Lage olieprijs: stimulans voor groei en kwelling voor milieu

Begrotingen kraken, oliemaatschappijen en aanverwante bedrijven klagen, maar de economie heeft er op korte termijn baat bij. De olieprijs vertoont een dusdanige daling, tot minder dan 50 dollar per vat, dat ook grote partijen zoals Royal Dutch Shell de hoop op snel herstel hebben opgegeven. We moeten rekenen met en ons voorbereiden op een lange periode met een lage olieprijs, was de boodschap van Shell-directievoorzitter Van Beurden twee weken geleden bij de publicatie van de 35 procent lagere halfjaarwinst. Het Internationaal Energie Agentschap ziet de overvloed aan olie aanhouden.

Shell en andere grote olieconcerns houden hun bestaande en geplande investeringen opnieuw tegen het licht. Big Oil wordt een maatje kleiner. Ook wat personeel betreft: bij Shell en bij onderaannemers verliezen 6.500 mensen hun baan.

In het kielzog van lagere investeringen door de grote oliebedrijven moet ook een breed scala toeleveranciers en dienstverleners zich aanpassen. Nederlandse dienstverleners zoals SBM Offshore en Fugro rapporteerden lagere inkomsten in het eerste half jaar. Bij beide staat banenverlies op stapel. In de offshore kondigde IHC een grote personele reorganisatie aan, omdat opdrachten uitblijven.

De oorzaken van de dalende olieprijs zijn velerlei. Van een terugval van de economische groei in China tot de groei van vervangende energiebronnen als schaliegas en het feit dat de grote olielanden meer dan ooit voor zichzelf kiezen. Binnen de groep van olieproducenten bestaat geen discipline meer. Niemand voelt zich verantwoordelijk om de productie te beperken en zo de prijs omhoog te helpen. Het vooruitzicht dat Iran na het akkoord over zijn atoomprogramma als producent terugkeert op de wereldmarkt, zal de prijs nog meer pijn doen.

De prijsval betekent dat olielanden als Venezuela, Rusland, Saoedie-Arabië en Noorwegen een cruciale bron van staatsinkomsten drastisch zien dalen. Olie-onrust kan zomaar de voorbode zijn van politieke onrust en machtswisselingen. De Saoediërs hebben al aangekondigd dat zij voor 27 miljard dollar obligaties uitgeven om de staatsinkomsten op peil te houden. Noorwegen moet wellicht een beroep doen op zijn oliebeleggingsfonds.

De lagere olieprijs is voor consumenten en de rest van het bedrijfsleven een lastenverlichting van jewelste. Voor de economische groei is het een stimulans. Maar voor investeringen in nieuwe, minder vervuilende energiebronnen op langere termijn is die lage olieprijs een kwelling. Zolang olie relatief goedkoop is, bestaat er voor commerciële partijen geen stimulans om te investeren in meer duurzame energieopwekking.