in het bijzijn van diens redacteuren nooit een tijdschrift. Noch een week- of opinieblad. The Economist – oplage 1,6 miljoen - is een wekelijkse krant. De redactie in 2013:

“Ons doel is een alomvattende courant voor de wereld te zijn. Als u op een onbewoond eiland strandt, en slechts één blad kan ontvangen om de hoogte te blijven van het wereldnieuws, hopen wij dat u ons kiest.”

Geen concessies

Het draait in de wekelijkse krant om feiten en analyses, niet om ego’s. Wie het blad voor het eerst leest, vindt geen naam van een hoofdredacteur (Zanny Minton Beddoes), noch van individuele redacteuren. Columns worden geschreven onder een pseudoniem: Charlemagne (over de EU, naar Karel de Grote, pater Europae) en Lexington (over de VS, naar de plek waar de Amerikaanse Revolutie begon).

Aan die noms de plume is te zien dat The Economist geen concessies aan de lezer doet. Hij wordt geacht intelligent genoeg te zijn dergelijke verwijzingen te begrijpen. Dat is ten dele een verklaring van het oplagesucces; het lezen van The Economist heeft een zeker snobappeal. Zoals begin jaren negentig bleek toen Bill Gates in een interview met The New York Times dolgraag wilde vertellen dat hij geen tv had, omdat hij anders geen tijd zou hebben The Economist van voor tot achter te lezen.

De marketingafdeling pronkt in tegenstelling tot de redactie graag met dergelijke abonnees. In een recente advertentie deelt een jonge Google-medewerker de lift met topman Eric Schmidt. Als hij The Economist had gelezen, zat hij niet verlegen om een praatje, is de suggestie. Het is een remake van de reclame uit 1996 waarbij een man in het vliegtuig naast Henry Kissinger, de Amerikaanse oud-minister van Binnenlandse Zaken, belandt.

Vooral groot buiten het Verenigd Koninkrijk

Ook die keuzes vertellen veel over The Economist. De krant is weliswaar gevestigd in Londen, op de dertiende verdieping van een gebouw nabij het Lagerhuis, maar de lezers bevinden zich grotendeels buiten het Verenigd Koninkrijk, met name in de VS. Van de 1,6 miljoen abonnees zijn er maar 223.915 in het thuisland.

oplageeconomist

Al probeert het blad daar wel verandering in te brengen. Tijdens de metrostaking vorige week in Londen deelde The Economist koffie uit om Britse abonnees te werven. Maar ook om te illustreren dat de wereld beter af zou zijn als men duurzaam consumeert. De koffie was gemaakt van bonen die eerst door civatkatten waren uitgepoept.

Klassiek liberaal

Dat zal diegenen die The Economist een rechts, conservatief blad vinden, wellicht verbazen. Maar duurzaamheid is een van de thema’s die de krant aan het hart gaat. Ze is sinds de oprichting in 1843 klassiek liberaal, in de traditie van John Stuart Mill. “We houden van vrijhandel, deregulering en privatisering. Maar ook van het homohuwelijk, legalisering van drugsgebruik en de afschaffing van de monarchie”, schreef The Economist in 2013. En gisteren toen de verkoop bekend werd, in een weinig verkapte waarschuwing aan de nieuwe grootaandeelhouder, investeringsmaatschappij Exor: “We dienen geen meester, op die van de vrijhandel en individuele vrijheid na”.

De inhoud – vaak met typisch Britse humor of cynische understatement opgeschreven – en de krachtige covers komen door discussie tot stand. De redacteuren, waarbij iedereen van stagiair tot oudgediende spreektijd krijgt, moeten elkaar eerst overtuigen van een argument voor een artikel geschreven mag worden. “Het is de klassieke debatstijl uit Oxford”, vertelde onlangs oud-redacteur Chris Anderson aan The New York Times. “Ik heb nooit zo’n intellectuele meritocratie gekend.”